Onderzoek: Gevoel van dreiging vergroot geloof in complottheorieën

Gevoelens van existentiële dreiging spelen een belangrijke rol bij het ontstaan van complotdenken. Dat concludeert sociaal psycholoog QI Zhao (VU) die onderzoek deed naar complottheorieën en de gevolgen voor de samenleving. Vooral risico’s rond natuurrampen en de snelle opkomst van kunstmatige intelligentie (AI) blijken samen te hangen met een grotere gevoeligheid voor samenzweringstheorieën.

Complottheorieën zijn de afgelopen jaren steeds zichtbaarder geworden in sociale media en publieke debatten, onder meer tijdens de coronapandemie. Eerder onderzoek liet al zien dat complotdenken verband houdt met uiteenlopende maatschappelijke problemen, zoals een slechtere mentale gezondheid, minder milieubewust gedrag, meer extremisme en een grotere acceptatie van geweld. Tegen deze achtergrond onderzocht Zhao welke factoren bijdragen aan het ontstaan van dergelijke overtuigingen en welke gevolgen zij kunnen hebben.

Invloed risico natuurrampen

Een van de belangrijkste bevindingen is dat mensen vaker in complottheorieën geloven wanneer zij leven in een omgeving met een groter risico op natuurrampen. Tegelijkertijd blijkt dat vertrouwen in het vermogen van de overheid om met zulke rampen om te gaan dit effect juist kan verminderen. Wanneer burgers ervaren dat overheden voorbereid zijn en adequaat handelen, neemt de neiging tot complotdenken af.

Ontwikkeling AI

Ook de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie blijkt van invloed. Zhao laat zien dat mensen meer complottheorieën over AI ontwikkelen wanneer zij AI-systemen zien als zeer autonoom en weinig afhankelijk van menselijke sturing. Hoe sterker het beeld dat AI zelfstandig handelt en eigen belangen nastreeft, hoe groter de kans dat mensen verborgen agenda’s of samenzweringen vermoeden.

Gevolgen complotdenken

Daarnaast bracht Zhao gevolgen van complotdenken in kaart. Mensen die sterker in complottheorieën geloven, blijken minder vertrouwen te hebben in de eerlijkheid van de verdeling van middelen, kansen en beloningen binnen de samenleving. Ook zijn zij eerder geneigd menselijke eigenschappen toe te schrijven aan AI-systemen. Bijvoorbeeld intenties, gevoelens of bewuste motieven. Dat kan van invloed zijn op de manier waarop mensen nieuwe technologieën begrijpen en beoordelen.

Deze bevindingen suggereren dat overheden en publieke instellingen niet machteloos staan tegenover de verspreiding van complottheorieën. Juist in situaties van onzekerheid en dreiging kunnen duidelijke communicatie, zichtbare voorbereiding en effectieve bescherming van burgers bijdragen aan het verminderen van complotdenken.

Belang van vertrouwen

Volgens Zhao onderstrepen de resultaten het belang van vertrouwen, transparantie en weerbaarheid. Door beter te begrijpen hoe gevoelens van dreiging samenhangen met complotdenken, kunnen beleidsmakers effectiever inspelen op maatschappelijke onrust en de verspreiding van misinformatie tegengaan.