Uit onderzoek in opdracht van de beroepsverenigingen KNVI en VVBAD in 2017 bleek dat er in Nederland en Vlaanderen, naast de bestaande cursussen en opleidingen, behoefte bestaat aan een brede basisopleiding voor informatieprofessionals binnen het hoger onderwijs. In een vervolgproject inventariseerde Floriske van Gennip het aanbod aan opleidingen en cursussen in beide landen. De belangrijkste bevindingen op een rij.
Door: Floriske van Gennip en Bruno Vermeeren
In 2017 verscheen in opdracht van VVBAD en KNVI een onderzoeksrapport van de bureaus Kasperkovitz en Dialogic (zie www.vvbad.be/infonoden en IP 2017-6). Het belangrijkste resultaat was dat er in Vlaanderen en Nederland enerzijds behoefte bestaat aan een brede basisopleiding voor informatieprofessionals. Anderzijds is er zeker ook vraag naar modules die inspelen op specifieke ontwikkelingen in de sector en die gebruikt kunnen worden als bijscholing voor mensen die al in de praktijk werken.
Vervolg
De VVBAD-KNVI-stuurgroep besliste in de loop van 2018 om werk te maken van een vervolgonderzoek. Uitgangspunt was de eerste aanbeveling van de onderzoekers: nagaan of er een curriculum samengesteld kan worden met modules uit de bestaande opleidingen in Vlaanderen, Nederland en eventueel daarbuiten. Daarnaast moest onderzocht worden welke modules ontbreken en of deze ontwikkeld kunnen worden. De modules zouden in eerste instantie aangeboden kunnen worden als bijscholing, en zouden daarnaast het fundament kunnen vormen van een grensoverschrijdende basisopleiding tot informatieprofessional. (Een artikel over de tussentijdse resultaten voor de vol- en deeltijdopleidingen verscheen in IP 2018-8.)
Databank en competentieboom
Gegevens over opleidingen, modules daarbinnen en afzonderlijke (ook commercieel aangeboden) cursussen werden door Floriske van Gennip verzameld en in een databank opgenomen. Meer dan 300 modules uit 90 verschillende opleidingen, georganiseerd door 50 verschillende instellingen in binnen- en buitenland, werden beschreven.
Om een duidelijke link te kunnen leggen tussen de nodige competenties voor informatieprofessionals en opleidingen en modules binnen het huidige onderwijsaanbod, is een systematisch overzicht van die competenties nodig. Het onderzoek uit 2017 presenteerde een honderdtal benodigde en nog ontbrekende competenties in een algemeen, ongestructureerd overzicht van kennis en vaardigheden voor toekomstige informatieprofessionals. Tijdens het vervolgproject werden deze in Antwerpen in een workshop met expert-vakgenoten ingepast in een boomstructuur.
Wortels, stam en takken
Veel competenties werden in de gemeenschappelijke wortels en stam van de competentieboom ondergebracht. Het stimuleren van kennisdelen, klantgerichtheid, samenwerking en interdisciplinair werken horen volgens de deelnemers als basisvaardigheden thuis in het wortelstelsel. Algemene competenties rond management, marketing, communicatie en publieksbereik, didactiek, informatie- en onderzoeksvaardigheden, juridische kennis en een breed maatschappelijk bewustzijn kregen een plek in de stam, samen met clusters rond collectievorming, behoud en beheer van digitale en fysieke collecties, catalografie en metadatering, kennis van ICT en informatiesystemen en van nieuwe media. De takken werden gevormd door specialistische clusters zoals digitalisering, datamodellering en data-analyse, veranderingsmanagement, gebouw en inrichting, research data management, linked open data, open science, enzovoort.
Gesprekken
In het project werden gesprekken gevoerd met opleidingsverantwoordelijken en docenten van bestaande bibliotheek- en archiefopleidingen en met afgevaardigden van opleidingen met duidelijke raakvlakken met de sector. De gesprekspartners plaatsten een aantal interessante kanttekeningen. Zo twijfelen sommige, met name Nederlandse, opleidingen of er vanuit de studenten voldoende interesse is voor een nieuwe opleiding tot informatieprofessional, mede gezien het dalende aantal inschrijvingen waarmee zij zich geconfronteerd zien. Bovendien onderschat volgens de gesprekspartners het bedrijfsleven de meerwaarde van informatieprofessionals, waardoor duidelijke kansen op de arbeidsmarkt ontbreken. Deze zorgen lijken vooral te leven bij de bacheloropleidingen aan de hogescholen en minder bij de masteropleidingen aan de universiteiten.
Vanuit de opleidingen is er bovendien weinig animo voor het idee om modules uit bestaande opleidingen als bijscholing aan te bieden, laat staan om losse modules van verschillende opleidingen samen te voegen tot een internationale basisopleiding. Zij menen dat het ‘knippen en plakken’ van modules de opbouw en de samenhang van de opleiding inhoudelijk ondermijnt. Competenties worden tijdens een opleidingstraject immers zowel in de breedte als in de diepte ontwikkeld.
Volgens de stuurgroep van het onderzoek zijn er al met al voldoende argumenten om te kunnen stellen dat een opleiding voor het informatievak zeker noodzakelijk is én rendabel kan zijn. Niettemin blijven er inspanningen nodig om de arbeidsmarkt van de meerwaarde van informatiespecialisten te doordringen.
Blauwdruk
Al met al komt naar voren dat, mits er voldoende respect is voor de eigenheid van de verschillende disciplines, één gemeenschappelijke basisopleiding een logische ontwikkeling zou zijn. De nieuwe graduaatsopleiding Informatiebeheer aan de Artevelde- en de Erasmushogeschool vormt in die zin een interessante casus. Het samenbrengen van de bibliotheek- en de archiefsector binnen een gemeenschappelijke basisopleiding Informatiebeheer op niveau vijf van het European Qualifications Framework (EQF; zie tinyurl.com/ychze6xu) zou een bijdrage kunnen leveren aan een veranderende beeldvorming van het beroep. Met het oog op een brede basisopleiding tot informatieprofessional op EQF-niveau zes (Nederlandse hbo-opleidingen) of zeven (Nederland: universiteiten) kunnen ook lessen geleerd worden over hoe zo’n opleiding het best in de markt wordt gezet.
Er moet dus vanuit de sector werk gemaakt worden van een blauwdruk voor het ideale curriculum, waarin duidelijk beschreven wordt welke kennis en vaardigheden daarin zeker niet mogen ontbreken. Ook lijkt het raadzaam om daarbij duidelijk aan te geven op welk niveau deze opleiding zich best situeert.
Praktische haalbaarheid
Door de stuurgroep en de gesprekspartners werd tot slot een reeks vragen geformuleerd met betrekking tot de financiering en de organisatie van een gezamenlijke Nederlands-Vlaamse IP-opleiding. Zijn verschillende instellingen bereid om samen te werken? Hoe zit het met bijvoorbeeld de affiliatie van de docenten en de uitwisseling van studentengegevens? Hoe zit het met collegegeld binnen een internationale opleiding? Bieden Europese programma’s zoals Erasmus+ of Erasmus Mundus een kader om deze opleiding (projectmatig) te ontwikkelen of uit te testen? Zou samenwerking met Britse universiteiten nog een optie zijn?
Allereerst zal nu het organisatorische en financiële kader moeten worden uitgetekend waarin deze opleiding kan functioneren. Daarbij zal rekening gehouden moeten worden met de belangen van de instellingen, de docenten en de (toekomstige) studenten. Als er inderdaad gestreefd wordt naar een internationale opleiding, verdient het aanbeveling om na te gaan welke antwoorden bestaande internationale opleidingen gevonden hebben op deze vragen. Kortom: genoeg werk aan de winkel voor de stuurgroep.
Het rapport Onderzoek Opleidingsmodules Informatievak door Floriske van Gennip is als pdf te downloaden van www.vvbad.be/opleidingsmodules.
Deze bijdrage is een ingekorte en bewerkte versie van een artikel dat recent verscheen in het tijdschrift META, nummer 2019/2.
Floriske van Gennip werkte van augustus 2018 tot januari 2019 bij de VVBAD in Antwerpen-Berchem en is momenteel op zoek naar een nieuwe uitdaging binnen de erfgoedsector.
Bruno Vermeeren is beleidsmedewerker bij de Vlaamse beroepsvereniging VVBAD.
Deze bijdrage komt uit IP nr. 3 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.