Column: Ook gij, boomer?

Door: Frank Huysmans

Op een stralende voorjaarsdag in 1991 bezocht ik voor het eerst de Universiteit van Amsterdam. Ik had een interviewafspraak met professor Jan van Cuilenburg (1946-2016). Bij Communicatiewetenschap in Nijmegen stelden we als redactie van het studieblad, met de mengeling van branie en naïviteit die studenten zo eigen is, een reeks artikelen samen onder de vlag De communicatiewetenschap in de jaren ’90. Hoogleraren en docenten van de universiteiten in Nederland en Vlaanderen vroegen we op te schrijven waar het volgens hen met het onderwijs en onderzoek in ons vakgebied heen moest. Of we kwamen langs voor een interview.

Van Cuilenburg was afdelingsvoorzitter van de grootste opleiding Communicatiewetenschap in Nederland die maar liefst 1200 studenten telde. Zijn opinies deden ertoe. Gevraagd of er nog een verschil was tussen communicatie studeren op hbo en universiteit deed hij een stevige uitspraak: ‘We leiden jullie niet op tot een niveau van wetenschap dat vergelijkbaar is met de jaren zestig.’ De studieduur was immers ingekort en er waren veel meer studenten per staflid. Met de politieke keuze om de universiteiten toegankelijk te maken voor grotere groepen was een zekere diploma-inflatie voor lief genomen. Volgens de wet had er wel een ‘tweede fase’ moeten komen voor studenten die de wetenschap in wilden, maar ‘daar zijn we eigenlijk niet goed mee begonnen,’ aldus de afdelingsvoorzitter.

Ik wist niet wat ik hoorde. Als student, bedoel ik (de journalist in mij had een goed citaat te pakken). De UvA-hoogleraar had natuurlijk gelijk wat studieduur en studiebegeleiding betrof, maar de nonchalance waarmee hij het zei maakte me boos. OK Boomer. Had hij niet kunnen zeggen dat ze ondanks alles hun stinkende best deden om ons op hun niveau te krijgen? En waar bleef die tweede fase nou?

De afgelopen jaren dacht ik geregeld aan deze episode terug. Als adviseur van de Raad voor Cultuur mocht ik meewerken aan drie adviezen over letteren, bibliotheken en lezen. Tussen deze rapporten door werden de resultaten uit het driejaarlijkse PISA-onderzoek bekend. Alsof de daling in leesvaardigheid van de Nederlandse jeugd tot 2015 nog niet alarmerend genoeg was geweest, bleek die zich in de jaren erna versterkt te hebben doorgezet. We zitten nu onder het OECD- en EU-gemiddelde. Een kwart van de vijftienjarigen is niet leesvaardig genoeg om goed te kunnen functioneren in onderwijs en maatschappij.

Het spookte door mijn hoofd: heeft mijn generatie, hebben wij, heb ik het laten gebeuren? Het verkommeren van boekcollecties op basisscholen. Leerkrachten die zelf nauwelijks lezen en allesbehalve foutloos schrijven en spellen. Sluiting van bibliotheken. De depreciatie van lezen als manier van informatieverwerking en leren (‘mijn kinderen zoeken wel een filmpje op YouTube’). Een paar miljoen voor leesbevordering onder ‘cultuur’ op de Rijksbegroting tegenover twintig miljard voor basis- en voortgezet onderwijs.

Een student zei laatst ‘Boomer’ tegen me. Grapje. Maar toch.

Frank Huysmans is bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de UvA en zelfstandig onderzoeker en adviseur bij WareKennis

Deze bijdrage komt uit IP nr. 2 / 2020. Het gehele nummer kun je hier lezen.