Information-Wise-project: Informatiewijsheid in tijden van informatieoverbelasting

Hoe maak je studenten informatiewijs? En welke rol heeft de universiteitsbibliotheek hierbij? Op die vragen wil het Information-Wise-project van de Universiteit Maastricht een antwoord vinden.

Door: Stefan Jongen

Het Information-Wise-project is ontstaan uit een vooronderzoek dat de UB Maastricht heeft gedaan naar het veranderende informatielandschap. Iedereen heeft vandaag de dag te maken met gigantische hoeveelheden informatie. Maar hoe vinden studenten hier de weg? En hoe kan ze dat geleerd worden? Samen met EDLAB, het instituut voor onderwijsinnovatie van de Universiteit Maastricht (UM), ging de UB Maastricht met die vragen aan de slag. 

Belanghebbenden uit het onderwijsveld en de bibliotheek zagen nut en noodzaak van het project in. Studenten moeten kritisch, verantwoord en zelfstandig met informatie om kunnen gaan. Dit is vooral van belang, omdat leren als zelfsturend proces een van de vier pijlers is van het Probleem Gestuurd Onderwijs (PGO), waar de UM om bekendstaat. Studenten krijgen in dit onderwijsmodel de ruimte om zelf bronnen te kiezen die aansluiten op hun leerbehoefte.

‘In februari zijn we het project gestart met een vijfkoppig kernteam,’ vertelt projectleider Jaro Pichel. Het kernteam begon met een projectleider UB/EDLAB, projectcoördinator innovatie EDLAB, coördinator skills en academic support van de UB, voormalig informatiespecialist UB en momenteel facultair docent, en een student assistent. ‘We gaan studenten helpen bij het ontwikkelen van vaardigheden en attitudes rondom informatie,’ vervolgt Pichel. ‘Op die manier leren ze reflectief, kritisch en creatief om te gaan met een verscheidenheid aan bronnen. Die vaardigheden komen ook van pas bij het opzetten van strategieën om informatie te zoeken, vinden, evalueren en communiceren. Kortom, we ondersteunen studenten bij het ontwikkelen van hun informatiewijsheid, ook wel geletterdheid genoemd.’ 

UM-raamwerk

Het inmiddels zeskoppige kernteam – uitgebreid met een blended learning-specialist – heeft samen met informatiespecialisten van de UB naar bestaande raamwerken van informatiegeletterdheid (zie kader) gekeken. ‘Ieder raamwerk had waardevolle elementen. Het ACRL-raamwerk gaf ons bijvoorbeeld input voor de conceptuele benadering van informatiegeletterdheid, zoals metacognitie. Dit laatste houdt in dat als iemand beseft hoe hij/zij kennis opdoet, die persoon er zijn leerstrategie op kan richten,’ legt Pichel uit. ‘Verder bleek dat alle raamwerken veelal zijn ontworpen vanuit een bibliotheekperspectief, waardoor ze voor docenten lastig zijn in te zetten in het onderwijs. Vandaar dat de raamwerken werden gebruikt ter inspiratie om een aangepaste versie te ontwikkelen in samenwerking met docenten (zie figuur). Daarnaast gaan we samen lesmateriaal ontwikkelen, dat docenten in het onderwijs kunnen gebruiken.’ 

Figuur: UM-raamwerk van informatiegeletterdheid

Het nieuwe UM-raamwerk voor informatiegeletterdheid omvat vier dimensies: 1. ontdekken van bronnen, 2. kritische beoordeling, 3. organiseren van informatie en 4. creatie & communicatie. De eerste dimensie, het ontdekken van bronnen, omvat het identificeren van de informatiebehoefte en het plannen en het uitvoeren van de zoekopdracht. De kritische beoordeling omhelst het kritisch evalueren en nadenken over bronnen. Denk aan de vooroordelen van de lezer en de schrijver bij het lezen van een bron. 

Het organiseren van informatie beschrijft de vaardigheid om informatie te ordenen. Voorbeelden zijn het gebruik van referentiemanagers als EndNote en Mendeley, of van Excel en Word om informatie te organiseren. 

De laatste dimensie is gericht op creatie, want een student consumeert niet alleen informatie, hij creëert die ook. Het presenteren van informatie kan in de vorm van een wetenschappelijk artikel, maar ook als blog of als bijdrage op Wikipedia. En dit kan individueel of in samenwerking met mede-studenten. 

Aan de slag

Om het lesmateriaal te kunnen ontwikkelen, moet eerst duidelijk zijn waar studenten moeite mee hebben in de omgang met informatie. ‘Daarom hebben we aan studenten en docenten een uitgebreide vragenlijst voorgelegd. Ook hebben we guerrilla-interviews afgenomen [een manier om kort een paar vragen te stellen aan de doelgroep, red.],’ zegt Julie de Ronde, lid van het kernteam en projectcoördinator Innovatie bij EDLAB. ‘Studenten betrekken bij onderwijsinnovatie is enorm belangrijk, want uiteindelijk zijn zij degenen die aan de slag gaan met het lesmateriaal.’

Meer dan zeshonderd bachelorstudenten van de UM vulden de vragenlijst in. Ze gaven aan in hoeverre ze het eens waren met verschillende stellingen rondom hun omgang met informatie. Ze beschreven bijvoorbeeld welke zoekmachines of academische databases ze gebruiken, hoe ze kritisch bronnen beoordelen en of ze tools zoals referentiemanagers toepassen om informatie te organiseren. Docenten ontvingen dezelfde vragenlijst om aan te geven hoe informatievaardig ze hun studenten achtten. 

De guerrilla-interviews zorgden voor verdere verdieping. Studenten werden on the spot gevraagd naar hun meest recente leeractiviteit: hoe zoeken ze hiervoor naar informatie, hoe beoordelen ze die kritisch en hoe pakken ze het structureren van de informatie aan? 

Uit de vragenlijst en interviews kwam een aantal relevante resultaten naar voren. Student gaven aan dat ze het belangrijker vinden om te leren om een toets te halen dan te leren om daadwerkelijk de leerstof te begrijpen. Ook bleek dat ze hoofdzakelijk gebruikmaken van de verplichte of aanbevolen literatuur. Vaak bieden docenten een literatuurlijst aan, waardoor er voor studenten nog amper noodzaak is om zelf op zoek te gaan naar alternatieve bronnen en om aan bronvergelijking te doen. Daarnaast gaf een meerderheid aan dat ze geen referentiemanager gebruiken om literatuur te organiseren en te structureren. Toch denken ze wel correct te citeren en te refereren.

Studenten gaven ook aan dat ze bronnen veelal kritisch beoordelen. Maar de docenten schetsen een ander beeld: die kritische beoordeling valt juist tegen. Volgens docent Roy Erkens ligt dit niet alleen aan de student. ‘Een student denkt dat hij deze vaardigheid voldoende beheerst, maar eigenlijk weet hij niet goed wat voldoende beheersing inhoudt. Natuurlijk is het makkelijk om als docent naar de student te wijzen. Maar we moeten onszelf ook afvragen of we wel voldoende focus leggen op het aanleren van deze vaardigheid. Daarom is het mooi dat we hiervoor samen met de UB lesmateriaal ontwikkelen.’

Negen aanbevelingen

De resultaten van het onderzoek hebben geleid tot negen aanbevelingen (zie kader). De belangrijkste aanbeveling is het integreren van informatiegeletterdheid in alle curricula. Om docenten hierbij te ondersteunen, is ook een nieuwe rubric ontwikkeld vanuit het gemaakte raamwerk. Een rubric is een beoordelingsschaal voor bijvoorbeeld een vaardigheid. ‘Deze geeft inzicht in de stappen die een student – aan de hand van concrete leerdoelen – dient te nemen om een volgend niveau van de vaardigheid te bereiken,’ zegt De Ronde. ‘Bovendien is het belangrijk dat alle betrokkenen gezamenlijk optrekken om deze aanbevelingen om te zetten in concrete verbeteringen in het onderwijs,’ voegt Pichel eraan toe.

Pilots lopen

Afgelopen najaar is een aantal pilots uitgevoerd om informatievaardigheden in te bedden in het facultaire onderwijs. Neem Bedreigingen van de Gezondheid, een vak in het eerste jaar van de bachelor Gezondheidswetenschappen. Informatiespecialisten van de UB Maastricht verzorgen hierin twee workshops: één over systematisch literatuur zoeken en één over het gebruik van EndNote. ‘We weten dat deze workshops niet veel invloed hebben op studenten, omdat het one-shot workshops zijn. Studenten komen zo maar twee keer in aanraking met onderwijs vanuit de UB,’ zegt Pichel. 

Vandaar dat een extra element aan het vak werd toegevoegd: een leerdagboek. Pichel legt uit: ‘Een leerdagboek bestaat uit verschillende vragen die studenten laten reflecteren op hun manier van informatie zoeken, organiseren of kritisch beoordelen. Daarmee sluit deze pilot aan bij aanbeveling 5 en 8, want we willen studenten stimuleren om informatie te organiseren en erop te laten reflecteren en om zichzelf te toetsen op een aantal vragen rondom informatievaardigheden. Zo hopen wij dat het leereffect groter is, omdat nu de workshops en het leerdagboek beter aansluiten bij de schrijfopdracht in het vak.’

Een andere pilot betrof een college over Bullshit: hoe kan ik kritisch zijn in een post-waarheid tijdperk. Het college werd gegeven om aanbeveling 4 op te volgen: verhoog de focus op kritische beoordeling van bronnen. Studenten leerden kritischer na te denken over nepnieuws in de media en de wetenschap. Ook maakten ze kennis met verschillende biases van het brein in de omgang met informatie. Neem bijvoorbeeld confirmation bias: de voorkeur voor bevestiging van wat iemand gelooft. ‘Dit is een van de belangrijkste biases in deze tijd van informatieverwerking. We zijn immers geneigd om informatie te zoeken en te vinden die aansluit bij onze overtuigingen,’ aldus Pichel.

De toekomst

Het Information-Wise-project is nu over de helft en eindigt in september van dit jaar. ‘Ook willen we bereiken dat de resultaten van het project worden benut buiten de universiteitsmuren,’ vertelt De Ronde. Daarom is er contact gelegd met instanties buiten de UM. ‘We voeren oriënterende gesprekken met het CUBE Design Museum om een informatievaardighedenspel te ontwikkelen voor jongeren.’

Wat gaat de UB doen met de bevindingen? ‘Komend half jaar maken we een start met de herziening van het online onderwijsmateriaal op basis van de uitkomsten van het project,’ zegt Henrietta Hazen, coördinator Skills en Academic Support. ‘De informatiespecialisten van de UB nemen hierin het voortouw, maar betrekken in dit traject nadrukkelijk ook de faculteiten. In 2020 worden ook nieuwe pilots uitgevoerd. De uitkomsten van het project, de pilots en het online materiaal vormen de basis voor verdere inbedding van activiteiten, workshops en lesmateriaal op het gebied van informatievaardigheden in het facultaire onderwijs.’ 


Raamwerken

Bestaande raamwerken zijn de SCONUL (Society of College, National, and University Libraries), de ACRL (Association of College & Research Libraries), de ANCIL (A New Curriculum for Information Literacy) en de CLIN (Cambridge Information Literacy Network). 


Aanbevelingen om informatiewijsheid van studenten te verbeteren

  1. Gebruik constructive alignment om informatiegeletterdheid te integreren in alle curricula. Constructive alignment gaat uit van samenhang en afstemming tussen beoogde leerdoelen, leeractiviteiten en toetsing
  2. Stimuleer zelfsturend leren bij het aanbieden van literatuurlijsten
  3. Moedig studenten aan om te variëren in manieren om bronnen te vinden
  4. Verhoog de focus op kritische beoordeling van bronnen 
  5. Stimuleer studenten om informatie te organiseren. Tools (bijvoorbeeld referentiemanagers) kunnen bijdragen om deze vaardigheid verder te ontwikkelen. Het onderwijzen van een specifieke tool moet nooit een doel op zich zijn, maar een middel om vaardigheden te verbeteren
  6. Ondersteun studenten in de creatie van (academische) output door het geleidelijk aan studenten zelf over te laten
  7. Doceer het creëren van informatie in verschillende vormen (van blogs tot wetenschappelijke artikelen) en op verschillende platformen
  8. Gebruik authentieke toetsing om te testen hoe studenten informatie gebruiken tijdens het leerproces
  9. Voeg trainingen op het gebied van informatiegeletterdheid toe aan de docent professionaliseringstrajecten en training over didactiek toe aan vergelijkbare trajecten voor bibliothecarissen

Stefan Jongen is redacteur bij IP en voormalig specialist Scientific Information bij Maastricht University Library

Deze bijdrage komt uit IP nr. 2 / 2020. Het gehele nummer kun je hier lezen.