
Andrew Pettegree, Arthur der Weduwen | Basic Books | hardcover 9781541600775 | e-book 9871541600782 | 528 pagina’s | prijs varieert
Het boek is vooralsnog alleen in het Engels verkrijgbaar; in een Amerikaanse (Basic Books) en een Engelse versie (Profile Books).
Door Bert Zeeman
Ruim vijfhonderd pagina’s overzicht van drie eeuwen bibliotheekgeschiedenis, ‘een repeterende cyclus van opkomst, bloei en verval van bibliotheken’, dat vind je als lezer in The Library. Inclusief een warm pleidooi voor het fysieke boek én een sneer naar de digitalisering. Bert Zeeman nam het werk nader onder de loep.
Terugblikkend op de Covid-periode zullen boekhistorici daar vanuit het perspectief van hun eigen vakgebied in ieder geval met een positieve blik op terugkijken. Eerst verraste Irene Vallejo ons met Papyrus. Een geschiedenis van de wereld in boeken. Daarna volgde het veelgeprezen Burning the Books. A History of Knowledge Under Attack van Richard Ovenden, en vervolgens verscheen ook nog eens The Library. A Fragile History van Andrew Pettegree en Arthur der Weduwen. Drie veelomvattende studies die ieder vanuit een eigen invalshoek de twee-eenheid boek-bibliotheek door de eeuwen over het voetlicht brengen. Niet voor niets geven de auteurs het eeuwenoude motto van Justus Lipsius aan hun studie mee: ‘You have before you a short work on libraries, that is to say, on books.’
Academische achtergrond
The Library is ondanks dat ‘kort’ in het motto het meest lijvige van de drie. Ruim vijfhonderd pagina’s waarvan er bijna honderd worden ingeruimd voor notenapparaat en bibliografie. Het verraadt de academische achtergrond van de Schot Pettegree en de geboren Nederlander Der Weduwen. Beiden zijn verbonden aan de Schotse universiteit van St. Andrews, de thuisbasis van de Universal Short Title Catalogue, het zo volledig mogelijke online bibliografische overzicht van alle boeken die in de zeventiende en achttiende eeuw wereldwijd zijn verschenen. Beiden, maar Pettegree meer dan Der Weduwen, hebben hun sporen al verdiend in het vakgebied boekgeschiedenis, onlangs nog met het door hen ook gezamenlijk geschreven The Bookshop of the World, over de centrale rol van de Nederlanden in de boekproductie en -distributie in de zeventiende eeuw. Ze zijn kind aan huis bij uitgeverij Brill, waar ze met grote regelmaat bijdragen leveren aan de reeks Library of the Written Word.
Domein van privépersonen
The Library laat zich lezen als een repeterende cyclus van opkomst, bloei en verval van bibliotheken met door de eeuwen heen steeds wisselende weldoeners: eerst de kerk, daarna de gegoede burgerij en professionals, vervolgens de stad en nog later de staat. Een van de centrale gedachten van The Library is dat zeker tot het midden van de negentiende eeuw, toen de openbare bibliotheken langzaam van de grond kwamen en aan een lange zegetocht begonnen, bibliotheken vooral het domein waren van privépersonen. Zij waren eeuwenlang de verzamelaars van vaak unieke collecties, die met veel pijn en moeite werden opgebouwd en die vervolgens in veel gevallen ook weer geheel verloren gingen. ‘Wie wil er worden aangesproken op de boekencollectie van zijn voorouders?’, zeggen Pettegree en Der Weduwen ergens.
Filantroop Andrew Carnegie
Een van hun helden is zonder twijfel de Schot Andrew Carnegie, die in z’n eentje rond de eeuwwisseling van de negentiende/twintigste eeuw door zijn filantropische giften ruim 2500 openbare bibliotheken liet ontstaan in hoofdzakelijk het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Als tegenprestatie voor de bouw en inrichting van die bibliotheken verlangde hij van de betreffende lokale besturen alleen de toezegging jaarlijks 10 procent van zijn investering beschikbaar te stellen voor het functioneren en het onderhoud van de voorziening. De auteurs vergeten hier overigens Carnegies bijdrage te memoreren aan de oprichting en bouw van het Haagse Vredespaleis, inclusief de daarin gevestigde wereldberoemde bibliotheek.
Nadruk op dreigingen
Vanwege dat steeds terugkerende verval, en of dat nu door verwaarlozing, verkoop of vernietiging plaatsvindt doet daarbij niet veel ter zake, hebben de auteurs waarschijnlijk voor hun ondertitel gekozen. Na lezing dringt zich echter, in ieder geval bij mij, een heel andere ondertitel op. Ik zou eerder gekozen hebben voor A Resilient History of voor An Enduring History.
Dat is niet alleen een kwestie van het glas halfleeg of het glas halfvol. De nadruk komt nu wel heel erg te liggen op de dreigingen waaraan de bibliotheek onderhevig is – van de fysieke verwoesting van de legendarische bibliotheek van Alexandrië tot de doodverklaring van het boek en de bibliotheek vandaag de dag. Terwijl de bibliotheek juist, en het betoog van Pettegree en Der Weduwen is daarvan doordrenkt, een instituut blijkt te zijn dat zich als geen ander al eeuwenlang weet staande te houden en, als de omstandigheden daarom vragen, weet te vernieuwen.
Digitale bibliotheek
Misschien ligt de verklaring voor de keuze van Pettegree en Der Weduwen ook wel heel erg besloten in hun slothoofdstuk als ze zich verhouden tot die nieuwste ontwikkeling in de lange geschiedenis van de bibliotheek: de digitale bibliotheek. Managers die zich blindstaren op de onbeperkte mogelijkheden van het digitale universum krijgen hier een fikse veeg uit de pan. Gelukkig (althans volgens Pettegree en Der Weduwen) bestaan er ook nog ‘gewone’ bibliotheekmedewerkers die wel het belang van het fysieke boek inzien. Die medewerkers moeten er echter wel voor waken niet hun unique selling point weg te gooien, ‘the right to apply their knowledge, taste and discrimination to assisting the choice of their patrons’.
Pettegree en Der Weduwen moeten dan ook niets hebben van nieuwlichterij als het vrij beschikbaar stellen van wifi aan buurtgenoten of het aanbieden van ondersteuning aan hulpbehoevenden in hun dagelijkse strijd met het digitale overheidsmonster. Hier tonen zij zich ware verdedigers van de bibliotheek ‘oude stijl’, waarin alles en iedereen draait om boeken. Als je op deze wijze, vanuit dit perspectief, naar de bibliotheek kijkt, is de toekomst inderdaad fragiel.
Dat ambivalente komt overigens ook op een grappige manier tot uiting in de stofomslagen van The Library. Voor de Engelse editie is gekozen voor een foto van de indrukwekkende industriële boekenstellingen van de negentiende-eeuwse openbare bibliotheek van Cincinnati, inmiddels met de grond gelijkgemaakt. Inderdaad: doodzonde. Voor de Amerikaanse editie is echter gekozen voor een afbeelding van de wereldberoemde Long Room van Trinity College in Dublin, die aan de vooravond staat van een ingrijpende renovatie (tcd.ie/old-library-campaign/). Verval ja, maar ook dus veerkracht en continuïteit.
Petit histoire en details
Bij zo’n overzicht van drie eeuwen bibliotheekgeschiedenis is het vooral zaak een goede balans te vinden tussen enerzijds de grote ontwikkelingslijnen en anderzijds de petit histoire en details die het betoog laten leven. Pettegree en Der Weduwen zijn daarin zonder meer geslaagd. Wie wil eigenlijk niet weten dat dertig door Johannes Gutenberg op perkament gedrukte bijbels om de huiden van wel vijfduizend kalveren vroegen? Dat de Leuvense universiteitsbibliotheek weliswaar in beide wereldoorlogen werd vernietigd, maar dat de grootste schade aan de collectie werd toegebracht toen de bibliotheek, als onderdeel van de toenmalige universiteit, in een Franstalige (Waalse) en Nederlandstalige (Vlaamse) werd gesplitst: de boeken met een even plaatsnummer gingen naar Louvain-la-Neuve, die met een oneven plaatsnummer bleven in Leuven.
En dat de bibliotheek van tsaar Alexander I van Rusland in 1808 uit bijna 240.000 boeken bestond, waarvan slechts acht in de Russische taal? Reden: het overgrote deel was in de voorafgaande periode bij elkaar geroofd uit andere landen.
Insteek heel ‘eurocentristisch’
Het valt van Pettegree en Der Weduwen verder te prijzen dat ze erin slagen de toch vaak Angelsaksische overheersing in dit soort overzichtswerken enigszins te doorbreken. Enigszins omdat zij door hun kennis van met name de ontwikkelingen in andere West-Europese landen in staat zijn ook specifieke eigenaardigheden uit bijvoorbeeld Duitsland, Nederland en Frankrijk in hun betoog te verwerken. Ik zeg echter bewust ‘enigszins’, want The Library is in essentie toch wel heel ‘eurocentristisch’. Voor de ontwikkeling en de geschiedenis van bibliotheken buiten Europa en Noord-Amerika is nauwelijks aandacht, en als die aandacht er al is, komt die vooral tot uiting als er sprake is van optreden van koloniale machten in onder hun bestuur staande gebieden. Decolonizing the library zal zich ook nog moeten gaan uitstrekken tot de bibliotheekgeschiedenis.
Bert Zeeman is gepensioneerd bibliothecaris, maar nog altijd gefascineerd door het vak.
Deze bijdrage komt uit de papieren IP #4-2022. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.