De wereldwijde persvrijheid heeft in 2026 een nieuw dieptepunt bereikt. Volgens de nieuwste World Press Freedom Index van Reporters Without Borders (RSF) is de gemiddelde score van de 180 onderzochte landen en gebieden nog nooit zo laag geweest sinds de start van de index in 2001. Nederland is naar de tweede plaats op de ranglijst gestegen, maar volgens journalistenbond NVJ gaat achter die topplek ‘een zorgwekkend beeld’ schuil.
De NVJ wijst erop dat Nederland op het onderdeel ‘veiligheid’ al jaren niet heel hoog scoort en dat ook het geweld tegen journalisten in 2025 opnieuw is toegenomen. ‘Met meer meldingen van bedreiging, intimidatie en fysiek geweld.’
Daarnaast ziet de bond dat het aantal meldingen van geweld voor het derde jaar op rij is gestegen. PersVeilig, een organisatie die zich inzet voor de veiligheid van journalisten, kreeg vorig jaar 262 meldingen. Volgens de Persvrijheidsmonitor werden journalisten aangevallen bij bijvoorbeeld demonstraties en sportevenementen. Ook door ontwikkelingen in de politiek komt de persvrijheid onder druk te staan, stelt de NVJ.
Noorwegen bovenaan
Noorwegen staat opnieuw op de eerste plaats in de World Press Freedom Index, Nederland haalt Estland in. Ook Denemarken en Ierland worden geclassificeerd als ‘goed’ als het gaat om persvrijheid. Voor West- en Zuid-Europa geldt vrijwel overal ’toereikend’. In het oosten van Europa en met name de Balkan ziet RSF een terugval. Die regio is grotendeels ingekleurd als ‘problematisch’.
Daling VS
Sterkste daler is met 37 plaatsen Niger (120), onder meer om het geweld in de Sahelregio. Ook dalend zijn de Verenigde Staten (64, zeven plekken lager dan in 2025), waar onder de tweede termijn van president Donald Trump ‘systematisch’ druk wordt uitgeoefend op de journalistiek. RSF spreekt van ‘een van de ernstigste crises voor de persvrijheid’ in de geschiedenis van de VS. Als voorbeelden noemt RSF onder meer politiek ingestoken campagnes tegen journalisten.
De grootste stijger is Syrië, dat van de 177e plaats in 2025 naar 141 gaat. Als reden wordt de ‘historische transformatie’ van het land sinds de val van het regime-Assad aangevoerd. Vanwege een ‘hernieuwde politieke wil’ en een afname van geweld tegen journalisten komt Libanon (115) dit jaar enkele plekken hoger op de lijst. Ook in de Palestijnse gebieden (156) gaat het volgens RSF iets beter, met name sinds het staakt-het-vuren met Israël. Dat laatste land daalt met vier plekken, naar 116.
Iran staat opnieuw bijna onderaan (177), Eritrea (180) is opnieuw laatste.
