Next step in open access 

Universiteiten betalen voor de kosten van publiceren, waarna lezen gratis wordt voor iedereen. Deze zogeheten ‘transformative deals’ zouden moeten leiden tot 100% open access. Maar de werkelijkheid is weerbarstiger. 

Door: Matthijs van Otegem

Met publiek geld betaald onderzoek moet publiek toegankelijk zijn. Dit is het basisprincipe van Plan S, dat in september 2018 werd gelanceerd door een Europese coalitie van verstrekkers van onderzoekssubsidies. Terwijl de richtlijnen van Plan S veel discussie oproepen (zie de column van Frank Huysmans in het vorige nummer van IP), wordt in Europa nu de ene na de andere ‘transformative agreement’ afgesloten. Dit is immers een van de wegen om Plan S-compliant te worden. Waar bibliotheken eerst afrekenden voor abonnementen, betalen ze nu voor de kosten van publiceren waarna lezen gratis wordt voor iedereen. 

Wat kost publiceren?

Volgens een veel aangehaalde studie van het Max Planck Gesellschaft, een Duitse onafhankelijke organisatie voor wetenschappelijk onderzoek, zou er genoeg geld omgaan in de wereld van wetenschappelijk uitgeven om morgen zonder meerkosten over te stappen op 100% open access. Zien we dat terug in de nieuwe transformative deals? Nou nee, kijk maar mee.

In Zweden werd na een eerdere breuk met Elsevier toch een nieuwe overeenkomst gesloten aan het eind van 2019. Volgens het persbericht gaan de 3.800 artikelen die Zweedse universiteiten bij Elsevier publiceren, vanaf begin dit jaar allemaal in open access verschijnen. Details over de overeenkomst zijn nog niet vrijgegeven en het getekende contract is nog niet te vinden in het ESAC-register. In dit register kun je de contracten vinden voor transformative agreements. 

Wel staan daar de overeenkomsten die de bibliotheekconsortia van Hongarije en Noorwegen eerder in 2019 met Elsevier sloten. Hongarije kwam een contract overeen voor 13 miljoen euro en publiceert 2.500 artikelen. Dat is dan 5.200 euro per artikel! Natuurlijk hebben ze daarbij ook leesrechten, maar toch: dit is het dubbele van wat de Zweden betalen voor hun deal met Springer Nature die ook op 1 januari 2020 inging. Daar kost een artikel 2.600 euro (4 miljoen per jaar voor 1.500 artikelen). Dat is dan weer 1.000 euro meer dan eenzelfde artikel bij Springer Nature van een Nederlandse auteur. Kortom, een artikel in een transformative agreement kan tussen de 1.600 en 5.200 euro kosten.

Historische prijs

Deze verschillen komen doordat de historische prijs nog steeds bepalend is. Zoals Gerard Meijer, directeur en onderhandelaar bij het Max Planck Gesellschaft, eerder in IP uitlegde, is het alleen mogelijk om over te stappen naar een open access-deal als de kosten ongeveer even hoog zijn als de oude abonnementsprijs. En die lopen in Europa blijkbaar behoorlijk uiteen. Vanzelfsprekend vinden zowel de Nederlanders als de Zweden en de Hongaren dat ze een prima deal hebben. Ook al betaalt de een drie keer zoveel als de ander.

Free riders

De Fransen doen het weer anders. Zij sloten in 2019 een deal met Elsevier die de aandacht trok vanwege dertien procent prijsverlaging. Ook bedongen ze een korting op de kosten per artikel (article processing charges: APC) voor wie in open access wil publiceren. Maar verder bevat de overeenkomst in het geheel geen open access. Nu dankzij de transformative agreements er steeds meer publicaties in open access – en dus gratis – beschikbaar komen, vinden de Fransen dat zij best een lagere abonnementsprijs mogen betalen. Zo liften ze mee op de open access-deals van andere landen. Ditzelfde deden eerder ook de Italianen. Hier zien we wat in de economie het free rider-probleem heet: als ik kan profiteren van gratis toegang zonder dat ik zelf hoef mee te betalen, waarom zou ik dat dan niet doen? Vergelijk het met dat je geen kaartje koopt voor de trein, want die rijdt toch wel… zolang er tenminste genoeg mensen zijn die wel een treinkaartje kopen. Daarom zijn er controleurs in de trein, maar die zijn er voor open access niet. Inmiddels gaan er in Groot-Brittannië en ook in Nederland stemmen op dat dit maar eens afgelopen moet zijn, anders wordt open access veel te duur.

Hoe moet dit verder?

Het is duidelijk dat de transformative agreement niet de pot goud(en open access) aan het eind van de regenboog is. De transformatie zou moeten zijn: van betalen voor lezen naar betalen voor publiceren. Maar er ontstaat steeds meer twijfel of we ooit zo tot 100% open access komen. Wellicht is de transformative agreement toch niet de oplossing. 

Zo bekeken is het experiment dat Nederland nu aangaat met Elsevier zeer interessant. In december sloten de Vereniging van Universiteiten (VSNU), de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een Memorandum of Understanding om met Elsevier te gaan werken aan een nationale open science-infrastructuur. Open access is tenslotte geen doel maar een middel, om een vrije open wetenschap mogelijk te maken. Zo bezien zou je lezen en publiceren als diensten kunnen zien in een groter verband van open science-diensten. Een licentie 3.0 zou dus moeten gaan over diensten in plaats van publiceren en lezen. 

Unieke stap

Nederland en Elsevier zetten hiermee een unieke stap, die verder gaat dan eerdere licenties. Elsevier ziet wel in dat in een open access-wereld met content niet veel geld te verdienen valt. Uitgevers zullen meerwaarde moeten leveren op diensten rond die content. Deze Memorandum of Understanding biedt de mogelijkheid om hier in de veilige context van de thuismarkt mee te experimenteren. Voor Nederland is het noodzaak dat ook Elsevier volledig overgaat op open access. Een kwart van de Nederlandse onderzoeksoutput blijft anders achter een betaalmuur. Daarbij biedt dit de kans om nieuwe diensten te ontwikkelen met een krachtige partner. 

Spannend is deze ontwikkeling wel. Dit najaar lekte een intern stuk uit over de onderhandelingen. Er stak een storm van kritiek op: ‘Nederland verkoopt data in ruil voor open access’. Wat er in december over de Memorandum of Understanding naar buiten kwam, is al een stuk genuanceerder: Nederlandse universiteiten en hun wetenschappers blijven altijd eigenaar van hun data. Verder krijgt Elsevier geen exclusieve rechten: wat ontwikkeld wordt, moet koppelbaar zijn aan andere systemen en andere partijen krijgen ook de mogelijkheid om mee te ontwikkelen. Hoe dit precies vorm krijgt, wordt nader uitgewerkt en moet zijn beslag krijgen in een definitieve overeenkomst per 1 mei 2020.

Nederland liep voorop bij het afsluiten van transformative agreements. Dit jaar zal duidelijk worden of ons land ook met dit nieuwe type overeenkomst internationaal de weg wijst.

Matthijs van Otegem is redacteur van IP en directeur van de Universiteitsbibliotheek van de Erasmus Universiteit Rotterdam

Deze bijdrage komt uit IP nr. 2 / 2020. Het gehele nummer kun je hier lezen.