Jan Willem van Wessel: ‘Met een app kunnen we straks een boek in een luisterboek omzetten’

Kunstmatige intelligentie gaat in het werk van bibliotheken een alsmaar belangrijker rol spelen. Op Smart Humanity belicht keynotespreker Jan Willem van Wessel de mogelijkheden. ‘Dit zijn spannende tijden.’

Door: Ronald de Nijs

‘Mijn hele werkzame leven heb ik me bezighouden met onderwerpen op het snijvlak van zoektechnologie en contentmanagement,’ zegt Jan Willem van Wessel. Alles komt nu samen in zijn functie bij de Koninklijke Bibliotheek. Hier ging hij anderhalf jaar geleden als hoofd van de sector Verwerking en Behoud aan de slag. Jan Willem studeerde alfa-informatica (‘nu noemen we het natuurlijke taalverwerking’). 

De zaken waar hij zich bij de KB mee bezighoudt, zitten besloten in zijn functiebenaming: verwerking en behoud. Wat houdt dat in? ‘Behoud betreft het bewaren van alle fysieke en digitale collecties. Verwerking betreft het inscannen, digitaliseren en online beschikbaar maken van boeken, kranten en tijdschriften. Neem bijvoorbeeld ons vlaggenschip Delpher, de website waar miljoenen historische publicaties full-text doorzoekbaar zijn gemaakt.’ 

Vooral bij de verwerking komen steeds vaker digitale processen in beeld. Zo wordt kunstmatige intelligentie ingezet bij het scannen en ocr’en (de techniek waarmee de computer letters, cijfers en leestekens van een plaatje kan ‘aflezen’) van middeleeuwse handschriften. Om het ocr’en te verbeteren wordt het systeem getraind, zegt Jan Willem. ‘Kunstmatige intelligentie gaat in het werk van de KB dan ook een alsmaar belangrijker rol spelen.’

Luisterboekencollectie

Kunstmatige intelligentie is een breed begrip, vindt Jan Willem. Zelfrijdende auto’s vallen eronder, net zoals robotica. Maar in bibliotheken zijn dat geen hot issues. Daarom heeft Jan Willem het liever over machine learning of natuurlijke taalverwerking als invalshoeken voor kunstmatige intelligentie in de bibliotheekwereld. ‘Bij machine learning kun je denken aan het automatisch metadateren van teksten, het toekennen van classificaties enzovoort. En daar krijg je meteen de overlap met natuurlijke taalverwerking, zoals het automatisch samenvatten van teksten,’ aldus Jan Willem.

Machine learning en natuurlijke taalverwerking kunnen volgens hem veel functionele gebieden afdekken. ‘Denk aan het automatisch benoemen van de stijl van een tekst: is iets bijvoorbeeld jeugdliteratuur?’ Een ander voorbeeld is Amazons aanbeveling ‘Dit boek is ook interessant voor je’. De bibliotheekwereld zou daar ook iets mee kunnen doen, denkt Jan Willem. Tegelijkertijd zijn er nog zoveel andere toepassingen mogelijk. ‘We kunnen al een tijdje teksten omzetten naar gesproken tekst. Nu klinkt dat nog nergens naar, maar door de voortschrijdende techniek wordt de intonatie steeds beter. Ik verwacht dat we straks met een app een boekencollectie in één keer in een luisterboekencollectie kunnen omzetten. Dit zijn spannende tijden!’

Briesje in bibliotheekwereld

Bibliotheken zijn volgens Jan Willem nog maar net begonnen om kunstmatige intelligentie in te zetten. Liever spreekt hij ‘van een briesje dat in de bibliotheeksector begint te waaien’. Kunstmatige intelligentie zal op vier verschillende terreinen een belangrijke rol gaan spelen. Neem bijvoorbeeld de dienstverlening van de bibliotheek. ‘Al zijn er nu al veel toepassingen van kunstmatige intelligentie te vinden in geavanceerde zoektechnologieën,’ zegt Jan Willem. 

Verder raakt het de werkwijze van de bibliotheek, waaronder bijvoorbeeld de eerder genoemde klassieke bibliotheektaak metadatering. Daarnaast verandert kunstmatige intelligentie de maatschappelijke rol van de bibliotheek. Als voorbeeld noemt Jan Willem dienstverlening gericht op digitaal ongeletterden: de groep voor wie het lastig is om toegang te krijgen tot digitale informatie. En tot slot kan de bibliotheek zelf ook bijdragen aan de inzet van kunstmatige intelligentie. Al vergt dat wel grote investeringen. Daarom zullen bibliotheken volgens Jan Willem steeds meer gaan samenwerken.

Voorbeelden

Vraag Jan Willem naar aansprekende voorbeelden, en er volgt een stortvloed. Indrukwekkend vindt hij de publicatie die uitgeverij Springer afgelopen april heeft gepresenteerd: een volautomatisch gegenereerd wetenschappelijk handboek over batterijen. De stukken werden met kunstmatige intelligentie uit zo’n 50.000 wetenschappelijke artikelen op het gebied van natuurkunde en scheikunde geselecteerd. Daarop is een automatische analyse uitgevoerd om de juiste bijdragen te kiezen, een logische samenhang in de bundel aan te brengen en ervoor te zorgen dat er geen doublures optraden. ‘Het is voor het eerst dat een uitgever op zo’n manier een boek heeft gemaakt. Een bibliotheek zou op een dergelijke wijze ook informatie bij elkaar kunnen zoeken.’

Of neem IBM’s project Debater. Een supercomputer, gevoed met tienduizenden artikelen, is in staat om in een debat argumenten te geven, kritische vragen te beantwoorden en zelf ook vragen te stellen. ‘Dit is in natuurlijke taalverwerking de holy grail, want het is zó lastig te realiseren. Het voorbeeld is niet direct toepasbaar in de bibliotheekwereld, maar stel je toch eens voor dat we in plaats van informatie straks pasklare antwoorden op vragen van onze klanten zouden kunnen geven?

Black box

Al die ontwikkelingen in kunstmatige intelligentie zijn prachtig, maar hoe zit het met de ethische kant ervan? Jan Willem ziet een paar serieuze aandachtsgebieden. Transparantie bijvoorbeeld. ‘Veel kunstmatige intelligentiesystemen zijn een black box: je stopt er iets in en er komt iets uit zonder dat je weet hoe het systeem tot zijn besluit is gekomen. En met die output gaan mensen al dan niet klakkeloos aan de slag.’ Of neem vooroordelen. ‘Train je een systeem met foto’s van mannen, dan gaat het systeem denken dat er alleen maar mannen zijn. Zet je zo’n systeem in voor een sollicitatieprocedure, dan komt daar vaker een man uit dan een vrouw. Het systeem is dus verkeerd getraind. Ik zou ervoor pleiten om voorlopig de mens als laatste schakel in te zetten bij met name kunstmatige-intelligentiesystemen die beslissingen nemen.’ 

Principes

Om aan te geven dat ze op een goede manier kunstmatige intelligentie zal inzetten, heeft de Koninklijke Bibliotheek een lijst van zeven principes opgesteld. Het is een belofte die de KB naar haar gebruikers doet. En om zorgen bij hen weg te nemen. ‘Niets voor niets gaat het eerste principe ervan uit dat je kunstmatige intelligentie zou moeten inzetten om de beschikbaarheid van informatie te vergroten. Dus we beginnen met iets positiefs. Maar tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat we niet de negatieve effecten van kunstmatige intelligentie, zoals bias, versterken.’

De KB is niet de enige die met zo’n lijst komt, heeft Jan Willem gemerkt. ‘De Europese Unie heeft een reeks principes opgesteld, maar ook het bedrijfsleven en big tech-bedrijven als Google en Facebook. Al worden die laatste met enige scepsis bekeken.’

Deze lijst heeft Jan Willem neergelegd bij de Nationale Bibliotheek van Noorwegen en Stanford University Libraries. ‘Zij zetten een internationale werkgroep op om de inzet van kunstmatige intelligentie in bibliotheken te onderzoeken. De principes vinden ze een goed initiatief en wellicht wordt de lijst met hun inbreng verder aangevuld.’ Maar, haast Jan Willem zich te zeggen, de lijst moet geen ding op zich worden. ‘Laten we vooral mooie dingen met kunstmatige intelligentie ontwikkelen.’

Deze bijdrage komt uit de Smart Humanities-special 2019, behorend bij IP nr. 7 / 2019 (hier te lezen)