Onderzoek: Amsterdamse straattaal uit jaren negentig door heel Nederland gebruikt

Waarom gebruiken jongeren straattaal, en welke woorden blijven hangen? Taalonderzoekers Khalid Mourigh, Kristel Doreleijers en Stef Grondelaers onderzochten het via een nieuw jongerenpanel. Een van de conclusies is dat Amsterdamse straattaalwoorden uit de jaren negentig nog steeds gangbaar zijn, maar inmiddels verspreid door heel Nederland.

De onderzoekers schreven over de resultaten in het nieuwste nummer van Onze Taal. Het onderzoek bouwt voort op het eerste wetenschappelijke werk over straattaal in Nederland, gepubliceerd door René Appel in 1999. Hij beschreef hoe Amsterdamse middelbare scholieren allerlei leenwoorden gebruikten in hun omgangstaal.

De gedachte is vaak dat straattaal een vluchtig modeverschijnsel is. Om dit te onderzoeken, legden de onderzoekers de woorden van Appel voor aan het Meertens Jongerenpanel. Dit bestaat uit honderden leerlingen van middelbare scholen in Nederland, Vlaanderen en Curaçao. De leerlingen rapporteerden zelf over hun straattaalgebruik in de lessen Nederlands. In totaal vulden 573 jongeren de vragenlijst in.

Loesoe en fittie

Uit de resultaten blijkt dat jongeren veel woorden uit het onderzoek van Appel nog herkennen en ook regelmatig nog gebruiken. Vooral woorden als loesoe (‘weg’), chickie (‘meisje, lekker wijf’), fittie (‘vechten, gevecht’), pasen (‘geven’), patta’s (‘schoenen’) en jonko (‘joint’) zijn nog populair. Ze zijn door heel het land verspreid geraakt. Sommige woorden hebben in de loop der jaren wel een andere betekenis gekregen, zoals het woord loesoe, dat tegenwoordig eerder ‘losgaan’, ‘gek’ of ‘wild’ betekent.

Uit het onderzoek blijkt dat zowel jongens als meisjes straattaal gebruiken. Jongens doen dat vaker omdat ze het stoer vinden (het straalt ‘straatwijsheid’ uit), terwijl meisjes straattaal vooral voor de grap gebruiken. Hoewel alle jongeren wel enige kennis van straattaal hebben, geven vooral jongens met een (niet-Westers) meertalig profiel aan dat ze straattaal gebruiken. Bij meisjes vonden de onderzoekers geen verband tussen meertaligheid en het gebruik van straattaal.

Creatief

Hoewel straattaal de afgelopen decennia echt voet aan de grond heeft gekregen, vinden veel mensen het nog steeds een spannend onderwerp. Sommigen vinden straattaal exotisch of ze denken dat het een bedreiging is voor het Nederlands. René Appel gaf eind jaren negentig al aan dat straattaalsprekers geen slechtere taalgebruikers zijn. Juist ook jongeren die goed zijn in taal gaan er creatief mee om. De onderzoekers merkten ook dat scholieren veel interesse hebben in straattaal en jongerentaal, bijvoorbeeld voor hun profielwerkstuk. Regelmatig bezoeken ze het Meertens Instituut om interviews te houden en meer te ontdekken over hun eigen taalgebruik en dat van leeftijdsgenoten.

Vervolgonderzoek

In vervolgonderzoek, via het reguliere Meertens Panel, zoeken de onderzoekers uit of ook volwassenen, ‘de jongeren van toen’, (nog) straattaalwoorden herkennen en gebruiken.