Mensen hebben duidelijke normen over hoe zij hun mening moeten vormen, maar onderschatten de invloed van sociale media, talkshows of mensen in hun directe omgeving. Het mediagebruik van met name jongeren is breder en meer divers geworden. Toch is er geen sprake van volledig gescheiden ‘mediabubbels’.
Dat blijkt uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in samenwerking met de Vrije Universiteit Amsterdam (VU). Ze hebben verkend welke invloed (sociale) media, de sociale omgeving en eigen ervaringen hebben op hoe mensen hun mening vormen.
Meningen over de politiek en de samenleving worden gevormd op basis van wat mensen zien en hoe informatie wordt gepresenteerd. Maar ook via wie ze het ontvangen en met wie ze erover praten telt mee. Media spelen daarbij een rol, maar zijn niet de enige factor, ook iemands eigen ervaringen en achtergrond. Mensen hebben duidelijke ideeën over hoe je een mening zou moeten vormen: goed onderbouwen, betrouwbare bronnen gebruiken, niet zomaar iets aannemen. Toch blijkt dat mensen zich niet altijd bewust zijn van hoe hun mening precies ontstaat.
Het mediagebruik is de afgelopen vijftien jaar sterk veranderd en met name jongeren hebben een breed en digitaal mediadieet, waarin sociale media en online interacties belangrijk zijn. Vanwege het toenemend gebruik van sociale media komen mensen vaker toevallig nieuws tegen. Deze informatie kan hun mening beïnvloeden zonder dat mensen zich hiervan bewust zijn.
Opiniebewustzijn
In de nieuwe editie van het Continu Onderzoek Burgerperspectieven pleit het SCP voor meer aandacht voor ‘opiniebewustzijn’. In een democratie is het van belang dat mensen de ruimte hebben om na te denken en te oordelen over maatschappelijke kwesties zodat ze geïnformeerde beslissingen kunnen nemen. ‘Bewustzijn over de manier waarop we onze mening vormen kan hieraan bijdragen’, zegt Josje den Ridder, onderzoeker bij het SCP.
Dat vraagt naast aandacht voor mediawijsheid, ook om aandacht voor hoe eigen ervaringen, gesprekken met anderen en iemands eigen situatie meespelen in het proces van meningsvorming. ‘Een bredere blik op dit proces moet duidelijk maken dat overtuigingskracht niet stopt waar het scherm ophoudt. Ook persoonlijke sociale structuren – zoals het gezin, de vriendengroep of de werkvloer, bepalen welke oordelen en opvattingen iemand vormt.’