Door Wouter Bronsgeest
Generatieve AI-tools maken fouten bij de berekeningen van woordvolgordes. AI is geen ‘mens’, het is een serie rekencodes. Toch praten velen met AI alsof het een mens is, en noemen ze de fouten liefkozend ‘hallucinaties’. Wonderlijk.
Met dit beeld in gedachten las ik twee mooie boeken. Het eerste boek gaat over hoe je creativiteit kunt versterken en kunt leren. Iedereen heeft het in zich. Het creatiezaadje zit in je lijf, in je zijn. Wandelen, licht, muziek, literatuur, menselijk contact, aanraking – allemaal impulsen die je kunt gebruiken om je creativiteit te laten ontpoppen en bloeien.
Lange beslisboom
Het tweede boek is uit de Harvard-serie voor managers die generatieve AI willen inzetten. Want, zo is de stelling, als je niet gestart bent loop je al enorm achter. AI is een behulpzame partner, co-pilot en coach. Bijna een menselijke collega. Het boek leest als een lange beslisboom: hoe je je als manager kunt verbeteren als functionaris (vraag en spiegel je gedachten in een GPT-sessie). Hoe je je werk beter kunt organiseren (consulteer je werkaanpak in een GPT-sessie). Hoe je je team beter kunt aansturen (roep de hulp in van je AI-coach). Hoe je beter kunt solliciteren voor een nieuwe functie (oefen het met je AI-sparringpartner die jouw – met AI gegenereerde – cv helemaal doorgrondt).
Zelf blijven nadenken
De gespreksresultaten voeren terug naar dezelfde AI-tool, tot we allemaal dezelfde vragen en antwoorden reproduceren. Uiteraard sluit ieder hoofdstuk van het boek af met de opmerking dat je wel zelf moet blijven nadenken, kritisch moet zijn en antwoorden dient na te lopen (want: hallucinaties).
De waarschuwingen zijn als de handleiding bij de mobiele telefoons die ooit hun intrede deden: gebruik met mate. Intussen kunnen we niet meer zonder. De een gebruikt het apparaat om het leven te vergemakkelijken. De ander heeft concentratieproblemen, oogschade, stralingsschade, nekschade en een dopamineverslaving opgelopen …
Beste zandbakherinnering
Ik weet in ieder geval wat ik ga doen als ik straks de eerste sollicitant ondervraag die met een AI-coach heeft geoefend en die informatie ‘regurgitates’ en ‘ruminates’. Ik stel natuurlijk geen enkele voorgeoefende vraag. Eens kijken wat er gebeurt als ik een jointje klaarleg, of als ik eerst vraag een cappuccino met suiker te halen of hoe hun beste zandbakherinnering is. En dan letten op de reactie. Hoewel deze vragen na publicatie van deze tekst waarschijnlijk al zijn achterhaald. Die zijn namelijk al opgegeten door een volgend generatief model. Onder het mom van creativiteit!
Wouter Bronsgeest is duovoorzitter KNVI en associate lector Data Driven Government aan de Hogeschool Utrecht.
Deze bijdrage komt uit het digitale magazine IP #3-2026. Klik op de onderstaande button om het hele nummer te lezen.
