Wisselcolumn: De overheid: organisatie zonder brein?

Door: Marlies van Eck

Het is een beproefd recept voor spannende series: iemand wordt op spectaculaire wijze ingerekend maar in de verhoorkamer heeft de persoon weinig nut. De kleine vis weet niet wie er aan de touwtjes trekt. Ook na klappen levert zijn getuigenis niets op. De rechercheur weet nog steeds niet wie de baas is, hoe de bende aan het geld komt en wat de volgende actie zal worden. 

Dit is, zo leren wij kijkers, hoe je een succesvolle criminele organisatie leidt; ieder doet een beetje. Ondertussen ligt de grote baas in een hangmat verveeld wat orders uit te delen terwijl ze precies weet wat ze doet. Niet voor niets wordt zij ‘het brein’ genoemd.

De ambtenaar in de digitale en versnipperde overheid van nu lijkt veel op zo’n kleine vis. Je zou de systeemontwerper, architect, procesbewaker, ketenregisseur, informatieanalist, CIO, bezwaarmedewerker, wetgevingsjurist, callcenteragent, Secretaris-Generaal of gemeentesecretaris een voor een kunnen arresteren en verhoren. Het zal je alleen niet helpen als je wilt weten welke wetten deze persoon uitvoert, wat zijn specifieke rol precies is en welk effect dit heeft op een individuele burger. Dat hoeft ook niet, want in de wereld van superspecialisten is het niet effectief als iedereen zich met elkaar bemoeit. Uitermate handig. Mits er natuurlijk een brein is dat aan de touwtjes trekt.

In mijn onderzoek naar de rechtsbescherming bij besluiten die door de computer worden genomen, heb ik talloze bevlogen, geïnteresseerde en deskundige ambtenaren gesproken. Ik vroeg hen om uitleg over processen waar bijna alle mensen in Nederland mee te maken hebben. 

Ik werd nogal vaak doorverwezen. Een estafetterace zonder finish. Zei de een dat ik bij de ander moest zijn, dan noemde de ander weer een nieuwe naam die vervolgens ook geen antwoorden wist, maar wel gehoord had dat een andere collega iets wist. Uiteindelijk was er geen conclusie mogelijk. De persoon die wist hoe het uitpakte voor een individuele burger, leidde een zeer onzichtbaar bestaan of bestond niet.

Wat hierbij niet helpt, is de waanzinnige complexiteit waarbinnen de overheid haar taken moet uitvoeren. Een programmeur noemt dit spaghetticode. Beleidsambtenaren of bestuurders noemen dit ketensamenwerking en spreken over stelselverantwoordelijkheid. 

Ik kwam op de werkvloer geen enkele ambtenaar tegen die de uitvoering logisch of overzichtelijk vond. Het was zo gegroeid, een politieke of bestuurlijke keuze en daarbinnen moest het gebeuren. Als iedereen denkt dat er op de achtergrond wel een alles overziend brein is, ontstaat er iets dat Margriet Oostveen in de Volkskrant typisch Nederlands noemt. Een lange opsomming van deelverantwoordelijkheden waarbij iedereen zijn bijdrage kan afbakenen en afvinken en door kan schuiven naar de volgende in de keten. We moeten stoppen met doen alsof dit effectief bestuur is.

Om de burger in Nederland te beschermen tegen andere mensen (‘zaak’ Hümeyra), zichzelf (‘zaak’ Dolmatov) of de overheid (computerbesluiten), pleit ik voor een rigoureuze simplificatie. In deze simplificatie wordt de burger centraal gesteld en van daaruit bepalen de verantwoordelijke meesterbreinen welke wetten door welke organisaties moeten worden uitgevoerd. 

Kansloos? In Noorwegen is het simplificeren van de overheid jarenlang een speerpunt geweest. Een van de ideeën daarbij is dat je als burger niet meer bij de verkeerde overheidsdeur kan aankloppen. Nooit meer van het kastje naar de muur! Zo simpel, het is bijna geniaal. 

Marlies van Eck is adviseur bij Hooghiemstra & Partners en universitair docent bij eLaw Universiteit Leiden

Deze bijdrage komt uit IP nr. 9 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.