Zomer in Zweden

Boekhistorische roadtrip voor de nationale bibliografie

De Nederlandse boekenmarkt is een van de grote succesverhalen van de zeventiende en vroege achttiende eeuw. In een wereld die vele malen internationaler was dan wij ons soms voorstellen, werden Nederlandse boeken verhandeld van Lissabon tot Sint-Petersburg. Niet voor niets is de Republiek door historici wel de ‘Boekwinkel van de Wereld’ genoemd. Voor wetenschappers betekent dit dat hun onderzoeksmateriaal over een heel continent verspreid ligt. Boekhistoricus Alex Alsemgeest is een van de bevoorrechte bibliografen die het Nederlands erfgoed in kaart mag brengen voor de nationale bibliografie. Afgelopen jaar reisde hij zes maanden door Zweden om uniek Nederlands erfgoed op te sporen op landgoederen en in kastelen.

Door: Alex Alsemgeest

 

Het is het begin van de herfst. De toeristen hebben Leufstabruk verlaten en de beheerder van het achttiende-eeuwse, Zweedse landgoed heeft een dag vrij genomen. De enorme ijzeren sleutel die ik van haar heb gekregen om de bibliotheek te openen, lijkt een rekwisiet uit een kostuumdrama. Een eend in het water vliegt op als de sleutel in het slot valt. Ik leg mijn tas in de hoek, doe de ramen open en neem plaats achter het bureau van de baron. Althans, ik stel mij voor dat de vroegere eigenaar van het landgoed, industrieel en entomoloog Charles De Geer (1720-1778), aan ditzelfde bureau zat als hij zijn onderzoek of administratie deed.

De Geer was een nazaat van de Amsterdamse ondernemer Louis De Geer (1587-1652), die in het begin van de zeventiende eeuw steenrijk werd met de verkoop van kanonnen aan Zweden. Hij vertrok vervolgens zelf naar het noorden en verkreeg een monopolie op de ijzer- en koperhandel. Hij kocht onder andere de landgoederen Österby en Leufsta ten noorden van Uppsala en kreeg de controle over de nabijgelegen mijn van Dannemora. Een eeuw later bouwden verschillende takken van de familie nog altijd voort op het imperium van Louis De Geer.

Charles was geboren in Zweden, maar bracht het grootste deel van zijn jeugd door in kasteel Rijnhuizen bij Utrecht. Eenmaal terug in Zweden bestelde hij per post duizenden boeken bij de boekhandelaren Samuel en Johannes Luchtmans in Leiden. Daarbij alle grote filosofische werken van de Verlichting, veelal gedrukt in Nederland, maar ook de wat lichtere Franse literatuur met titels als La femme malheureuse en Les sacrifices de l’amour. Je kunt per slot van rekening niet de hele dag Voltaire of Rousseau lezen.

300 onbekende edities

Het is aan deze geschiedenis, die twee landen met elkaar verbindt, te danken dat ik hier een zomer lang in een zwaar aangezet romantisch decor mag werken. Leufstabruk is een verborgen stukje Zweeds-Nederlands erfgoed, waar tussen midzomer en eind augustus in bescheiden mate toeristen komen.

De boeken uit de bibliotheek van Leufstabruk zijn tegenwoordig eigendom van de Universiteitsbibliotheek van Uppsala. In samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag wordt de bibliotheek onder meer ontsloten in de Short-Title Catalogue, Netherlands (STCN), de Nederlandse bibliografie voor boeken tot 1800. Inmiddels zijn meer dan tweeduizend exemplaren uit de bibliotheek van Charles De Geer beschreven, waarvan er ruim driehonderd op geen enkele andere plek bekend zijn dan op dit landgoed in de bossen van midden-Zweden.

Geen aanvraagsystemen, geen balies

Ik kijk uit over het water dat voor de bibliotheek langs stroomt, luister naar het gekwaak van de eenden, en het dringt tot mij door dat ik vandaag helemaal alleen ben in een perfect bewaarde achttiende-eeuwse wereld. Door het open raam vliegt een libelle naar binnen en ik vraag me af hoe een naturalist als Charles De Geer daarop gereageerd zou hebben. Toch niet met zorgen over de conservering van zijn boeken?

Het is in de stilte van de vroege herfst dat je het verleden echt kunt voelen. Geen toeristen, geen auto’s, geen geluid anders dan de bomen, het water en de insecten. Hetzelfde geldt voor de bibliotheek, alles uit de moderne wereld lijkt verdwenen. Hier zijn geen aanvraagsystemen, geen balies en andere goedbedoelde belemmeringen die tussen mij en de achttiende eeuw staan. Hier pak ik de boeken één voor één van de plank om te zien of er misschien een unieke Nederlandse editie te vinden is. En die zijn er

Stiftbibliotheken

Mijn bibliografische reis is begonnen in april. Net als de schepen van vroeger heb ik keurig gewacht tot het laatste ijs in het noorden verdwenen was – al gaat dat tegenwoordig helaas wat sneller dan in de achttiende eeuw. Een eerste logische stop op de route is de universiteitsstad Lund.

Sinds de Vrede van Roskilde in 1658 hoort het al bij Zweden, maar toch doen het landschap, de huizen, de taal en ook de collecties van de bibliotheek Deens aan. Een van de aardigste stukken uit de collectie is een werk van de Nederlandse taalkundige Marcus Zuerius van Boxhorn (1612-1653) met een handgeschreven opdracht aan Corfitz Ulfeldt, een Deense landverrader die het tolgeld van de zeestraat de Sont achteroverdrukte en daarmee een Zweeds leger financierde dat zijn vaderland binnenviel.

Zweden wordt pas echt Zweeds als je de provincie Skåne verlaat en noordwaarts trekt richting stadjes als Växjö, Skara, Linköping, Strängnäs en Västerås. Niet alleen omdat je dan door de dichte bossen van Småland komt, langs de oevers van Vättern rijdt, mogelijk je eerste eland ziet en langzaam de wereld ervaart die je als kind in de boeken van Astrid Lindgren hebt leren kennen, maar ook omdat er in elk van deze vijf stadjes een stiftbibliotheek is.

Zo’n soort bibliotheek is ontstaan door een samensmelting van de collecties van de kerk en de Latijnse school. Het is verrassend dat er ook in deze bibliotheken, ver weg van de kust en de historische handelsroutes over zee, grote hoeveelheden Nederlandse boeken zijn te vinden. En niet alleen maar stichtelijke literatuur en zware theologie. Jaren geleden stuitte wijlen Piet Verkruijsse in Linköping op een onbekend gedicht van Bredero. Niemand kon deze letterkundige en boekhistoricus vertellen hoe het daar terecht was gekomen. Het lag er gewoon.

Zweedse studenten

Wie in de luxe positie verkeert om langer in de collecties van de stiftbibliotheken te mogen kijken, en wellicht na veel koffie drinken met charmante Zweedse bibliothecaressen het voorrecht krijgt om zélf in een magazijn te mogen struinen, ziet dat boeken nooit ‘zomaar’ ergens liggen. Aan ieder exemplaar is wel een geschiedenis verbonden die het zou verdienen om tot een roman uitgewerkt te worden. Zo blijken verschillende boeken uit deze collecties door Zweedse studenten in de Republiek gekocht te zijn.

In Västerås zie ik de verzamelde werken van de Franse hugenoot en latere Leidse professor André Rivet (1572-1651), met een aantekening op de titelpagina waaruit blijkt dat dit exemplaar in 1661 door de Zweedse student Erik Broman in Leiden is gekocht. Je ziet de arme Broman bij wijze van spreken zwetend, met twee folianten onder zijn arm, door bossen en langs oevers trekken, tot hij ze heeft afgeleverd bij het in 1621 opgerichte Rudbeck Gymnasium in Västerås. Zo is het vast niet gegaan, maar de geschiedenis illustreert hoe diep het Nederlandse boek tot in de vergeten hoekjes van Europa is doorgedrongen.

Stoot adrealine

Vanuit Västerås loopt een weg dwars door het meer Mälaren naar het prachtig gelegen en historisch gezegende stadje Strängnäs. Hier werd in 1523 Gustav Vasa tot koning uitgeroepen en daarmee is in Strängnäs het vroegmoderne Zweden geboren. In de ‘Roggeburcht’ (Roggeborgen) is tegenwoordig de stiftbibliotheek van Strängnäs gevestigd.

Op een mooie zomerse dag in juli blader ik door de boeken in de zaal waar Gustav Vasa destijds tot koning was benoemd. Ongetwijfeld zijn er in vijfhonderd jaar de nodige cosmetische aanpassingen aan de ruimte gedaan, maar het uitzicht over het meer is nog precies als toen. Was ik twee dagen later naar Strängnäs gekomen, had ik over datzelfde meer een paar mannen op waterscooters weg zien stuiven die kort daarvoor de Zweedse kroonjuwelen uit de domkerk hadden gestolen.

Ik moet bekennen dat ik tijdens mijn bezoek de kroonjuwelen niet eens gezien heb. Strängnäs is de enige plaats in Zweden waar de domkerkbibliotheek nog altijd in de kerk is gevestigd, los van de stiftbibliotheek. In de domkerk ging mijn aandacht dan ook uit naar de stoffige boeken in plaats van het blinkende goud.

Op basis van een bibliografie uit 1863 bestond het vermoeden dat er in de domkerk een unieke editie van Torrentius uit 1521, gedrukt bij Albertus Pafraet in Deventer, te vinden zou zijn. Er bestond echter enige twijfel of het boek de stadsbrand van 1871 overleefd zou hebben. Het moment waarop ik het lichtgeblakerde, maar van binnen ongehavende exemplaar in handen heb, gaat er een stoot adrenaline door mijn lichaam. Pure opwinding. Vergelijkbaar met wat de juwelendieven twee dagen later zouden ervaren toen ze op waterscooters met hun buit over het meer vluchtten.

Skokloster

Aan de noordkant van Mälaren ligt het barokke kasteel Skokloster. Het is in het midden van de zeventiende eeuw gebouwd voor staatsman en militair graaf Carl Gustaf Wrangel (1613-1676) en in de daaropvolgende eeuwen door zijn erfgenamen tot de nok toe gevuld met schilderijen, wandtapijten, meubels, wapens, wetenschappelijke instrumenten en boeken. De bibliotheek van in totaal dertigduizend banden is verdeeld over zeven kamers op de bovenste verdieping, in de oostelijke flank van het kasteel uitkijkend over het meer.

In de winter kan het in de bibliotheek tien graden vriezen, en wie er te vroeg in het voorjaar op bezoek komt, merkt dat de kou lang blijft hangen tussen de dikke muren van het kasteel.

Een groot deel van de maand mei zit ik te verkleumen tussen de boeken. Vaak heb ik net een uurtje door Nederlandse boekjes gebladerd, als de conservator mij uit zelfbescherming voorstelt om beneden in het kasteel in de enige verwarmde ruimte een kop koffie te gaan drinken. Kaneelbol erbij, zeg dan maar eens nee.

Op de trappen loop je langs verschillende Nederlandse zeegezichten, onder andere van Scheveningen en de tocht naar Chatham. Verderop hangt een portret van Michiel de Ruyter. Carl Gustaf Wrangel bestelde ooit in één klap twaalf schilderijen bij zijn agent in Amsterdam. Andere werken belandden in Skokloster als oorlogsbuit uit Praag en Kopenhagen.

Gevonden tekstfragment

Skokloster is ook de plaats waar je begrijpt dat alle materiële cultuur met elkaar samenhangt. Hetzelfde schip dat de door Wrangel bestelde schilderijen vervoerde, had ook boeken, een lading thee en zelfs de dakpannen voor het dak van het kasteel aan boord. Je kunt de boeken niet los zien van hun context.

Toen ik begin september weer in Skokloster was, keken twee Amerikaanse onderzoekers met een endoscoop naar de binnenkant van telescopen. Net als boekbanden werden deze vaak verstevigd met maculatuur, het restafval uit de drukkerijen. Op het scherm van de Amerikanen verschijnt een fragment van een Engelse tekst. Iets religieus, zo denken ze, maar veel verder komen ze niet.

Twee collega’s van de Koninklijke Bibliotheek, die ik een afbeelding van de tekst mailde, hadden in een paar minuten de exacte pagina en editie, inclusief het jaar en de plaats van uitgave, van het tekstfragment gevonden. ‘Londen 1644,’ luidt het antwoord.

Voor de Amerikanen is dit essentiële informatie om vast te kunnen stellen waar en wanneer de telescoop gemaakt zou kunnen zijn.

Natuurlijk willen ze weten hoe mijn collega’s in Den Haag dit zo snel hebben ontdekt. Het is een combinatie van vakinhoudelijke kennis, betrouwbare bibliografische gegevens en een groot corpus aan gedigitaliseerde teksten. Eigenlijk is het de legitimering van een bibliografische expeditie zoals die van mij en het jarenlange werk van alle collega’s aan prachtige databases als de STCN en Delpher.

Leufstabruk

In de bibliotheek van Leufstabruk heb ik de libelle met zachte hand naar buiten begeleid. Charles De Geer had hem vast op een speldje geprikt, zo bedenk ik mij nu. Hij was per slot van rekening entomoloog.

Hier in Leufsta ben ik bijna klaar met mijn deel van het project: vaststellen welke boeken er zijn en dat registreren in de STCN. De ruim driehonderd edities die nog niet bekend waren, zullen door onze Zweedse collega’s worden gedigitaliseerd en beschikbaar worden gesteld in Delpher. Zo hoeft u de luie stoel niet meer uit om de boeken uit de bibliotheek van Leufstabruk te bestuderen, al kan ik mij eerlijk gezegd niet voorstellen dat u daar nu nog genoegen mee neemt. In een uithoek van Europa zoals Leufstabruk in het noorden van Uppland zal het niet snel stormlopen, maar deze zomer zullen er vast en zeker een paar extra Nederlandse toeristen stoppen.

Alex Alsemgeest is boekhistoricus en bibliograaf

Deze bijdrage komt uit IP nr. 5 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.