Door Marianne Hermans
Bij vrijwel alles wat we doen, staan we data af, ook in onze directe omgeving en in de plaats waarin we wonen. Maar van wie zijn die data, en wie bepaalt wat ermee mag gebeuren? Deze vragen vormen de basis van onderzoek en experimenten om data te zien als een common good.
Onder de radar blijven is in de wereld waarin we op dit moment leven praktisch onmogelijk. Ons hele doen en laten wordt vastgelegd, vaak ongevraagd en zonder dat we ons ervan bewust zijn. Met onze telefoon bekijken we het nieuws, onderhouden we onze contacten, betalen we, tellen we onze stappen en vinden we de weg. In de openbare ruimte worden we gevolgd door camera’s en sensoren en passeren we toegangspoortjes bij parken en musea. Met al deze bewegingen laten we grote hoeveelheden gegevens achter, waarvan bedrijven en overheden graag gebruikmaken voor hun eigen gewin of belangen, zoals de inrichting van steden of zelfs smart cities.
De belofte van slimme steden
De dataficering van mens en omgeving kan bijdragen aan oplossingen voor vraagstukken op het gebied van veiligheid, mobiliteit, duurzaamheid et cetera. Door slim gebruik van data kunnen steden bijvoorbeeld duurzamer, sneller te doorkruisen of veiliger worden, doordat op basis van data wordt voorspeld waar overlast gaat ontstaan. Maar wie bepaalt wat ‘slim’ is? Wat veilig is voor de een, kan voor de ander een beperking van de vrijheid inhouden. Wat is duurzaam, en voor wie? Kortom: welke waarden staan bij de inrichting van steden centraal en hoe kunnen we omgaan met tegengestelde belangen van groepen burgers, bedrijven en bestuurders?
Burgers empoweren
Vanuit het oogpunt van transparantie en inclusie is het belangrijk dat burgers weten op welke wijze data tot stand zijn gekomen en wat ermee wordt gedaan. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt niet alleen bij bedrijven en overheden. Het gaat voor een groot deel over data die over en door burgers worden gegenereerd. Het zou daarom logisch en eerlijk zijn om die data ter beschikking te stellen aan burgers, zodat zij de bedrijven en de overheden die deze verzamelen kunnen controleren en ter verantwoording kunnen roepen, en zodat zij kunnen meedenken over toepassingen die ook hun belangen dienen.
Naarmate de invloed van technologie op de samenleving toeneemt, en daarmee de macht van big tech en big government, groeit het belang om burgers te empoweren door ze zeggenschap te geven over data. Maar hoe dan? Is er een mogelijkheid om eigen gegevens te verwijderen of data ‘terug te krijgen’? Kunnen burgers meedenken over het ontwikkelen van toepassingen waarvan ze zelf profiteren?
Werken met open source
Dat kan bijvoorbeeld door te werken met open source en open standaarden. Data moeten worden beheerd door burgers zelf: welke data wil ik voor mezelf houden, welke wil ik delen, met wie, en waarvoor mogen ze worden gebruikt? De basis is het beschermen van burgers én daarmee de democratie, en ervoor zorgen dat iedereen in gelijke mate van technologische ontwikkelingen profiteert.
Ook in Nederland zijn steden bezig met het openstellen van hun data en het transparanter maken van dataprocessen. De gemeente Den Haag is een voorloper op dit gebied. De stad zet open data in bij onder meer de energietransitie. Er zijn Datalabs gehouden waarbij bewoners, bestuurders en techneuten met elkaar in gesprek gaan over het inzetten van data. Bewoners kijken zo met andere ogen naar lokale vraagstukken. Soms komen ze samen met ondernemers tot creatieve oplossingen, zoals bijvoorbeeld gebeurde met het leggen van zonnepanelen.
Het beschikbaar stellen van data is overigens een eerste stap; om mensen echt mee te krijgen helpt het om aansprekende visualisaties te maken en gebruik te maken van overzichtssites als waarstaatjegemeente.nl.
Burger ziet geen probleem
Steden zijn weliswaar bezig met het openstellen van hun data, maar het blijkt niet altijd eenvoudig om het grote publiek daadwerkelijk te betrekken en inspraak te geven. In de praktijk worden vooral hoger opgeleide, geïnteresseerde burgers bereikt. Dat blijkt ook uit onderzoek door het Centre for BOLD Cities dat probeert burgers sterker bewust te maken van dataficering, bijvoorbeeld door het organiseren van data walks. De onderzoekers van BOLD merkten dat het lastig is om mensen te activeren die digitalisering niet ervaren als een politiek of publiek probleem. Het is een onzichtbaar proces waarvan ze weinig last maar wel profijt hebben. Ze hebben daarnaast niet het idee dat ze invloed hebben op dataficering en digitalisering.
Uitdaging voor bibliotheken?
Digitaal burgerschap vraagt om emancipatie van de burger. Het onderwijs speelt daarin een grote rol, maar voor mensen die geen onderwijs volgen, kunnen bibliotheken daaraan bijdragen. De bibliotheek zou een plek kunnen zijn om data te vinden, beschikbaar te stellen en eventueel te visualiseren, zodat burgers inzicht krijgen in ontwikkelingen in hun stad. Ook zouden bibliotheken hulp kunnen organiseren bij het toepassen van data, eventueel met de hulp van experts. Makerplaatsen, die in veel bibliotheken aanwezig zijn, kunnen daarvoor een plek bieden, maar ook op bredere schaal is de bibliotheek een plaats waar mensen samenkomen om hun stem te laten horen en nieuwe toepassingen te ontwikkelen. Voorop staat het ontwikkelen van databewustzijn, bij burgers, en wellicht ook bij bibliotheken zelf.
Met dank aan Emiel Rijshouwer (Erasmus School of Social and Behavioral Sciences (ESSB)), Antoine Gribnau (gemeente Den Haag) en Miriam van den Beemt (de Bibliotheek Midden-Brabant). Zij waren studiogasten tijdens de verdiepingssessie ‘Grip op data’ op het Nationaal Bibliotheekcongres.
Monitor van de Stad
In de regio Tilburg heeft de Bibliotheek Midden-Brabant het voortouw genomen om burgers te betrekken bij het vergroenen van de stad. Onder de noemer Monitor van de Stad worden in het FutureLab verschillende data in beeld gebracht, bijvoorbeeld over de luchtkwaliteit, het energieverbruik en het aantal parkeerplaatsen in verschillende woonwijken.
Burgers leveren zelf data aan
Als burgers overheidsinformatie wantrouwen of in hun stad lacunes in beschikbare milieudata willen opvullen, kunnen zij zelf het initiatief nemen om gegevens te verzamelen. Bijvoorbeeld met sensoren voor het meten van luchtkwaliteit, geluidsoverlast of waterkwaliteit. Er zijn talloze voorbeelden waarbij burgers, met hulp, zelf data verzamelen en diensten opzetten. Denk bijvoorbeeld aan Coopcycle, een platform voor individuele fietskoeriers om zich te verenigen in een coöperatie en zo te ontkomen aan de negatieve gevolgen van de gig-economie.
Marianne Hermans is kennisadviseur bij de Koninklijke Bibliotheek.
Deze bijdrage komt uit IP #3/2021. Het hele nummer kun je hier lezen.