Lhbtiqa+-personen en -onderwerpen mogen dan vaker op de Nederlandse tv aan bod komen, maar dit leidt niet automatisch tot een inclusievere of genuanceerdere representatie. Verregaande generalisatie, polarisatie en sterke nadruk op conflict zijn prominente kenmerken van hoe lhbtiqa+ in beeld wordt gebracht. Dat blijkt uit recent onderzoek van BENEDMO.
Een van de opvallendste patronen in de Nederlandse nieuwsvoorziening op televisie is generalisatie. In nieuws- en actualiteitenprogramma’s worden lhbtiqa+-kwesties doorgaans besproken onder brede verzamelnamen als ‘lhbtiqa+’ of ‘lhbtiqa+’ers’. Specifieke identiteiten als lesbisch en homoseksueel komen veel minder vaak aan bod, terwijl groepen als biseksuelen, intersekse personen, agenders en aseksuelen vrijwel volledig onzichtbaar zijn. Dit leidt er volgens het onderzoek toe dat de interne diversiteit van de gemeenschap wordt genegeerd en lhbtiqa+-personen als één homogene sociale en politieke categorie worden gepresenteerd. ‘Dit patroon sluit opvallend aan bij desinformatienarratieven online, zoals die rond de vermeende “gay agenda”, waarin diverse seksuele en genderidentiteiten eveneens worden gereduceerd tot één gecoördineerde politieke actor met een verborgen motief.’
Polarisatie en debat
Transgenders en transgendergerelateerde onderwerpen vormen hierop echter een uitzondering. Een onevenredig groot deel van de media-aandacht binnen de lhbtiqa+-verslaggeving op televisie gaat juist naar deze groep, al is dat bijna uitsluitend in de context van polarisatie en debat. De berichtgeving concentreert zich rond een beperkt aantal medische kwesties (puberteitsremmers en hormoonbehandelingen), juridische discussies (gendererkenning en deelname aan sport) en verhalen die focussen op transitie versus detransitie.
Valkuil van ‘two-sidesism’
Uit het onderzoek blijkt ook dat tv-programma’s hun onderwerpen niet selecteren met acceptatie of inclusie als doel, maar vooral kiezen op basis van conflict, controverse of maatschappelijk risico. Dat werkt in twee richtingen, stelt BENEDMO vast: lhbtiqa+-gemeenschappen worden enerzijds neergezet als kwetsbare slachtoffers van geweld en discriminatie en anderzijds gepresenteerd als een object van maatschappelijke zorg en achterdocht. Dit laatste is bijvoorbeeld zichtbaar in debatten over seksuele voorlichting op scholen of over dragcultuur die regelmatig worden geframed als een ‘bedreiging voor kinderen’.
Actualiteitenprogramma’s proberen hun journalistieke objectiviteit vaak aan te tonen door middel van ‘two-sidesism’: het organiseren van een debat rondom twee lijnrecht tegenover elkaar staande standpunten. Maar dit leidt regelmatig tot een structureel ongelijke verhouding. Als voorbeeld noemt het onderzoeksrapport een tv-uitzending waarin meerdere vertegenwoordigers van antitransgenderorganisaties, een detransitioner en slechts één transgender persoon debatteren over de ‘toenemende trend’ van transitie. ‘Het debat over de identiteit zelf overschaduwt hierbij de daadwerkelijke geleefde ervaringen en het empirische bewijs.’
Visuele clichés versterken stereotypes
Ook op visueel vlak schieten redacties tekort door een sterke afhankelijkheid van een beperkt aantal visuele clichés, constateert het onderzoek. ‘We zien veelvuldig beelden van Pride-parades, regenboogvlaggen en dragqueens om lhbtiqa+-onderwerpen te illustreren, zelfs als deze beelden geen directe, bewijskrachtige link hebben met het specifieke nieuwsitem – zogenaamde “drift visuals”.’
Zo beschrijft het rapport een nieuwsitem over brandstichting bij een Rotterdams café waarbij de politie homofobie vermoedt en de omroep geen beelden van het incident ter plaatse gebruikt, maar van een dragqueen die haar make-up aanbrengt. ‘Deze keuzes, die vaak voortkomen uit tijdsdruk, archiefbeschikbaarheid en licentiekosten, dragen bij aan subtiele sensatiezucht en het versterken van stereotypes’, aldus het rapport.
Rol van media-archieven
BENEDMO waarschuwt afsluitend dat ‘deze eendimensionale mediarepresentatie dreigt te worden gereproduceerd in de geschiedschrijving, aangezien audiovisuele archieven bewaren wat er op televisie te zien is’. Daarom het pleidooi voor archiefinitiatieven zoals Queering the Collections (uitgevoerd door onder andere Beeld & Geluid en IHLIA). ‘Deze projecten proberen actief blinde vlekken in collecties te identificeren en ondervertegenwoordigde, alledaagse verhalen beter vindbaar en toegankelijk te maken.’
> Het rapport ‘Voorbij Zichtbaarheid. Hoe Nederlandse nieuws- en actualiteitenprogramma’s LHBTQIA+-thema’s in beeld brengen’ werd geschreven door Gabrielle Aguilar van Gend (onderzoeker Beeld & Geluid) als onderdeel van het werk van BENEDMO. BENEDMO is een Vlaams-Nederlands expertisenetwerk dat zich richt op het detecteren, monitoren, bestuderen en bestrijden van desinformatie. Het initiatief fungeert als een van de veertien regionale hubs van het bredere European Digital Media Observatory (EDMO).
Factcheckcampagne lhbtiqa+-desinformatie in Emancipatienota
Vorige maand stuurde het kabinet de nieuwe Emancipatienota naar de Tweede Kamer. Een belangrijk onderwerp hierin is vrijheid, gelijkwaardigheid en veiligheid voor iedereen. Het beleid richt zich op het aanpakken van hardnekkige stereotypes en maatschappelijke ongelijkheid, terwijl het tegelijkertijd inspeelt op moderne dreigingen zoals online desinformatie. In de nota wordt ook de deep dive in nepnieuws en onwaarheden over lhbtiqa+ van Nieuwscheckers aangehaald, onderdeel van de BENEDMO-factcheckcampagne over lhbtiqa+-desinformatie.
Deze bijdrage komt uit het digitale magazine IP #7-2026. Klik op de onderstaande button om het hele nummer te lezen.
