The Empire Strikes Back, part 2: informatieprofessional als navigator in een nieuwe galaxy

Door Simon Been

Wat is de impact van AI op het informatiedomein? In een reeks artikelen wordt ingegaan op veranderingen in de organisatieprocessen, de informatieprofessie en het persoonlijke informatiewerk ten gevolge van kunstmatige intelligentie. Dit vijftiende deel, het vervolg op het artikel in de vorige IP, kijkt naar de Westerse tegenreactie op de Chinese AI-golf van begin 2025 en laat zien hoe de dynamiek zich sindsdien razendsnel verder heeft ontwikkeld – tot op onze eigen werkplek.

Begin dit jaar stond de AI-wereld op z’n kop, zo kon je lezen in de vorige IP, in ‘part 1’ van dit tweeluikartikel. China introduceerde DeepSeek, het verrassend krachtige en extreem efficiënte Chinese taalmodel, gratis en Nederlandstalig, dat draait op een fractie van de gebruikelijke rekenkracht. Gevolgd door Kimi en Qwen 2.5-Max, en zo werd de klassieke aanname dat alleen techreuzen met miljardenbudgetten en megadatacenters konden domineren in een paar dagen tijd onderuitgehaald. De dominantie van het Westen leek te wankelen. Maar nog voordat het stof was neergedaald kwam er een antwoord. The Empire sloeg terug.

De huidige situatie? AI-oplossingen veranderen in moordend tempo, met grote verschillen tussen modellen, leveranciers en gebruikscondities. Er komen GPT’s, personal agents en taakgerichte bots, de opmars van open source gaat voort, en multimodaliteit van modellen is inmiddels standaard geworden – een belangrijke vooruitgang wat laatste betreft is de mogelijkheid om met AI te praten, hardop. Gesprekken met AI zijn steeds minder eenrichtingsverkeer.

Ook buiten de taalmodellen om dendert de trein. Generatieve AI wordt geïntegreerd in softwareontwikkeling, juridische analyse en deep research tools. Maar opvallender nog: AI vindt nu ook haar weg naar fysieke omgevingen. Denk: drones en robots. Nvidia’s foundation model voor robotica (Isaac GR00T N1) bijvoorbeeld maakt het mogelijk om AI niet alleen te laten denken, maar ook te laten handelen. Robots die zelfstandig schoonmaken, magazijnen beheren of bezoekers begeleiden, krijgen generatieve intelligentie mee. Opvallend is daarbij vooral de vloeiende beweging, het realistisch ogende gedrag en het vermogen om zelfstandig beslissingen te nemen.

Vergeet je beelden van vorig jaar, robots anno nu zijn lenig, snel en zelfstandig. Ze kunnen hun handelen direct aanpassen op basis van waarnemingen en informatie uit hun omgeving – of dat nu obstakels zijn, menselijk gedrag of gesproken instructies. Die autonome capaciteiten komen niet langer voort uit vooraf geprogrammeerde scripts, maar uit dynamische interpretaties van situaties, gevoed door AI-modellen die realtime leren en reageren.

Geen toekomstmuziek

Voor informatieprofessionals klinkt dat misschien als toekomstmuziek, maar de eerste implicaties zijn er al. Denk aan robots in archieven, musea of bibliotheken die bezoekers informeren of collecties ontsluiten. (Ik kwam er laatst al eentje tegen midden in het restaurant van een Van der Valk Hotel. Een simpele, vooral voor transport, maar toch.) Of denk aan AI-systemen die fysieke handelingen uitvoeren – zoals iets oppakken, bewegen of aanwijzen – en tegelijkertijd informatie verzamelen, opslaan of toegankelijk maken voor gebruikers. De koppeling tussen informatie en fysieke interactie wordt tastbaar – en vraagt om nieuwe vormen van regie en toezicht.

Intussen schuiven ook de economische en geopolitieke verhoudingen. China bouwt aan eigen infrastructuur, eigen chips (zoals de Ascend 910B) en een intern ecosysteem waarin AI breed wordt toegepast. De VS zetten vooral in op marktwerking en dominantie via platforms. Europa werkt aan alternatieven. En wereldwijd zie je dat AI niet alleen technologie is, maar ook een afspiegeling of verlengstuk van bredere belangen, zoals informatiecontrole, markttoegang of autonomie.

Naast de technologische en commerciële ontwikkelingen is er een minstens zo belangrijke dynamiek gaande: die van wetgeving en politieke sturing. Wetgevers, juristen en toezichthouders zijn uitgegroeid tot sleutelspelers in het AI-landschap. Denk aan de AI Act van de Europese Unie, met strikte (zij het niet altijd even duidelijke) kaders voor transparantie, risicoclassificatie en datagebruik. Maar ook aan Amerikaanse toezichthouders die zich, deels verdeeld en deels versnipperd, buigen over regulering van AI en sociale media op het snijvlak van innovatie en burgerrechten. Juridische richtlijnen bepalen steeds vaker wat mogelijk is binnen organisaties, en wat niet.

Tegelijkertijd voltrekken zich in de VS diepgaande institutionele verschuivingen. Onder druk van de nieuwe politieke elite worden belangrijke controlerende instituten verzwakt of afgeschaft. De resulterende gatenkaas lijkt men hier en daar te willen opvullen met – de wereld kijkt met afgrijzen toe – experimentele, ongereguleerde AI. Handelsconflicten, nieuwe beperkingen op chipexport, botsende belangen tussen federale en deelstaatniveaus: het zorgt voor een onvoorspelbare en versplinterde koers. Ook AI-ontwikkelaars zelf ondervinden hiervan de gevolgen – zowel qua toegang tot infrastructuur als qua regelgeving. Voor Europese organisaties en professionals maakt dat het er niet overzichtelijker op: wat vandaag is toegestaan, kan morgen politiek beladen zijn, of zelfs taboe. Het ziet er ook niet uit dat deze Amerikaanse Koorts snel verdwijnt.

Een opvallende verschuiving in 2025 is de veranderende relatie tussen Microsoft en OpenAI. Waar Microsoft eerst investeerder, integrator en technisch partner was, zie je nu dat het bedrijf zich nadrukkelijk aan het losweken is. Microsoft zoekt samenwerking met meerdere partijen, richt zich op breed toepasbare integraties (zoals Copilot in Office, Teams en Windows) en positioneert zich als leverancier van de infrastructuur waarop AI draait. OpenAI daarentegen ontwikkelt steeds meer zelfstandig, lanceert meerdere modellen naast ChatGPT (zoals Whisper, DALL-E, Codex, o3, Sora) en zoekt naar meer manieren om zijn technologie direct aan eindgebruikers aan te bieden.

Voor organisaties is dat dubbel relevant. Enerzijds versterkt het de positie van Microsoft als integrator van generatieve AI in werkprocessen. Anderzijds zorgt het voor toenemende onduidelijkheid: welk model gebruikt je organisatie eigenlijk binnen Copilot en welke privacy biedt dat? Maar ook: besef je welke functionaliteit je verliest die de ChatGPT-versies of andere producten wel hebben? Voor informatieprofessionals betekent het dat we vaak gedwongen zijn om te volgen, maar alert moeten blijven op risico’s.

Tot slot: het tempo. Wat eind 2024 nog ‘edge’ leek, nog weinig relevant, is begin 2025 mainstream. De AI-sector is niet cyclisch, maar exponentieel, en dat maakt het moeilijk om koers te houden. Toch is dat precies wat er nodig is.

Voor wie werkt in of met organisaties kunnen de volgende vragen helpen bij het maken van keuzes:

  • Werk je vooral met Microsoft-tools? Copilot is natuurlijk handig vanwege de integratie met de andere MS-software en omdat het bedrijf al genetisch verankerd lijkt binnen veel organisaties. Dat de AI-functionaliteiten zelf achterlopen lijkt minder relevant.
  • Gebruik je al ChatGPT? Kijk dan naar de betaalde versies en vooral naar het werken met Projecten, Taken en Canvas en naar het inzetten van GPT’s voor standaardtaken. Alleen voor afbeeldingen ging ik bij voorkeur naar Copilot, maar na de recente ChatGPT-update …
  • Wil je experimenteren buiten de gebaande paden? Probeer dan Claude (voor beter redeneren en langere documenten) of Perplexity (dat zoekmachinefunctionaliteit combineert met AI) of Gemini 1.5 (voor multimodale toepassingen waarbij tekst, beeld en audio samenkomen).
  • Heb je strikte privacyeisen of werk je in een sterk gereguleerde sector? Overweeg dan een opensourcemodel als Mistral of Llama.

Brug tussen techniek, context en kwaliteit

Voor informatieprofessionals zelf: je bent geen doorsnee gebruiker. Je bent degene die de betrouwbaarheid van informatie bewaakt, die snapt hoe context het verschil maakt en die kan inschatten of een AI-uitkomst past binnen het doel, de vraag en de waarden van de organisatie. Jij speelt een cruciale rol in de verbinding tussen mens en machine, tussen beleid en praktijk. Dat vraagt geen technische diepgang, maar wel overzicht, inzicht en durf om vragen te stellen.

  • Weet welk model je gebruikt en in welk ecosysteem het thuishoort.
  • Vraag je bij elk antwoord af: wat is de bron, wat is de redenering en wat is weggelaten?
  • Bouw basiskennis op van prompttechniek, modelkeuze (zelfs binnen één AI zoals ChatGPT heb je vaak meerdere modellen) en risico’s.
  • Blijf testen, vergelijken en meedenken: jij bent de brug tussen techniek, context en kwaliteit.

Er is geen universeel recept, maar met een paar ankerpunten, gerichte keuzes en kritische vragen is het goed mogelijk om richting te vinden in een landschap dat in beweging blijft.

Wat steeds opvalt is hoe gefragmenteerd het Westerse landschap eigenlijk is. Meta zet vol in op open source. OpenAI kiest juist voor een gesloten ecosysteem. Google combineert beide. Apple wil bij voorkeur alles lokaal en privacyvriendelijk. Amazon mikt op schaal en enterprise-integratie. Elk bedrijf bouwt zijn eigen koninkrijk. En gebruikers? Die kiezen ondertussen uit wat werkt, niet per se uit ‘loyaliteit’.

Zo komt een ongemakkelijke vraag in beeld: als we het hebben over ‘The Empire Strikes Back’, welk rijk bedoelen we dan eigenlijk? De zwabberende VS? OpenAI? De wetgevers en toezichthouders? De optelsom van techbedrijven? Misschien is dat machtige rijk niets anders dan los zand – een verzameling van onderling concurrerende belangen, zonder duidelijke coördinatie, zonder gedeeld kompas.

Als we dan toch kritisch kijken: misschien is China wel het enige echte rijk. Centraal gestuurd, beleidsmatig afgestemd, technologisch geïntegreerd, met een helder doel en lange adem. Waar het Westen een zwerm rebellen lijkt – strijdend om aandacht, budgetten en marktaandeel – presenteert China zich als een gesloten maar doelgerichte AI-machinerie.

Paradox van deze tijd

Het is een paradox van deze tijd: de open wereld blijkt soms stuurloos, en de gesloten wereld blijkt verrassend consistent. Voor informatieprofessionals is dat meer dan een geopolitieke constatering. Het betekent dat de systemen die we gebruiken, de modellen waarop we vertrouwen en de kennis die daaruit voortkomt, voortaan uit fundamenteel verschillende ecosystemen kunnen komen – met verschillende wereldbeelden, prioriteiten en beperkingen. Dat stelt nieuwe eisen aan onze rol: we worden niet alleen gebruikers, maar ook toetsers en strategische adviseurs binnen een AI-ecosysteem dat snel verandert. We moeten inschatten of de informatie die gegenereerd wordt te vertrouwen is, of deze past binnen de waarden van de organisatie en of de herkomst van het model van invloed is op bruikbaarheid. AI-geletterdheid wordt daarmee minstens zo belangrijk als informatievaardigheid. Dat begint simpelweg met praktisch inzicht: in wat AI eigenlijk is en voor jou en je werk kan betekenen.

Misschien is de tijd gekomen dat we afscheid nemen van het idee dat er één rijk is dat het voor het zeggen heeft. De strijd om AI-superioriteit lijkt steeds minder op een conflict tussen grootmachten en steeds meer op een wirwar van belangen, botsende systemen en parallelle werkelijkheden. Voor informatieprofessionals ligt daar geen vaste routekaart klaar, maar wel een strategische rol: als navigators in het grijze gebied tussen techniek en betekenis, tussen controle en vertrouwen, tussen chaos en houvast.

‘Strategische rol?’ Ja, ik weet het, ik ben een van die roependen in de woestijn die voor een nieuw elan pleiten binnen een informatieprofessie die al zo druk is met de weerbarstige dagelijkse praktijk. In mijn ogen vraagt de opkomst van generatieve AI en andere datagedreven technologieën om een fundamentele verbreding van onze rol. Niet langer volstaat het om uitsluitend dienstverlenend, uitvoerend of adviserend te werken binnen bestaande structuren. Wat nodig is, is een shift naar strategisch informatiebewustzijn op organisatieniveau: informatieprofessionals als hoeders van informatie-integriteit in het AI-tijdperk. Wie gaan dat doen? Wie wordt onderdeel van de AI-generatie? We gaan het zien. Maak je eigen keuzes.

Kortom: in dit landschap vol algoritmische stormen, botsende belangen en schuivende allianties zijn wij misschien geen keizer of rebel. Maar we moeten wél degene worden die de kaarten leest, de logica toetst en waarschuwt als de koers niet klopt. Geen glansrol misschien, maar wél cruciaal. En laten we eerlijk zijn: wie wil er nou een stormtrooper zijn als je ook de gids kunt zijn die richting geeft?


De voorgaande delen van deze serie lezen? 

Je vindt ze in het online archief op informatieprofessional.nl.
> Deel 1: Je staande houden ‘in de AI Wars’
> Deel 2: Manusje-van-alles en sparringpartner
> Deel 3: Impact AI op functies en taken in de informatieprofessie
> Deel 4: Magistrale magie – EU versus AI
> Deel 5: Drie praktijkgevallen: Interactie, Metadata en Structurering
> Deel 6: Nieuwe ambities en rollen voor de informatieprofessie
> Deel 7: Omgaan met AI – vier cases
> Deel 8: Met de snelheid van AI
> Deel 9: Over knellende wetten en een informatieoorlog in wording
> Deel 10: Waarom AI zo controversieel is
> Deel 11: AI in de praktijk & de dood van het vraagteken?
> Deel 12: Bewustwording rond AI – silver bullet of cirkelzaag?
> Deel 13: Hoe China de AI-spelregels herschrijft
> Deel 14: The Empire Strikes Back, part 1


Simon Been is directeur van het Papieren Tijger Netwerk en spreker/trainer/auteur over AI in het informatiedomein.

Deze bijdrage komt uit de papieren IP #4-2025. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.