Ook op het gecensureerde web heb je een zoekmachine nodig
De drie meest bezochte websites ter wereld kun je wel raden: Google, YouTube en Facebook. Maar de nummer vier in de Alexa Ranking – Baidu.com – roept in Nederland waarschijnlijk nog bij velen vraagtekens op. IP zocht uit waarom de website niet in onze favorietenbalk staat.
Door: Vincent M.A. Janssen
China’s internet is vaak een hot topic in het nieuws, vooral het afgelopen jaar. Toen kondigde Google namelijk aan een aangepaste zoekmachine te willen ontwikkelen voor het communistische land. Tot het zover is, hoeven de Chinezen het gelukkig niet zonder search engine te doen; Baidu (百度) heeft er al bijna twee decennia de zoekmachinemarkt in handen. Toch hebben de meeste Nederlanders er nog nooit van gehoord.
Wereldformaat
Het bedrijf achter deze zoekmachine, Baidu, Inc., is een speler van wereldformaat. De in Peking gestationeerde organisatie is inmiddels bijna honderd miljard dollar waard. Hiermee staat het, volgens de databank Statista, op de dertiende plek van de grootste internetbedrijven ter wereld. En daarmee is het groter dan Uber en Airbnb.
Verrassend zijn deze cijfers niet. Baidu heeft, na Google, namelijk de op een na grootste zoekmachine op aarde ontwikkeld. Van haar twee miljard actieve gebruikers is een groot deel – ongeveer 600 miljoen – Chinees staatsburger; in China wordt Baidu voor ruim driekwart van alle zoekopdrachten gebruikt. En de grote concurrent, Google? Die is nog steeds verboden in het land. Het Amerikaanse bedrijf heeft al eerder voet aan de grond proberen te krijgen in China, maar dit liep spaak in 2010. Google wilde namelijk niet voldoen aan China’s censuurregels.
Chinese Google
De ruim veertigduizend medewerkers van het in 2000 opgerichte bedrijf houden zich niet alleen maar bezig met het zoekbalkje. Inmiddels is er Baidu Maps, Baidu Wangpan (cloudservice), Baidu Video, Baidu Baike (online encyclopedie), Baidu Tongji (analytics tool), Baidu Music, Baidu News Feed en Baidu Wallet (vergelijkbaar met PayPal). En zo zijn er nog tientallen andere diensten waardoor Baidu met recht de bijnaam ‘Chinese Google’ kreeg.
Onlangs trok het bedrijf de aandacht van de pers met haar Apollo-project. Baidu is namelijk een van de voorlopers op het gebied van zelfrijdende auto’s en de bijbehorende AI-technologie. Afgelopen januari kondigde het bedrijf aan om de software voor zelfrijdende bestelbusjes van supermarktketen Walmart in Californië te ontwikkelen.
Oplopende spanningen
Met het Apollo-project betreedt Baidu voor het eerst het wereldtoneel. Het bedrijf steekt haar ambities niet onder stoelen of banken; zij wil marktleider worden met haar AI-software. Hiermee gaat zij de directe concurrentie aan met Googles Waymo en andere westerse techgiganten. Inmiddels heeft de Apollo-software ook de aandacht getrokken van bedrijven als Ford, Volvo en BMW. Tot ongenoegen van haar Amerikaanse concurrenten. Volgens eigen rapportages van Baidu wordt hun software inmiddels door 12.000 ontwikkelaars wereldwijd gebruikt.
Tegelijkertijd komt deze inmenging van Baidu in de westerse techmarkt als een verrassing. Te midden van groeiende spanningen tussen de VS en de Volksrepubliek zoekt het techbedrijf juist toenadering tot haar Amerikaanse tegenhangers. Vorig jaar werd zij zelfs lid van een AI-alliantie, waarvan ook Facebook, Google, Microsoft, Amazon en IBM deel uitmaken.
Politieke lading
De (westerse) techsector hoeft zich op financieel vlak waarschijnlijk geen grote zorgen te maken. De marktwaarde van Facebook en Alphabet is nog altijd vijf tot zeven keer groter dan die van Baidu. Volgens Rob de Wijk – oprichter van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) en hoogleraar in internationale relaties bij de Universiteit Leiden – is het lastig voor dit soort bedrijven om de westerse markt te betreden. ‘Kijk maar naar Huawei; die zit nu in zwaar weer. Dat komt omdat het bedrijf aan de leiband loopt van de Chinese politiek. In China hebben bedrijven veel meer een politieke lading. En zij moeten tevens informatie inwinnen voor de overheid; wij noemen dat hier spionage. De relatie tussen bedrijven en de staat maakt het voor Chinese techbedrijven lastig om vaste voet aan de grond te krijgen in het Westen. Hetzelfde geldt ook voor zoekmachines,’ legt De Wijk uit.
Golden Shield
De beperkte afzetmarkt is ook te merken aan Baidu’s gebruikscijfers. Ondanks dat het meer zoekopdrachten verwerkt dan Bing, DuckDuckGo, Yahoo! en Yandex bij elkaar, zijn er vooralsnog weinig niet-Chinese gebruikers. Het totale wereldwijde marktaandeel is slechts 12 procent, tegenover Googles 74 procent. Vreemd is dit niet. Het bedrijf moet namelijk niet alleen informatie delen met deChinese overheid, het heeft ook te maken met de censuur die opgelegd wordt door diezelfde overheid.
Sinds eind jaren negentig is het befaamde Golden Shield Project van kracht op het gehele Chinese vasteland. Dit project houdt in dat de staat alles uit de kast haalt om haar kwetsbare burgers digitaal te beschermen tegen criminele, kapitalistische en vooral buitenlandse invloeden. Wie al eens in China op vakantie is geweest, heeft wellicht gemerkt dat bijvoorbeeld de website van BBC China onbereikbaar is, Taiwanese media niet beschikbaar zijn en pornowebsites geblokkeerd worden. Ook op Baidu.
Great Firewall
Het beruchtste onderdeel van China’s censuurproject is de Great Firewall. Dit totaalpakket aan wetgeving, IP- en VPN-blockers en URL-filters moet onder andere inmenging van buitenlandse bedrijven en overheden voorkomen. Onder president Xi Jinping is het censuursysteem alleen maar strenger geworden; hij wil de greep van de Communistische Partij op de Chinese samenleving verder versterken via het web. In Peking schieten daarom de kantoren van contentmoderatiebedrijven als paddenstoelen uit de grond. Het gevolg is dat websites nóg sneller kunnen worden geblokkeerd.
Xi’s inzet is niet alleen nadelig voor buitenlandse websites. Vooral de Chinezen staan onder strenger toezicht. Neem Neihan Duanzi – een app waarmee gebruikers grappige content kunnen delen. Deze werd vorig jaar zonder pardon uit de lucht gehaald door de overheid vanwege ‘vulgaire content’, tot grote verontwaardiging van haar dertig miljoen gebruikers. Het voorval toont aan dat websites en apps afgesloten worden als ze buiten de controlesfeer van de staat liggen. Bedrijven als Baidu worden er zo weer eens aan herinnerd dat zij overgeleverd zijn aan Peking.
‘Vrij’ spel
Tot nu toe is Baidu meegaand met het censuurbeleid. Critici beweren zelfs dat het bedrijf ervan profiteert. Doordat de meeste westerse concurrenten – zoals Google, Facebook, Netflix en Twitter – niet zijn toegestaan, hebben hun Chinese tegenhangers vrij spel gekregen. En zo kan de staat, via bedrijven als Tencent (WeChat) en Baidu, het censuurbeleid blijven aanscherpen. Niet verwonderlijk dat mensenrechtenorganisaties zich zorgen maken over de rol van deze techgiganten in de vrijheidsbeperking van de Chinese burger.
In 2017 organiseerde de Cyberspace Administration of China (CAC) nog een grootschalige ‘opruimactie’. Tencent en Baidu werden op hun vingers getikt. De platformen zouden te veel informatie bevatten die niet ‘de correcte politieke en morele norm’ hanteert, aldus de CAC. Denk hierbij aan kritische opiniestukken over leden van de Communistische Partij of een niet-socialistische visie op de Chinese geschiedenis. Zonder tegenstribbelen verwijderden de techbedrijven deze informatie van hun platformen.
Huis-tuin-en-keuken-zoekopdrachten
De censuurmaatregelen komen Baidu’s zoekresultaten uiteraard niet ten goede. Neem bijvoorbeeld de Tiananmenprotesten in 1989; hier vind je geen betrouwbare informatie over. Volgens westerse zoekspecialisten schiet Baidu ook tekort bij het zoeken naar academische informatie; de resultaten zouden bomvol onbetrouwbare bronnen zitten.
Voor je huis-tuin-en-keuken-zoekopdrachten lijkt Baidu in eerste instantie veel op Google. Lokale resultaten, op basis van je GPS, komen ook bij Baidu hoger in de lijst bijvoorbeeld. Toch is er begin dit jaar veel te doen geweest over de kwaliteit van de zoekresultaten. De Chinees-Amerikaanse journalist Fang Kecheng beklaagde zich in januari op zijn WeChat-account: ‘[Baidu] wil alleen nog maar een marketingplatform zijn, dat gebruikers van de zoekmachine in wil zetten als verkeer naar haar eigen diensten.’ Fangs zorgen werden gedeeld; 100.000 keer via WeChat zelfs. Baidu beloofde kort erna haar zoekalgoritmen te verbeteren.
Marketingtool
Het was niet de eerste keer dat Baidu’s zoekresultaten in opspraak kwamen. In 2016 werd het bedrijf al gedwongen om de algoritmen van zijn zoekmachine grondig aan te passen. De aanleiding was het overlijden van een 21-jarige Chinese student. Deze kankerpatiënt had via de zoekmachine een alternatieve behandeling gevonden, maar die bleek niet te werken. Hij stierf kort na de behandeling.
De casus zorgde voor ophef in het land; Baidu-gebruikers verweten het bedrijf dat het advertenties toestond die kwakzalverij promoten. De CAC startte daarom een onderzoek naar het advertentiebeleid. Wat bleek? Zo’n 20 tot 30 procent van Baidu’s inkomsten waren afkomstig van medische bedrijven. Die konden simpelweg gesponsorde zoekresultaten kopen zonder dat Baidu hun betrouwbaarheid controleerde. Maar de zoekresultaten zijn – zoals Fang nu ook beweert – nog steeds vergeven van gesponsorde content, ondanks de reprimande van de CAC.
Google op de loer
Reuters rapporteerde in januari dat investeerders zich inmiddels ook zorgen maken; Baidu’s ‘controle over de Chinese zoekmarkt zou ervoor zorgen dat het bedrijf te zelfingenomen is geworden’, aldus Reuters. Ook zou het bedrijf gevoelige gebruikersdata, zoals surfgedrag, privégegevens, social media posts en chatberichten, onvoldoende beschermen. Maar klachten hierover lijken aan dovemansoren gericht. Rob de Wijk wijt dit aan het gebrek aan privacywetgeving in China: ‘Privacyschending is in het Westen een punt van aandacht; wij proberen dat aan banden te leggen met wet- en regelgeving. In China gebeurt dat niet. Daar worden discussies rondom big data en privacy niet gevoerd.’
Veel drijfveren om hun zoekmachine te verbeteren hebben de ontwikkelaars bij Baidu dan ook niet. Het ontbreekt niet alleen aan regelgeving; er is ook een tekort aan concurrentie in China. De Chinese internetgebruiker heeft gewoonweg weinig keuze; er zijn alleen gecensureerde zoekmachines beschikbaar. Sommige experts hopen daarom op een herintrede van Google. Ook al zou er enkel een gecensureerde Google komen, het zou Baidu wel op scherp zetten. En dat lijkt hoognodig.
Gebrek aan talent
Het censuurbeleid en het gebrek aan concurrentie zijn niet de enige belemmeringen die innovatie bij Baidu in de weg staan. Een probleem op de lange termijn lijkt een tekort aan techtalent in het land te zijn. In 2018 beweerde Medium dat China binnen een aantal jaren met een tekort van liefst vijf miljoen AI-ontwikkelaars kampt. Dit zou onder andere te wijten zijn aan een gebrek aan hoogopgeleide arbeidsmigranten en technische studies. Ter vergelijking: de VS heeft zes keer zoveel AI-opleidingen alsdan China. Dit is tevens een reden waarom steeds meer Chinese bedrijven een vestiging openen in Sillicon Valley; hiermee proberen ze een plek te veroveren in de westerse strijd om kennis en talent.
De voorzitter van Baidu’s bestuur – Zhang Yaqin – zei vorig jaar in een interview met de Amerikaanse zender CNBC dat hij zich zorgen maakt over het heersende ‘anti-China-sentiment’ in de techsector. Hij hoopt juist op open grenzen tussen de VS en China als het gaat om het uitwisselen van technologie en personeel. Omdat dit onwaarschijnlijk lijkt in het huidige politieke klimaat, heeft Zhang aangekondigd dat Baidu dan maar zelf het heft in handen neemt; het bedrijf gaat de komende jaren 100.000 mensen opleiden op het gebied van AI. Op die manier hoopt Zhang ‘de R&D-capaciteiten van [Chinese] bedrijven verder te vergroten’.
Wereldleider
Ondanks het aankomende tekort aan talent loopt China volgens Rob de Wijk nu al voorop op het gebied van AI, mede door Baidu. ‘Die ontwikkelingen gaan sneller dan we denken. Door het gebrek aan privacywetgevingen kunnen ze in China veel meer data verzamelen dan in het Westen.’ Deze data is weer een belangrijke voedingsbron voor kunstmatige intelligentie. De Wijk is ervan overtuigd dat deze voorsprong er mede voor gaat zorgen dat China de leider van de nieuwe wereldorde wordt: ‘Als dit tempo wordt doorgezet, zijn zij tussen 2025 en 2035 wereldleider. Dat gaat ze gewoon lukken.’
In 2000 beweerde Bill Clinton nog dat China onmogelijk het internet zou kunnen beteugelen. Hij was er zelfs van overtuigd dat het land door het web een democratie zou worden. ‘Hartstikke naïef,’ zegt De Wijk. Hij is ervan overtuigd dat Peking ook in de toekomst grip wil blijven houden op Baidu en de rest van het internet.
Onnodige zorgen
Inmiddels zijn de Chinezen niet meer de enigen die vrezen voor buitenlandse beïnvloeding via het internet. In de VS en Europa groeien de zorgen over de Chinese techbedrijven en hun datavergaring. Kijk maar naar de krantenkoppen over het social credit system. Toen de Chinese staat aankondigde haar burgers te gaan ranken op basis van (online) gedrag, groeide in het Westen het wantrouwen richting bedrijven als Baidu. Zij zijn namelijk belangrijke datavergaarders voor dit nieuwe systeem. Gaan de Chinezen ook onze data massaal opslaan als we zoeken via Baidu of andere Chinese producten gebruiken?
Vooralsnog hoeven we ons in ieder geval weinig zorgen te maken dat Baidu onze zoekmachinemarkt (en data) overneemt. Die westerse gebruikers weet het bedrijf nog niet te bereiken. Zelfs De Wijk maakt zich niet druk: ‘Zolang wij democratisch blijven, gaat Baidu de westerse markt niet veroveren.’
Vincent M.A. Janssen is redacteur van IP en freelance informatieprofessional
Deze bijdrage komt uit IP nr. 3 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.