Column: achteraf bezien: het recht op vergankelijkheid

Nu het tweede decennium van deze eeuw op z’n einde loopt, staat wel vast hoe het de geschiedenis in zal gaan. Meer data, minder transparantie, meer onzekerheid – dat lijkt me een goede samenvatting. Data werd de nieuwe olie. Wie meer data verzamelt en analyseert, kan betere beslissingen nemen over hoe z’n klanten nog meer geld uit de zak te kloppen.

Data privacy werd daarmee een bescheiden issue. Dat je bedrijven niet op hun blauwe ogen kunt geloven, alla, maar onze overheden, die op de onthullingen van Snowden en anderen reageerden met onverschilligheid? Het weerhield velen van ons er niet van om rubberen polsbandjes om te gespen en onze voetstappen, slaapritme en hartslagfrequentie in real time toe te vertrouwen aan bedrijven als Fitbit.

Daarom zullen denk ik niet heel veel Fitbit-gebruikers hartritmestoornissen hebben gekregen toen op 1 november bekend werd dat Alphabet, Googles moederbedrijf, Fitbit gaat overnemen. Zo krijgt Google toegang tot een decennium aan gegevens van miljoenen gezondheidsfreaks. De Amerikaanse toezichthouder moet de deal nog goedkeuren, maar die toetst alleen op marktmacht. Ik zie Googles data buffs zich al verkneukelen. Even wat bestanden koppelen en ze kunnen met terugwerkende kracht zien bij welke zoektermen en Gmail-berichten onze harten sneller gingen kloppen.

In Europa zijn we, schade en schande immers, wat minder naïef dan de yanks en hebben we inmiddels de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG/GDPR). Die hebben we mede te danken aan een uitspraak van het Hof van Justitie in Luxemburg. Dat Hof besliste in 2014 dat zoekresultaten in Google ons niet tot in eeuwigheid mogen achtervolgen. Het Recht op Vergetelheid was geboren. Wie de AVG erop naleest, leert dat de Fitbit-gegevens van EU-burgers (dááhaag, Britse vrinden) alleen mogen worden gebruikt voor het doel waarvoor ze zijn verzameld. Goed om te weten, maar betekent dat ook dat Google-analisten in de VS die data niet gaan minen?

Het geval Fitbit-Google roept de vraag op of het eerlijk is dat jaren later, door economische en juridische ontwikkelingen, je data voor andere doeleinden worden gebruikt dan waarvoor je ze hebt vrijgegeven. En vergeet ook de technologische innovaties niet. Al in het vorige decennium maakten experts zich zorgen over quantum computing. Dat gaat over niet al te lange tijd de cryptografische technieken breken die ons thans nog in staat stellen om onbespied te kunnen communiceren met WhatsApp, Signal, Telegram en PGP.

Die laatste afkorting staat voor Pretty Good Privacy. Met dat ‘pretty good’ hebben de bedenkers al aan willen geven dat bescherming van de privésfeer – een van de voorwaarden voor een democratisch bestel waarin burgers een noodzakelijk tegenwicht kunnen bieden tegen overheid en markt – niet iets is voor de eeuwigheid. We moeten in het derde decennium daarom werk maken van een juridisch recht op vergankelijkheid van onze data. Liefst aan het begin van dat decennium. En zeker niet alleen in Europa.

Frank Huysmans is bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de UvA en zelfstandig onderzoeker en adviseur bij WareKennis

Deze bijdrage komt uit IP nr. 9 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.