Column Martijn Aslander: Informatieprofessionals aller organisaties, verenigt u

Door Martijn Aslander

Er waart een spook door Europa. Niet een recessie of pandemie maar iets ongemakkelijkers: het besef dat onze hele digitale infrastructuur draait op een handvol Amerikaanse bedrijven, en dat deze situatie geopolitiek niet langer houdbaar is en tot actie noopt. Het goede nieuws eraan is dat dit de beste kans is die het vakgebied van informatieprofessionals ooit heeft gehad.

Datasoevereiniteit

Er gebeurt ook daadwerkelijk iets nu. In december stelde de ministerraad een visie op digitale autonomie en soevereiniteit vast, en in het coalitieakkoord van januari 2026 (paragraaf ‘Nederland koploper in een digitale wereld’) is digitale autonomie verheven tot leidend principe. De overheid kiest voor een Europese digitale infrastructuur en wil afhankelijkheden in cloud- en kernsystemen afbouwen. Er komt een Nederlandse Digitale Dienst met doorzettingsmacht, aanbestedingen worden gecentraliseerd, en IT-projecten boven 5 miljoen euro worden voortaan vooraf getoetst aan soevereiniteit en open standaarden. In maart is datasoevereiniteit het thema van de vijfde Maand van de Digitale Fitheid. De trein rijdt … Toch missen we in het verhaal van onwenselijke afhankelijkheden van techpartijen nog iets cruciaals. En precies op het terrein waar jullie als geen ander thuis zijn.

Opgesloten in bestandsformaten

In de kabinetsvisie staat dat datasoevereiniteit ‘volledige controle waarborgt over de locatie, verwerking en toegang tot overheidsinformatie’. Maar over het formaat waarin die informatie is opgeslagen wordt met geen woord gerept, en evenmin over de vraag of je die informatie ook daadwerkelijk kunt lezen zonder de software van de leverancier die je net de deur uit hebt gedaan.

Dertig jaar aan beleidsdocumenten, verslagen, handleidingen en notulen zit opgesloten in bestandsformaten die een computer niet zomaar kan lezen. Word en PDF zijn ontworpen om er op papier goed uit te zien (dus eigenlijk ontworpen voor printers), maar niet om razendsnel doorzoekbaar te zijn en te bekijken op een beeldscherm. Wie van Microsoft naar een Europese cloud verhuist, verhuist die hele berg mee zonder dat er iets verandert aan de inhoud. De informatie en data wonen dan in een prachtig Europees, of zelfs Nederlands, huis. Maar de verhuisdozen blijven net zo dicht en rommelig als voorheen.

Parsen van PDF’s

Afgelopen jaar maakte ik een enorme slag met twintig jaar aan verzamelde data. Ik had 14 GB aan Gmail-archieven, mijn hele LinkedIn-archief, mijn Facebook-archief, duizenden PDF’s en Word-documenten. Ook alles in Evernote, zo’n honderdduizend items, besloot ik te integreren. Het doel: alles ontdubbelen en in een slim systeem zetten dat ik zelf kon ontwerpen. Dat kon dankzij AI die lokaal op mijn eigen computer draait en mijn informatie verwerkt zonder dat die bij een techbedrijf terechtkomt. De platte tekst uit al die systemen, vaak in JSON-formaat, was acuut en bloedsnel te verwerken. Maar het parsen van PDF’s en Word-documenten was veel problematischer, zeker in bulk. Het verschil in accuratesse, gebruiksgemak en snelheid was extreem. Te extreem.

Vindbaarheid ontstaat niet vanzelf

Dat is niet alleen mijn probleem. Een uitgebreide test van zeventien PDF-parsers op achthonderd documenten liet zien dat zelfs de beste parser niet boven de 88 procent nauwkeurigheid uitkwam. Bij één document kun je dat handmatig controleren. Bij de honderdduizenden documenten van een gemiddelde overheidsorganisatie niet.

Voor de meeste lezers zal dit herkenbaar zijn. Wie ooit een Woo-verzoek heeft afgehandeld weet hoe het voelt om door duizenden PDF’s te spitten waarin de computer niet eens weet wat een alinea is. Wie een archief doorzoekbaar moet maken kent de frustratie van bestanden zonder bruikbare metadata. Vindbaarheid ontstaat niet vanzelf, het is het resultaat van beschrijven en ontsluiten. Dat is iets wat jullie beroepsgroep al sinds haar bestaan doet.

Plek aan bestuurstafel opeisen

En daar zit de crux. De komende jaren worden er in heel Nederland aanbestedingen geschreven voor cloudmigraties. Gecentraliseerd, gestandaardiseerd, en met soevereiniteit als harde eis. Maar wie vraagt in die aanbestedingen of de informatie leesbaar is zonder de software van de aanbieder? De ene vraag die bepaalt of je werkelijk onafhankelijk wordt of alleen van adres verandert? Die vraag is niet alleen technisch. Het gaat over de vindbaarheid, de leesbaarheid en de ontsluiting van de informatie in jullie organisaties. En zolang niemand hem stelt, verhuizen we de data maar ontsluiten we de informatie niet. Als dit vakgebied dat laat gebeuren, nu de politieke wil er voor het eerst in decennia is, wordt dat de grootste misser die het kan maken.

Twee jaar geleden schreven Rik Maes en Dion Kotteman in dit blad een manifest met de titel ‘Wakker worden, informatieprofessionals!’ Ze constateerden dat de positie van informatieprofessionals geen gelijke tred houdt met het strategische belang van informatie. Dat ze zichzelf verbinder en vertaler noemen in plaats van een plek aan de bestuurstafel op te eisen. Het manifest werd breed gelezen, besproken in een KNVI-podcast, gepresenteerd in Vlaanderen. Maar van een zichtbare verschuiving in de strategische positie van het vakgebied is sindsdien weinig te merken. De vraag is niet meer of we wakker zijn. De vraag is of we opstaan.

Grote maatschappelijke urgentie

Dit vakgebied bestaat al meer dan een eeuw en is vanaf het begin gebouwd op één principe: dat informatie toegankelijk moet zijn. In 2026 is die toegankelijkheid weer in gevaar, alleen om een andere reden. Niet omdat mensen geen bibliotheek hebben, maar omdat de informatie opgesloten zit in formaten die zelfs de organisatie die ze heeft gemaakt niet meer zonder hulp kan lezen.

De politieke wil om de digitale inrichting te herzien is er voor het eerst in decennia. Maar als dat debat alleen gaat over waar de servers staan en niet over wat erin zit, missen we iets fundamenteels. Er staat een lege stoel aan de tafel waar de aanbestedingen worden geschreven. Jullie zijn opgeleid, ervaren en toegerust om op die stoel te zitten.

Dus ja: informatieprofessionals aller organisaties, verenigt u. Niet als gimmick, maar uit grote maatschappelijke noodzaak én urgentie. Ik klop op dit moment bij flink wat mensen en organisaties aan met dit verhaal. Alle hulp is meer dan welkom.

> Reageren op de inhoud? Mail naar redactie@informatieprofessional.nl of deel je gedachten op LinkedIn.


Tips van Martijn

> Boekentip: What They Don’t Teach You at Harvard Business School van Mark H. McCormack
Deze klassieker is de ontbrekende handleiding voor mensen die na hun opleiding voor het eerst aan het werk gaan. Tussen de educatieve wereld en de harde werkelijkheid van organisaties zit een wereld van verschil. Voor mij bleek dit boek een van de meest bruikbare overlevingsgidsen om beter om te gaan met mensen in organisaties.

> App-tip: Anybox
Een fijne app om docs, PDF’s, JPEG’s, URL’s en losse tekst snel te bewaren en te delen met anderen. Ik bewaar er garantiebewijzen, handleidingen en zaken waar ik maandelijks bij moet, en ik kan die overal snel ophalen en delen.


Martijn Aslander is technologiefilosoof, internationaal spreker en auteur.

Deze bijdrage komt uit de papieren IP #2-2026. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.