Wanted: information professional

IP sprak zes informatieprofessionals met een internationale achtergrond. Hoe was het voor hen om in Nederland aan de slag te gaan? Hoe ervaren ze onze werkcultuur? En welke Hollandse verworvenheden doen hun hart sneller kloppen? Van innovatiedrang tot werk-privébalans en van fiets tot frikandelbroodje.

Door Dafne Jansen


‘Nederlanders zouden wat vaker doelloos hun tijd met collega’s moeten doorbrengen’

Wie: Miriam Braskova

Wat: data steward en coördinator wetenschappelijke integriteit

Waar: Erasmus Universiteit (EUR)

Sinds: 2018

Komt uit: Slowakije

Miriam Braskova is opgeleid in Slowakije en heeft voordat zij naar Nederland kwam twee jaar in Israël gewerkt. Bij de EUR maakt ze deel uit van een team waar al meerdere internationale medewerkers aanwezig waren en dat maakte integreren relatief eenvoudig, zo vertelt ze. ‘Ik voelde me vanaf de eerste dag welkom.’ Dat ze desondanks veel e-mails en verslagen in het Nederlands ontvangt ervaart ze niet als een probleem. ‘Mijn Nederlandse leesvaardigheid verbetert continu.’

De Nederlandse cultuur beschrijft ze als rationeel, de werkcultuur als professioneel: ‘Er is een sterke nadruk op persoonlijke ontwikkeling en verantwoordelijkheid nemen voor je eigen keuzes.’ Ze is lovend over dit professionalisme, maar zou ook graag zien dat Nederlanders wat vaker doelloos hun tijd met collega’s zouden doorbrengen. ‘Gewoon om elkaar als mens beter te leren kennen. Dit komt de samenwerking uiteindelijk ten goede, evenals de persoonlijke ontwikkeling. Door anderen te leren kennen leer je jezelf kennen.’

De top bereiken

Normaal gesproken begint Braskova haar werkdag met het drinken van een cappuccino, het lezen van mails en daarna het bijwonen van een reeks vergaderingen en overleggen met zowel naaste collega’s als onderzoekers die ze adviseert. Sinds de coronacrisis drinkt ze ’s ochtends groene thee en zijn de vergaderingen en overleggen online. Op dit moment ervaart ze geen problemen met het thuiswerken, maar ze heeft wel wat zorgen over het leggen van nieuwe contacten en het opstarten van nieuwe initiatieven. ‘Maar we zitten nu eenmaal allemaal in hetzelfde schuitje.’

Wat Braskova echt mist in Nederland zijn de bergen: ‘Als je eenmaal de vrijheid hebt ervaren van de top bereiken en al die wilde schoonheid van bovenaf bekijken blijft dat je je hele leven bij.’ Als ze ooit weer zou vertrekken uit Nederland zou ze haar fiets meenemen. De kaas en de stroopwafels laat ze graag liggen voor de toeristen.


‘Ik mis soms de Amerikaanse bigger, better and more-mentaliteit’

Wie: Gregory Markus

Wat: projectleider

Waar: Beeld en Geluid

Sinds: 2013

Komt uit: de Verenigde Staten

Gregory Markus kwam bij Beeld en Geluid terecht via een stage. Hij volgde destijds een master European Studies in Amsterdam, na zijn bachelor in de Verenigde Staten te hebben behaald. Hij voegde zich bij Beeld en Geluid bij een team waar hij de enige international was – met Nederlands als voertaal. ‘Dat is nog steeds het geval’, vertelt hij, ‘maar na acht jaar op Hollandse bodem kan ik de taal vrij gemakkelijk volgen. Ook is het personeelsbestand de afgelopen jaren meer divers en internationaal geworden.’ Of hij drempels heeft ervaren? ‘Goed werk is goed werk, onafhankelijk van de taal die je spreekt.’

Markus is enthousiast over de mate van vertrouwen die er is op de werkvloer in Nederland: ‘Mensen geven elkaar de ruimte om gewoon hun werk te doen.’ De keerzijde hiervan is dat hij soms de Amerikaanse mentaliteit mist, waarin het draait om bigger, better and more. Nederlanders ervaren dat als streberig en stressvol, maar in zijn optiek zou de Nederlandse gelatenheid wel eens voor meer stress kunnen zorgen.

Echte sneeuwstorm

Markus is dankbaar voor de kansen die hij heeft gekregen bij Beeld en Geluid: ‘Niet veel mensen krijgen de mogelijkheid hun eigen droombaan vorm te geven.’ Alleen de koffie mag wel wat beter, grapt hij. Nu hij noodgedwongen thuiswerkt mist hij het ritueel van naar het werk gaan. Thuiswerken op de 35 vierkante meter die hij met zijn vriendin deelt is sowieso een uitdaging, maar hij mist ook het werken tussen collega’s. ‘De mogelijkheid om even naar elkaar toe te lopen en een vraag te stellen of advies te vragen.’

Wat zijn thuisland voorheeft op Nederland? Een golvend landschap en op zijn tijd een echte sneeuwstorm. Maar het Hollandse frikandelbroodje maakt een heleboel goed. ‘Liefst op kamertemperatuur of opgewarmd in de magnetron.’


‘Ik zie een welwillendheid om meer internationale medewerkers het team binnen te halen’

Wie: Jacques Flores

Wat: research data management consultant

Waar: Universiteitsbibliotheek van Utrecht

Sinds: 2018

Komt uit: Peru

Jacques Flores is door zijn Nederlandse verloofde in Europa beland, met een tussenstop in Canada. Hij begon zijn carrière als promovendus in de neurowetenschappen, maar moest noodgedwongen een carrièreswitch maken toen hij allergisch bleek voor knaagdieren. Zo kwam hij bij de UB van Utrecht terecht.

Toen hij in dienst trad werden er voor andere functies ook voor het eerst internationals aangenomen: ‘Ik zie een welwillendheid om meer internationale medewerkers het team binnen te halen. Dit werd toen ik hier kwam werken ook bevestigd door het management.’ Hierdoor voelde hij zich vanaf dag één welkom in de organisatie.

Hardlopen

Flores heeft weinig last van taalbarrières. Collega’s vinden het geen probleem om van Nederlands naar Engels te switchen, en documenten en mails haalt hij door een vertaalprogramma. Alleen bij lange documenten werkt dit niet zo goed, maar hij is daardoor noodgedwongen goed geworden in het filteren van de belangrijkste informatie uit een tekst. Een vaardigheid die volgens hem cruciaal is als informatieprofessional en die hij als international heeft kunnen perfectioneren. Net als ‘snel kunnen leren en jezelf aanpassen’.

De afgelopen weken hebben veel gevraagd van Flores’ aanpassingsvermogen, want op een normale werkdag wandelt hij over de campus waar hij met diverse onderzoekers op locatie afspraken heeft. Nu vinden die afspraken vooral online plaats en compenseert hij de beweging door tussen de middag even te gaan hardlopen.

Hij mist zijn familie, vrienden en het eten thuis, maar is een grote fan van stroopwafels. ‘Ik neem ze altijd mee naar Peru en deel ze uit aan vrienden.’


‘Ik bewonder het Nederlandse zelfvertrouwen’

Wie: Pablo Uceda Gómes

Wat: functioneel beheerder van de afdeling Digitalisering & Documentverwerking

Waar: Koninklijke Bibliotheek

Sinds: 2018

Komt uit: Spanje

Pablo Uceda Gómes is zeven jaar geleden uit Spanje vertrokken vanwege de economische crisis. Het was (en is) voor Spaanse jongeren moeilijk om een vakinhoudelijke functie te vinden. Hij heeft een tijdje in Londen bij het British Film Institute gewerkt. Daarna vond hij een baan in Nederland bij Europeana. Weer later volgde een functie bij Atria, Kennisinstituut voor Vrouwengeschiedenis. En sinds dit jaar is hij werkzaam bij de KB.

Over zijn overstap van het internationaal georiënteerde Europeana naar het relatief kleine instituut Atria vertelt hij dat het een welkome stap was, want hij wilde graag de taal leren. Aan zijn vlekkeloze Nederlands te horen is dat gelukt. Uceda Gómes heeft de indruk dat veel Nederlanders gewend zijn met internationals samen te werken en hij heeft nooit problemen ervaren. Wat hij bewondert is het Nederlandse zelfvertrouwen: ‘Ik denk dat Nederlanders veel vertrouwen in zichzelf hebben als ze een idee verdedigen.’ Dat neemt hij zeker mee als hij ooit terugkeert naar Spanje, net als ‘de waardering voor innovatie, de relatieve gelijkheid op de werkvloer en de goede werk-privébalans.’

Perfect online werken

Op dit moment werkt Uceda Gómes thuis: ‘Gelukkig heb ik al mijn tools online en kan ik perfect online werken. De publicatie van documenten in Delpher gaat gewoon door.’ Het grootste verschil met de situatie voor de coronacrisis is het ontbreken van het dagelijks contact met collega’s.

Natuurlijk mist hij ook dingen als Spanjaard in Nederland, zoals familie, vrienden en het eten (in die volgorde).


‘Ik zie informatieprofessionals als een wereldwijde learning community’

Wie: Brigette Lee

Wat: bibliothecaris

Waar: NHL Stenden Hogeschool in Friesland

Sinds: 2016

Komt uit: Zuid-Afrika

Brigette Lee is 25 jaar geleden vanuit Zuid-Afrika naar Nederland geëmigreerd. Ze studeerde Engels in Groningen en haalde haar master in Librarianship aan de Universiteit van Sheffield. Inmiddels werkt ze vier jaar voor de Friese NHL Stenden Hogeschool. Deze baan is voor haar een lot uit de loterij; zij heeft het na het behalen van haar MA-diploma als heel moeilijk ervaren om een functie in de bibliotheeksector te vinden.

Lee voelt zich thuis bij het internationaal georiënteerde Stenden: ‘We hebben locaties op Bali en in Qatar, Bangkok en Zuid-Afrika, evenals studenten uit alle windrichtingen die hier in Leeuwarden komen studeren.’ Omdat zowel docenten als studenten vaak een internationale achtergrond hebben is bijna alle communicatie tweetalig. Van taalbarrières is dan ook geen sprake.

Onderwijsondersteuning

In haar dagelijks werk helpt Lee met het zoeken van informatie, en ook nu ze thuiswerkt gaat dat door: ‘Binnenkort geef ik mijn eerste les informatievaardigheden via Teams!’ Er is sowieso veel behoefte aan onderwijsondersteuning op dit moment en studenten weten haar goed te vinden, zegt ze. ‘Vooral studenten die opdrachten moeten inleveren en vragen hebben over hun literatuurlijsten en de APA-richtlijnen.’

Op de vraag of zij tijdens haar loopbaan bepaalde lessen heeft geleerd antwoordt ze dat ze informatieprofessionals als een wereldwijde learning community ziet. ‘We hebben zoveel materiaal ontwikkeld dat mensen gratis online kunnen raadplegen en gebruiken. Ik denk dat we, dankzij het internet, constant van elkaar leren.’

Ze mist Zuid-Afrika soms wel, zowel vanwege het weer als de mensen. ‘Zuid-Afrikanen zijn heel hartelijk en relaxed.’ Als ze ooit uit Nederland vertrekt is ze van plan om flink koffie en kaas in te slaan.


‘Covid-19 vormt een enorme bedreiging voor de cultuursector’

Wie: Sandra Fauconnier

Wat: program officer GLAM and Structured Data

Waar: Wikimedia Foundation

Sinds: 2017

Komt uit: België

Sandra Fauconnier heeft Kunstgeschiedenis gestudeerd in Gent en werkt sinds eind jaren negentig van de vorige eeuw in de culturele sector. In 2000 maakte ze de overstap naar Nederland: ‘Ik zag een mooie vacature bij V2_, Lab for the Unstable Media in Rotterdam, als archivaris. Ik solliciteerde en kreeg de job!’ In 2003 werd ze, toen nog in haar vrije tijd, actief voor Wikipedia. Acht jaar geleden verschoof de focus van haar werk steeds meer van archiveren naar samenwerken tussen culturele instellingen en Wikimedia (GLAM-Wiki). Dat is inmiddels ook de hoofdmoot van haar activiteiten geworden.

Toen zij in 2000 naar Nederland kwam had Fauconnier de indruk dat Nederlandse culturele instellingen meer openstonden voor innovatie en (nationale en internationale) samenwerking dan Belgische. Het lijkt alsof dat tij gekeerd is, meent ze. ‘Inmiddels gebeuren er in Vlaanderen meer vooruitstrevende dingen – de wet van de remmende voorsprong? Denk aan erfgoed rond podiumkunsten. In België werd al vroeg gewerkt met Wikidata als internationale commons-based linked open data-infrastructuur. Ik heb veel minder vertrouwen in de Nederlandse situatie waar de cultuursector aanstuurt op decentralisatie van linked data. Klinkt heel “autonoom” en is prima haalbaar voor untouchable grote instellingen, maar wie zal dat gaan organiseren en blijven betalen voor al die kleine organisaties?’

Wafel met slagroom

Van een taalbarrière tussen Nederland en Vlaanderen is dan misschien geen sprake, wel ondervindt Fauconnier een cultureel verschil. Zo merkt ze dat haar Belgische collega’s bescheidener zijn dan haar Nederlandse. En ze blijft de Belgische joie de vivre missen. ‘De appreciatie voor kwaliteitsproducten en lekker eten, het ruime assortiment in voedingswinkels en supermarkten, de meer verfijnde lunch, en de wafel met slagroom op zondagmiddag.’

Digitale duurzaamheid

Haar werksituatie is door de coronacrisis grappig genoeg niet echt veranderd, vertelt ze. ‘Bij de Wikimedia Foundation werken we al grotendeels remote – met teams die vaak vijf tot zes tijdzones overbruggen. Er wordt dus niet dagelijks fysiek samengewerkt, maar in plaats daarvan reizen we met z’n allen een of twee keer per jaar naar een plek waar we face-to-face met elkaar samenwerken. Dat laatste kan nu uiteraard even niet meer.’

Toch houdt de crisis haar wel dagelijks bezig, en dan vooral waar het digitale duurzaamheid betreft. ‘Ik heb de cultuurbezuinigingen van 2011 aan den lijve ondervonden; de instelling waar ik toen werkte, het Nederlands Instituut voor Mediakunst, werd weg bezuinigd. Covid-19 vormt nu een enorme bedreiging voor de cultuursector.’ Fauconnier betoogt dat juist bij kleinschalige en niet-mainstream initiatieven digitaal geheugen letterlijk verloren dreigt te gaan. Transnationale, commons-based initiatieven kunnen een stabiel alternatief bieden, meent ze.


Dafne Jansen is redacteur van IP en projectmanager bij de Universiteit Utrecht.

Deze bijdrage komt uit IP #4/2020. Het gehele nummer kun je hier lezen.