Idealiter is de informatie die erfgoedinstellingen online publiceren over hun collecties gemakkelijk doorzoekbaar. Dat wil zeggen: over de grenzen van afzonderlijke collecties en instellingen heen. Hiervoor is het noodzakelijk dat erfgoedinstellingen gemeenschappelijke ‘termen’ gebruiken. Het Termennetwerk is hierbij een hulpmiddel.
Door: Marian Hellema
Het Netwerk Digitaal Erfgoed is een samenwerkingsverband van de Nederlandse erfgoedsector. Het doel is om de maatschappelijke waarde van erfgoed te vergroten door digitale erfgoedcollecties zo goed mogelijk zichtbaar, bruikbaar en houdbaar te maken. Het netwerk ontwikkelt hiervoor een aantal voorzieningen. Het Termennetwerk is daar één van, waarvoor wordt samengewerkt met CLARIAH (gedistribueerde infrastructuur voor onderzoek in de geesteswetenschappen). Het is niet bedoeld voor menselijke gebruikers, maar voor geautomatiseerde systemen. In dit artikel lichten we toe wat het principe hierachter is.
Netwerk van erfgoedinformatie
De bruikbaarheid van erfgoedinformatie wordt verbeterd als er onderlinge verbindingen tussen erfgoedcollecties worden gelegd. Het ideaal is om alle erfgoedinformatie zo te publiceren dat alles goed te vinden en te combineren is. Ook als de informatie uit verschillende bronsystemen komt, met ieder hun eigen gegevensstructuren, zoekmogelijkheden en presentatiewijzen. Er ontstaat zo een netwerk van erfgoedinformatie, waarmee je informatievragen over deze collecties heen beter kunt beantwoorden (zoals wie, wat, waar en wanneer).
Een geautomatiseerd systeem moet de beschikbare gegevens kunnen interpreteren om zo alle relevante informatie over een onderwerp te vinden. Bijvoorbeeld alles over de persoon Christiaan Huygens: brieven, wetenschappelijke instrumenten, archiefstukken, boeken van en over hem, plaatsen waar hij gewoond heeft, et cetera. Daarbij wordt alle beschikbare informatie samengebracht, of het nu uit bibliotheken, archieven, musea, onderzoeksinstellingen of andere organisaties afkomstig is.
Terminologiebronnen
Voor informatieprofessionals is het van groot belang om informatie ondubbelzinnig vast te leggen. Daarvoor gebruiken zij vaak thesauri, gecontroleerde woordenlijsten of andere gestandaardiseerde referentielijsten. Hiermee wordt duidelijk gemaakt over welke Christiaan Huygens het gaat, of wordt vastgelegd dat iets een aardewerken voorwerp is, hoewel anderen dat potterie noemen. Zulke gestandaardiseerde ‘termen’ hebben een eigen identifier en vaak is er extra kennis beschikbaar, zoals alternatieve benamingen, verschillende talen of een hiërarchische relatie tussen algemene en meer specifieke termen.
Het gebruik van gestandaardiseerde termen maakt het bovendien mogelijk om verbanden tussen stukjes informatie te leggen. Als in verschillende erfgoedcollecties dezelfde ‘termen’ worden gebruikt, dan kunnen ze geautomatiseerd aan elkaar gekoppeld worden.
In de erfgoedsector wordt hiervoor vaak gebruikgemaakt van bijvoorbeeld de Art & Architecture Thesaurus (AAT), de Cultuurhistorische Thesaurus, de Gemeenschappelijke Thesaurus Audiovisuele Archieven (GTAA), GeoNames, Wikidata, DBpedia en dergelijke. Deze worden hier met het koepelbegrip ‘terminologiebronnen’ aangeduid. Ze worden onderhouden door partijen met expertise op dat terrein, wat vertrouwen geeft in de kwaliteit en de beschikbaarheid van de informatie.
Verbindingen
Om erfgoedinformatie over de grenzen van instituten en collecties heen te kunnen verbinden, is het dus van belang dat er in collectiebeschrijvingen gebruik wordt gemaakt van termen uit gemeenschappelijke terminologiebronnen. Zo kan bijvoorbeeld een bibliotheek vastleggen dat Christiaan Huygens de auteur is van een boek door te verwijzen naar de term uit de Nederlandse Thesaurus van Auteursnamen (data.bibliotheken.nl/id/thes/p068365462). Een archief dat een brief van Huygens heeft, gebruikt dezelfde term om de schrijver van de brief aan te duiden. Op die manier kunnen geautomatiseerde systemen de verbinding leggen tussen deze brokjes informatie. Het gaat immers om dezelfde persoon.
Zulke verwijzingen naar gemeenschappelijke terminologiebronnen maken erfgoedinformatie beter bruikbaar over de grenzen van afzonderlijke collecties heen en zijn een belangrijke bouwsteen voor linked data. Idealiter zijn de terminologiebronnen zelf ook gepubliceerd als linked data. In dat geval heeft iedere term als identifier een URI die informatie over de term oplevert, waardoor een geautomatiseerd systeem alle beschikbare informatie kan interpreteren. Daarnaast is het van belang om verwijzingen tussen terminologiebronnen onderling te maken, zodat de informatie ook gekoppeld kan worden bij gebruik van verschillende terminologiebronnen.
Gebruik
Het Termennetwerk is een hulpmiddel om het onderling verbonden ‘netwerk van erfgoedinformatie’ te realiseren. Het biedt een eenvoudige, uniforme manier om naar termen in terminologiebronnen te zoeken, zonder al die bronnen afzonderlijk te hoeven raadplegen. Naar keuze kan in een of meer bronnen worden gezocht, bijvoorbeeld naar ‘aardewerk’ in de AAT. De bijbehorende URI kan bijvoorbeeld in je collectiebeheersysteem worden opgenomen om een voorwerp te beschrijven.
Dit kan in collectiebeheersystemen worden ingebouwd, waardoor collectiebeheerders eenvoudig verwijzingen naar gemeenschappelijke termen kunnen maken. Het scenario is als volgt: stel dat een collectiebeheerder het materiaal van een voorwerp wil vastleggen met een AAT-term. Deze gebruiker tikt een zoekterm in en het systeem toont de hiervoor beschikbare AAT-termen, gebruikmakend van het Termennetwerk. (Of het systeem toont relevante keuzemogelijkheden zoals ‘aardewerk’, ‘textiel’ en ‘glas’.)
Na keuze van een term registreert het collectiebeheersysteem de bijbehorende URI, waardoor dus de verwijzing naar de terminologiebron is gemaakt. Het Netwerk Digitaal Erfgoed werkt samen met de leveranciers van een aantal veelgebruikte collectiebeheersystemen om te zorgen dat zij dit in hun systemen integreren.
Om de werking te illustreren, is er een demonstratieomgeving. Die is niet bedoeld om rechtstreeks te gebruiken, maar alleen om een indruk te geven van hoe het werkt. Kies enkele terminologiebronnen, geef een zoekterm, bekijk de informatie in de oorspronkelijke terminologiebronnen en kopieer eventueel gevonden URI’s in je eigen systeem.
Werking
In principe kunnen alle terminologiebronnen op het Termennetwerk worden aangesloten. Voorwaarde is wel dat ze als linked data worden aangeboden en via een programmeerbare interface (API) doorzoekbaar zijn.
Het Termennetwerk sluist zoekvragen door naar de terminologiebronnen en retourneert de resultaten die het uit die bronsystemen ontvangt. Er worden dus geen kopieën van de termen opgeslagen, maar ze worden real time uit de terminologiebronnen opgehaald en daar onderhouden. Deze gedistribueerde opzet is de kracht ervan. Voor het bevragen van het Termennetwerk wordt relatief nieuwe technologie gebruikt (GraphQL, een query-taal om API’s te bevragen).
Prototype
Het huidige Termennetwerk is een prototype, bedoeld om het principe te demonstreren en om te onderzoeken of het bruikbaar is. Het bevat nog lang niet alle relevante terminologiebronnen en de werking kan nog veranderen.
Het Termennetwerk wordt doorontwikkeld in samenwerking met onder meer leveranciers van collectiebeheersystemen en collectiebeheerders. Deze aanpak binnen het Netwerk Digitaal Erfgoed is misschien wel het meest bijzondere aan het Termennetwerk. Ervaringen en reacties zijn welkom. Ze worden gebruikt om het Termennetwerk uit te bouwen tot een volwaardige dienst.
Marian Hellema is ICT-erfgoedspecialist
Deze bijdrage komt uit IP nr. 5 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.