News Facts

Inzenden voor ‘informatievakprijs’ Victorines kan tot en met 15 september

Jaarlijks looft het Victorine van Schaick Fonds de Victorines uit; prijzen waarmee het publicaties en vernieuwing in het informatievak wil stimuleren. Doe mee of draag iemand anders voor uiterlijk op 15 september 2026.

Maak kans op een van de onderstaande prijzen als je recent hebt bijgedragen aan innovatie binnen het informatievak in de breedste zin van het woord. Dat kan een artikel, presentatie, website, blog, vlog of andere bijdrage zijn, maar ook een bijzonder of vernieuwend initiatief. Stuur je eigen bijdrage in of nomineer een collega. De inzendingen en nominaties worden beoordeeld door het bestuur van het Victorine van Schaick Fonds. De uitreiking van de prijzen vindt plaats tijdens het KNVI-event op 5 november.

Drie Victorines
Er zijn drie mogelijkheden om in de prijzen te vallen:

  • Victorine voor de beste publicatie/Victorine van Schaick Penning (2.500 euro);
  • Victorine voor het meest innovatieve initiatief op het vakgebied van de informatieprofessional (2.000 euro);
  • Victorine voor de beste scriptie (1.500 euro).

Inzendingen
Inzendingen en nominaties kun je mailen naar Seher Hazinedar via victorine@knvi.nl, onder vermelding van de naam van de prijs waarvoor de inzending of nominatie geldt. Meer informatie over de Victorine van Schaickprijs vind je hier.


AI-video’s en TikTok-trends spelen steeds vaker rol in moderne propaganda

AI-video’s, memes en bizarre TikTok-trends lijken veelal vooral bedoeld voor entertainment, maar ze spelen steeds vaker een rol in moderne propaganda en geopolitieke beïnvloeding. Dat blijkt uit het interdisciplinaire onderzoeksproject Ambient Conflict van mediawetenschapper Marc Tuters (Universiteit van Amsterdam).

Tuters onderzoekt hoe deze nieuwe vorm van ‘slopaganda’ werkt en waarom klassieke ideeën over propaganda niet langer voldoende zijn. Het project bouwt voort op Ambient Propaganda, een eerder onderzoeksprogramma uit 2023 waarbij Tuters met collega’s moderne propaganda op sociale media onderzocht. ‘In dit project keken we naar pro-Russische TikTok-memes rond de oorlog in Oekraïne. Het was content die sterk op propaganda leek, maar tegelijkertijd diep verweven was met internetcultuur’, vertelt hij op de UvA-site.

AI-gegenereerde content is de afgelopen jaren steeds meer verweven geraakt met de cultuur van sociale media. Hoewel schattingen sterk verschillen per platform en lastig te verifiëren blijven, suggereren onderzoekers dat AI-content inmiddels een groot aandeel vormt van online activiteit.

Opkomst slopaganda
Een nieuwe ontwikkeling binnen deze trend is slopaganda: AI-gegenereerde propagandacontent die snel, goedkoop en op grote schaal kan worden geproduceerd en verspreid. In plaats van vooral te vertrouwen op directe overtuiging werkt deze content vaak via herhaling, humor, esthetische herkenbaarheid en platformdynamieken om aandacht en betrokkenheid te sturen. ‘Het kenmerkt zich door content die vooral gericht is op engagement en minder op het direct overtuigen van een publiek’, legt Tuters uit. ‘En we zien ook dat deze manier effectief is. Gebruikers delen content vaak niet omdat ze erin geloven, maar omdat deze grappig, opvallend of trending is. Algoritmes versterken die verspreiding vervolgens automatisch. Daardoor vervaagt de grens tussen online cultuur en geopolitieke conflicten op platforms als TikTok, Instagram en YouTube.’

Als voorbeeld van slopaganda noemt Tuters de door Iran verspreide AI-video’s in Lego-stijl waarin Donald Trump belachelijk wordt gemaakt. ‘Die video’s waren een enorm succes en werden miljoenen keren bekeken en gedeeld.’ Met het onderzoek hopen de onderzoekers nieuwe manieren te ontwikkelen om moderne online propaganda beter zichtbaar en meetbaar te maken.


Onjuiste informatie beïnvloedt mening ook na correctie

Onjuiste informatie die op een bepaald moment wordt gecorrigeerd, beïnvloedt alsnog onze mening en intenties. Dat concludeert VU-postdoconderzoeker Communicatiewetenschap Dian van Huijstee in haar proefschrift.

Van Huijstee onderzocht in hoeverre mensen beïnvloed blijven door onjuiste informatie nadat deze expliciet is gecorrigeerd. Misinformatie verspreidt zich online razendsnel en kan grote schade aanrichten, zegt ze: ‘Bijvoorbeeld het ondermijnen van het vertrouwen in de politiek of het vormen van een direct risico voor de volksgezondheid. Veel bestaande misinformatie-interventies richten zich op het corrigeren van feiten. Neem factchecks. Het probleem daarmee is dat iemand wel kan geloven dat bepaalde informatie niet waar is, maar dat hij of zij er (onbewust) toch een negatief gevoel aan overhoudt. Misinformatie laat een “blijvende vlek” achter op onze mening en intenties. Zelfs als we weten dat informatie niet klopt.’

Gevoel versus kennis
De onderzoeker bestudeerde de psychologie daarachter en hoe factoren als emotionele lading en de timing van een correctie hierop van invloed zijn. ‘Het blijkt makkelijker te zijn om iemands geloof in de misinformatie en kennis te corrigeren (de feiten) dan iemands gevoel (de attitude).’ Een factcheck corrigeert vaak alleen de feiten, maar de bredere foutieve conclusies die mensen zelf al hebben getrokken, blijven in hun hoofd zitten. Het onderzoek laat tevens zien dat een correctie het best werkt als er niet alleen wordt gezegd dát iets niet klopt, maar ook precies wordt uitgelegd waarom.


Interesse in nieuws daalt, groeiende zorgen om online desinformatie

De zorgen om online mis- en desinformatie zijn het afgelopen jaar sterk toegenomen. Dat blijkt uit het nieuwste Digital News Report Nederland van het Commissariaat voor de Media (CvdM). Tegelijkertijd groeit het gebruik van sociale media en daalt de interesse in nieuws gestaag.

De helft van de respondenten in het rapport zegt zich zorgen te maken over online desinformatie. Tegelijkertijd geven steeds meer Nederlanders – met name 18- tot 35-jarigen – aan dat sociale media hun belangrijkste nieuwsbron zijn. Ook neemt de groep die alleen sociale media voor nieuws gebruikt toe. Momenteel bestaat deze uit 7 procent van de bevolking, oftewel ruim 1 miljoen Nederlanders. Zij raadplegen geen andere nieuwsbronnen zoals nieuwssites, televisie of radio.

Vertrouwen in chatbots laag
Volgens het CvdM is er sprake van een paradox: het nieuws op sociale media wordt niet vertrouwd, tegelijk zijn sociale media van steeds groter belang voor het nieuwsgebruik. Nederlanders gebruiken daarnaast steeds vaker AI-chatbots voor nieuws. Toch is het vertrouwen in deze chatbots laag.

Nieuwsmerken gewaardeerd
Het commissariaat ziet dat de interesse in nieuws gestaag blijft dalen. In 2018 had 61 procent van de Nederlanders nog (zeer) veel interesse in nieuws, in 2026 is dit gedaald naar 45 procent. De groep die (helemaal) geen interesse in nieuws heeft is gestegen van 4 naar 14 procent. Interesse daalt in alle leeftijdsgroepen, en vooral onder jongeren.

Wel is het vertrouwen in nieuws en nieuwsmerken in vergelijking met andere landen nog hoog. De NOS blijft het merk dat het meeste wordt vertrouwd (7,2), gevolgd door het ANP, de regionale bladen, RTL Nieuws en Nu.nl. Al deze media hebben een ruime voldoende.


Deze bijdrage komt uit het digitale magazine IP #5-2026. Klik op de onderstaande button om het hele nummer te lezen.