Open a GLAM Lab

Onlangs verscheen het boek Open a GLAM Lab. Lotte Wilms, adviseur Digital Scholarship bij de Koninklijke Bibliotheek, vertelt over de bijzondere totstandkoming ervan. Maar eerst legt ze uit wat een GLAM Lab inhoudt.

Door de redactie

 

Hoe omschrijf je een GLAM Lab?

‘Het is een plek waar mensen van verschillende afdelingen in een erfgoedinstelling samenwerken. Ze gaan het experiment aan met nieuwe technieken als kunstmatige intelligentie én met de eigen digitale collectie. De benaming “lab” geeft ook aan dat er dingen fout mogen gaan.’

Heeft Nederland GLAM Labs?

‘Ja! Maar ze hoeven niet per se de naam “lab” te dragen. De Universiteitsbibliotheek Leiden bijvoorbeeld heeft het Centre for Digital Scholarship, het Rijksmuseum werkt vanuit een innovatieomgeving en de Koninklijke Bibliotheek experimenteert in het KB Lab.’

Hoe lang bestaat het KB Lab?

‘Vijf jaar alweer. In het begin stond het Lab “naast de KB”, zodat we konden kijken hoe we het gingen inzetten. Nu zijn we op het punt beland dat het Lab onderdeel is van het KB-beleidsplan. Het is dus geïntegreerd in de organisatie. In het team zitten onder anderen twee research software engineers, een datascientist en twee conservatoren digitale collecties.’

Jullie meest bijzondere project?

‘Een van de zaken waar we in het Lab het langst mee bezig zijn, is de inzet van kunstmatige intelligentie om automatisch metadata toe te kennen. We onderzoeken nu hoe we dit kunnen inzetten in onze reguliere dienstverlening.’

Voor erfgoedorganisaties die zelf een lab willen opzetten, is er nu het boek Open a GLAM Lab. Kun je iets vertellen over de totstandkoming ervan?

‘Het begon allemaal met een internationale community van GLAM Labs, in gang gezet door het British Library Lab. Vertegenwoordigers van over de hele wereld hebben elkaar een paar keer ontmoet. En dat heeft heel veel informatie opgeleverd. Zouden we van al die kennis, die we hadden bijgehouden in Google Drive, een boek kunnen maken?’ 

De British Library kwam vervolgens met het voorstel om dat met de Book Sprint-methode te doen. Wat houdt dat in?

‘Het is een methode waarbij je binnen drie tot vijf dagen met een groep van maximaal zestien mensen een boek maakt.’

Dat waren vast heel lange dagen?

‘Het was heel intensief. In Qatar, waar UCL Qatar en Qatar University Library ons sponsorden, kregen we hulp van een medewerker van het bedrijf Books Sprints. Zij heeft ons begeleid door het hele maakproces van een boek.’ 

Hoe ging het in z’n werk?

‘Eerst brainstormden we over wat er allemaal in het boek moest staan. Dat werkten we uit tot een soort kapstok. Vervolgens gingen we in groepjes aan het werk met een strakke deadline: binnen twee uur moest er een tekst liggen. Daarna gingen we elkaars teksten redigeren. Ondertussen werden stukken tekst toegevoegd, verschoven of eruit gehaald. Zo kreeg het boek langzaam vorm. Vier mensen, waaronder ikzelf, hebben een laatste slag gedaan: zit er een rode draad in het boek, is het taalgebruik overal hetzelfde, kloppen alle verwijzingen, et cetera. En toen wij naar bed gingen, haalden twee mensen in Australië er nog de allerlaatste typefouten uit.’

Wat maakt dit boek bijzonder?

‘Als GLAM Lab-sector in Europa zijn we niet zo van het publiceren over wat we doen. Er is ook geen noodzaak toe, want we zijn dit – in tegenstelling tot de wetenschappelijke community – niet verplicht. Maar hoe krijgen organisaties die ermee aan de slag willen, dan toegang tot die kennis? Niet iedereen kan zomaar langskomen bij de KB om te vragen naar onze ervaringen. Dus is het fijn dat all informatie nu is samengebracht in een publicatie. En daarmee toegankelijk voor iedereen.’

Deze bijdrage komt uit IP nr. 9 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.