De jonge onderzoeker: social media-strategie voor de openbare bibliotheek

Voor de IDM-opleiding aan Saxion Hogescholen deed Sarah Thorn Leeson onderzoek naar social media bij de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid (OBGZ). Hoe ziet de ideale social media-strategie van deze bibliotheek eruit?

Door: Sarah Thorn Leeson

Voor mijn laatste stage voor de opleiding IDM heb ik onderzoek gedaan naar het gebruik van social media bij de Openbare Bibliotheek Gelderland Zuid (OBGZ). Het grootste deel van het onderzoek betrof de zoektocht naar de best passende social media en hoe je die zo effectief en efficiënt mogelijk inzet. Het tweede deel van het onderzoek was gericht op het integreren van deze social media-strategie in de bestaande mediamix van de OBGZ.

Strategie

Effectief en efficiënt waren belangrijke woorden bij dit onderzoek. De OBGZ maakte al langere tijd gebruik van social media, maar vooral omdat je hier moeilijk in kan achterblijven als bibliotheek. Bibliotheken stellen informatie beschikbaar en digitale dienstverlening wordt steeds belangrijker. Social media sluiten daar mooi op aan, zo lijkt het. En een Twitter-account heb je zo aangemaakt. Maar schijn bedriegt: zonder achterliggende strategie kom je nergens.

De OBGZ had dus behoefte aan een social media-strategie. Welke social media passen het beste bij deze bibliotheek? En wat doe je daar dan vervolgens mee?

Aan de slag

Om er achter te komen wat de meest geschikte social media zijn, was het nodig om een paar zaken duidelijk te krijgen. Eerst heb ik de organisatie en het huidige gebruik van social media bekeken. De uiteindelijke strategie diende hier qua bemensing op aan te sluiten, zodat de strategie meteen inzetbaar zou zijn.

Bij het ontwikkelen van een social media-strategie is het belangrijk dat je duidelijk hebt wat je doelen en je doelgroepen zijn. Op basis van deze informatie en de eigenschappen van verschillende social media heb ik onderzocht welke media het beste bij de OBGZ passen.

Het kostte de nodige tijd om erachter te komen hoe deze media het beste gebruikt kunnen worden. Er zijn online honderden infographics te vinden die precies die informatie lijken te bieden waar je naar op zoek bent, maar waar dan vervolgens niet bij staat op welk onderzoek ze gebaseerd zijn. De bronnen moeten wel betrouwbaar zijn.

Resultaten

Uit mijn onderzoek is gebleken dat Facebook en Twitter het beste bij de doelen van de OBGZ passen. YouTube kan ook ingezet worden voor bibliotheken, al gaat er vrij veel tijd zitten in het maken van filmpjes. Bij elk medium pasten wel een aantal doelgroepen, maar Pinterest bereikte als enige specifiek cultuurgenieters, een grote doelgroep voor de OBGZ.

De doelgroepen van Twitter zijn over het algemeen jonger dan die van Facebook, en de funfactor ligt op Twitter ook hoger. Verder blijken korte (ja, nóg kortere) tweets het beste te werken. Op een link in berichten tussen de 120 en 130 tekens wordt meer doorgeklikt dan wanneer de volle 140 tekens gebruikt worden.

Aangezien berichten op Facebook langere tijd zichtbaar zijn, is dit de plek om gebruikers te informeren over bijvoorbeeld gewijzigde openingstijden en acties. Voorzie Facebookberichten altijd van afbeeldingen om de aandacht te trekken.

Pinterest is een relatief nieuw medium: er is nog weinig onderzoek gedaan naar wat wel en niet werkt. Met dit social media-instrument kan dus nog volop geëxperimenteerd worden: stel bijvoorbeeld prikborden samen die aansluiten bij activiteiten in de bibliotheek of thema’s zoals ‘Nederland leest’. YouTube kan bij de OBGZ het beste gebruikt worden als verzamelplaats van filmpjes, die later via andere social media met gebruikers gedeeld kunnen worden.

De OBGZ is nu aan zet. Op basis van de onderzoeksresultaten gaat zij aan de slag met een ‘verse’ strategie.

Sarah Thorn Leeson is in juni afgestudeerd bij de opleiding IDM aan Saxion Hogescholen. 

Deze bijdrage komt uit IP nr. 7 / 2013. Het gehele nummer kun je hier lezen