Bedrijfsarchief: Tussen trots en schaamte – ABN AMRO en de Tweede Wereldoorlog

Door Cindy Lammers

Niet zelden gaat er bij bedrijven iets mis. Denk aan een verkeerde beslissing die (ooit) is genomen, of een pijnlijk verleden dat men liever niet (al te veel) oprakelt. Hoe ga je als onderzoeker en bedrijf om met deze zwarte bladzijden in de bedrijfsgeschiedenis? Deel 2 van een tweeluik biedt een kijkje in de archieven van ABN AMRO en zijn oorlogsverleden.

Dat op 21 april iemand van ABN AMRO zal komen spreken tijdens de online lezingenreeks Omgaan met zwarte bladzijden in bedrijfserfgoed en -archief had niet beter kunnen worden gepland. Een week ervoor verschijnt namelijk het rapport over het slavernijverleden van de bank. De lezing van Jaap-Jan Mobron haakt daar echter niet op in, maar gaat over de relatie van ABN AMRO met de Tweede Wereldoorlog – Tussen corporate pride en corporate shame, aldus de titel van zijn verhaal. Een andere donkere pagina, maar inmiddels wat lichter van kleur, want dat de bank daarover verantwoording aflegde, is alweer bijna twintig jaar geleden.

Mobron duikt dan ook met verve in de afgelopen decennia, een dankbare taak voor de historicus die sinds 1993 bij ABN AMRO Art & Heritage verantwoordelijk is voor publicaties over verschillende bankhistorische onderwerpen en voor tentoonstellingen over de collectie en de geschiedenis van de bank. ‘Hierbij is het handig om te weten dat de voorgangers van ABN en AMRO Bank (die in 1991 fuseerden, red.) vooral handelsbanken waren’, begint hij. ‘Banken als de Nederlandsche Handel-Maatschappij, Twentsche Bank, Amsterdamsche Bank en Rotterdamsche Bank bedienden hoofdzakelijk zakelijke klanten en vermogende particulieren, ook tijdens de Tweede Wereldoorlog. De voorgangers van Fortis, waar ABN AMRO in 2010 mee fuseerde, blijven voor nu buiten beschouwing.’

Aanpassingsvermogen getest

Hoe kijkt de bank naar de Tweede Wereldoorlog? Naar zijn eigen rol en (veranderende) houding erin? ‘De gevolgen van de oorlog zijn niet mis’, vertelt Mobron. ‘Ten eerste is er veel materiële schade aan bijna elk gebouw van de voorgangers van ABN en AMRO Bank. Tijdens het bombardement op Rotterdam in mei 1940 bijvoorbeeld blijft er van het bijkantoor van de Amsterdamsche bank aan de Coolsingel weinig over (foto 1; zie de gedrukte IP of de pdf), maar dat geldt evengoed voor andere bankgebouwen in het land en ook in Nederlands-Indië.’ Het vergt flink wat van het aanpassingsvermogen van de banken om de draad weer op te pakken, weet hij. ‘Zo wordt het hoofdkantoor van de Rotterdamsche Bankvereeniging totaal verwoest, maar overleeft de kluis het wel, dus die is voor klanten gewoon te bezoeken.’ (foto 2)

Voor het personeel is het ook aanpassen: ‘In de loop van de oorlog valt er steeds minder werk te doen, waardoor allerlei achterstallige klusjes moeten worden opgeknapt. Een aparte bezigheid betreft de “luchtbescherming” om de burgerbevolking te beschermen tegen de gevolgen van luchtaanvallen. Ieder hoofdkantoor van de bank heeft een eigen luchtbeschermingsteam dat in tijden van calamiteiten kan optreden. (foto 3) Naarmate de oorlog vordert, en zeker tijdens de Hongerwinter, wordt er onder de medewerkers veel honger geleden. Om hier wat aan te doen richten veel banken gaarkeukens in.’ (foto 4)

Walraven van Hall

Er zijn daarnaast diverse voorbeelden bekend van directeuren, maar ook medewerkers van de banken, die in het verzet gaan, vervolgt Mobron. ‘Waaronder Frits van Nierop, directeur van de Amsterdamsche Bank, die uiteindelijk wordt opgepakt en gefusilleerd. Waarschijnlijk de bekendste verzetsheld/bankier is Walraven van Hall (foto 5), werkzaam bij bankiers- en effectenfirma Wed. J. Veltrup en Zoon die na de oorlog door de Nederlandsche Handel-Maatschappij wordt overgenomen. Hall is een van de initiatiefnemers van het Nationaal Steun Fonds (NSF) dat als financier van het verzet functioneert. Dit moet natuurlijk clandestien gebeuren, dus worden er oude, afgeschreven obligaties gebruikt, een soort kwitantie voor leningen die de banken geven aan het verzet en die na de oorlog moeten worden terugbetaald.’

Dubieuze rol banken

Veel banken steunen het NSF, maar niet allemaal, en een bijkomende keerzijde is dat ze een dubieuze rol spelen in het onteigenen van Joodse bezittingen. ‘Die rol hangt tussen dwang en coöperatie in’, vertelt Mobron. ‘In Nederland gebeurt dat via een versluierde constructie. De oude Joodse bank Lippmann, Rosenthal & Co (kortweg Liro) wordt omgevormd tot Duitse roofbank en gehuisvest in het kantoor van de Amsterdamsche Bank aan de Sarphatistraat in Amsterdam. (foto 6) De Joden moeten hun bezittingen bij hun bank inleveren, en Liro stuurt vervolgens verordeningen naar deze banken voor bijvoorbeeld het overboeken van Joodse saldi en het uitleveren van effecten. Het zijn maatregelen waar veel banken niet achterstaan, vanwege het verliezen van klandizie of het antisemitische karakter, maar waar ze toch aan meewerken omdat weigering zou betekenen dat ze onder Duits bewind kunnen worden geplaatst en alle regie dan weg is.

Tegelijk schrikken banken en beurshandelaren er niet voor terug om op grote schaal de effecten te verhandelen die door de Duitsers van de Joden zijn geroofd. Dat is naar schatting iets van 300 miljoen gulden geweest.’

De ene bank is overigens de andere niet, weet de historicus. ‘Het hoofdkantoor van de Amsterdamsche Bank aan het Rembrandtplein heeft van oudsher relatief veel Joodse klanten en personeel, en de directie van deze bank spant zich ook in om het eigendom van zijn klanten te beschermen en om deportatie te voorkomen van Joodse werknemers die ontslagen moeten worden. Anders is het bij een andere voorganger van ABN AMRO, de Twentsche Bank, waarvan de directie zich juist heel afstandelijk en onverschillig opstelt naar Joodse klanten en medewerkers.’

Rechtsherstel en zuiveringsraden

Na de oorlog zijn de banken vanwege hun kapitaalkracht als eerste in staat om nieuwe gebouwen neer te zetten, symbolen van wederopbouw, en is het deels business as usual, maar ook ‘anders’ vanwege de rol die zij moeten spelen in de geldzuivering. ‘Er breekt een tijd aan van rechtsherstel – de eerste periode. Zo worden er zuiveringsraden ingesteld per bedrijfssector: voor bank, beurs, financierings- en levensverzekeringsbedrijf. Die raden verrichten geen systematisch onderzoek naar het verleden van banken of andere bedrijven in de sector; er wordt alleen een zaak begonnen als er klachten binnenkomen tegen een bepaalde persoon of bank. Sommige bankiers moeten zich verantwoorden voor de zuiveringscommissie, maar die onderzoeken zijn dus nogal beperkt en oppervlakkig. Bovendien richten de zuiveringsacties in Nederland zich meer op politieke collaboratie in plaats van op economische collaboratie, waarvan bij banken sprake is.’

Een bank die wel op het matje wordt geroepen, is de Rotterdamsche Bank. Dat komt door directeur Sam Woltersom die de Duitse bezetter ver tegemoetkomt en ook samenwerkt met NSB’ers. Na de oorlog heeft zijn carrière er echter niet veel onder te lijden.

Verder proberen de Joden na de oorlog hun geroofde eigendommen terug te krijgen, waartegen veel verzet ontstaat. ‘In 1952 is er een staking bij de Amsterdamse beurs als protest tegen de Joodse aanspraken die zij te ver vinden gaan.(foto 7) De overheid gaat daar uiteindelijk in mee. Herman van Leeuwen, directeur van de Twentsche Bank, speelt hier een zeer schimmige rol in’, aldus Mobron.

Behoefte aan gestructureerd onderzoek

Deze periode van rechtsherstel eindigt in de jaren zestig, en de Joodse crediteuren krijgen uiteindelijk 75 tot 90 procent van de waarde van hun vorderingen terug. De tweede periode van rechtsherstel is in de jaren negentig, als blijkt dat er wereldwijd nog veel meer plekken bestaan waar Joodse tegoeden zijn ondergebracht, onder meer bij Zwitserse banken. Er worden diverse commissies in het leven geroepen en rapporten geschreven. (foto 8) ‘In de media krijgt het ook alle aandacht,’ weet Mobron, ‘en er komen veel vragen bij ABN AMRO binnen over deze tegoeden. Het handelen van de bank is wat dit betreft eerst nog ad hoc, maar er is al snel behoefte aan een gestructureerdere aanpak en aan onderzoek.’

Daarop stelt ABN AMRO een database samen en neemt de bank onderzoeker Milja van Tielhof in dienst, die het hele bronnenonderzoek coördineert en uiteindelijk vastlegt in een eindrapport. De raad van bestuur besluit vervolgens om het in boekvorm uit te brengen en ‘rekenschap te geven van het verleden’. Het boek verschijnt in 2003 (foto 9), gevolgd in 2007 door een Duitse vertaling (foto 10). In 2003 wordt ook een herdenkingsplaquette geplaatst bij het voormalige kantoor aan de Sarphatistraat waar de Liro-bank was gevestigd.

Transparantie

Wat het herdenken betreft, is sinds enkele jaren de traditie van de kranslegging weer nieuw leven ingeblazen, zegt Mobron. ‘Eerst gebeurde dat nog door simpelweg het leggen van een krans namens de raad van bestuur, maar tegenwoordig wordt die persoonlijk gelegd door de rvb-voorzitter, gevolgd door een korte toespraak. De relatie van de bank met de oorlog en de dodenherdenking heeft nu een actuele context, en is een beetje losgekoppeld van de bankgeschiedenis. Zo werd de kranslegging in 2021 gedaan door de ceo samen met een werkneemster van de bank die uit Syrië is gevlucht.’

De afdeling waar Mobron werkt, ABN AMRO Art & Heritage, heeft een uitgebreide website waar bezoekers over allerlei bankhistorische thema’s kunnen lezen, waaronder de Tweede Wereldoorlog – inclusief archiefbeeld en tijdlijn. Het beleid rond het omgaan met de oorlog heeft zich eerst bewogen tussen de eigen rol bijna heldhaftig voorstellen en in de doofpot stoppen, maar sinds de jaren negentig is er veel meer sprake van transparantie, aldus Mobron. Zelf proactief naar buiten treden, dat is altijd beter, wil hij maar zeggen. ‘Zoals in feite ook recent is gebeurd met het slavernijonderzoek.’


‘Diepgevoelde excuses’ voor het slavernijverleden

Hoewel de lezing van Jaap-Jan Mobron over de Tweede Wereldoorlog gaat, is er na afloop toch even aandacht voor het recente onderzoek waaruit blijkt dat een aantal ABN AMRO-voorgangers betrokken waren bij slavenhandel, plantageslavernij en de handel in producten die hun oorsprong vonden in slavernij. ‘Het initiatief voor het onderzoek is in 2020 ontstaan bij de ethische commissie van ABN AMRO, waarin bestuursleden en medewerkers van de bank zitting hebben en met elkaar over ethische kwesties in gesprek gaan’, vertelt Mobron die zelf nauw betrokken was bij dit onderzoek. ‘In 2020 was de Black Lives Matter-beweging prominent in het nieuws, en toen is de vraag gerezen: hoe zit het met het slavernijverleden van ABN AMRO? Er was in 2005-2006 al eens onderzoek naar gedaan, maar dat was voordat Fortis erbij kwam. En dat betekende dat voorgangers als Mees & Zoonen en Hope & Co, waarvan al wel bekend was dat ze slavernijconnecties hadden, daar niet in zijn meegenomen.’

Dus werd besloten om onderzoek te laten doen en wel door een onafhankelijke externe partij. ‘Het moet geloofwaardig zijn, anders heb je er niets aan’, zegt Mobron. Dat werd het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG), dat een jaar lang in de archieven dook. ‘Ik denk dat iedereen die het leest kan vaststellen dat het geen rooskleurig verhaal is.’ Ceo Robert Swaak in een persbericht: ‘In de meer dan driehonderd jaar geschiedenis van ABN AMRO heeft de bank veel om trots op te zijn, maar we erkennen dat dit verleden ook zijn schaduwkanten heeft. Slavernij heeft onbeschrijfelijk veel leed veroorzaakt. ABN AMRO biedt voor deze betrokkenheid dan ook haar diepgevoelde excuses aan.’

De bank heeft overleg (gehad) met diverse stakeholders binnen en buiten de bank en met nazaten van tot slaaf gemaakten, en is daarnaast bezig met onderwerpen als kansengelijkheid en diversiteit. ‘Denk ook aan eventuele samenwerking met andere organisaties en bedrijven die soortgelijk onderzoek hebben laten verrichten’, aldus Mobron.

> Het onderzoek Het slavernijverleden van historische voorlopers van ABN AMRO (foto 11) is hier te downloaden.


De archieven

Het beleid van ABN AMRO is om archieven, als ze zijn afgesloten, te deponeren bij een openbare archiefbewaarplaats, bij voorkeur het Nationaal Archief, zo vertelt Jaap-Jan Mobron. ‘Daar zijn ook de archieven van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, Amsterdamsche Bank en Rotterdamsche Bank opgeslagen. In het verleden zijn tevens op andere plekken archieven gedeponeerd, bijvoorbeeld die van de Twentsche Bank bij het Historisch Centrum Overijssel in Zwolle en van Hope & Co bij het Stadsarchief Amsterdam. Het meer recente ABN AMRO-archief is nog in behandeling en intern bij de bank aanwezig, maar het oudere archief, in elk geval voor 1964, is openbaar toegankelijk op verschillende plekken.’ Op de pagina ‘historische archieven’ op de website is een lijst met alle archiefbewaarplaatsen te vinden.

> art-heritageabnamro.nl


Zwarte bladzijden lezingenreeks

Van februari tot en met mei dit jaar vond de lezingenreeks Omgaan met zwarte bladzijden in bedrijfserfgoed en -archief plaats, een serie van acht webinars. De reeks was een Belgisch-Nederlands initiatief van Stichting Bedrijfsgeschiedenis (SBG), Vereniging Bedrijf en Historie (VBH), KVAN Werkgroep Bedrijfsmatig Archiveren, en expertisecel voor technisch, wetenschappelijk en industrieel erfgoed ETWIE.

> Meer informatie vind je hier.


Cindy Lammers is hoofdredacteur van IP.

Deze bijdrage komt uit de papieren IP #4-2022. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.