‘Hoe digitaler, hoe socialer,’ zegt OBA-directeur Martin Berendse. Mensen zoeken elkaar op en werken samen in bibliotheken. Voor Berendse een reden om de vestigingen van de OBA anders in te gaan richten.
Door: Ronald de Nijs
‘In de eerste honderd jaar van ons bestaan als Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) hebben we de collectie letterlijk centraal op de vloer gezet en de mensen er als het ware “omheen gedrapeerd”. Nu zien we in dat het precies andersom moet. De collecties komen tegen de muur en de mensen op de vloer. Daar zit een heel grote omkering in,’ zegt Martin Berendse. Hij trad in juli 2014 aan als directeur van de OBA en was eerder werkzaam als Algemeen Rijksarchivaris en algemeen directeur van het Nationaal Archief.
Digitale paradox
Die omkering past bij wat Berendse de ‘digitale paradox’ noemt. ‘Ik zeg wel eens: hoe digitaler, hoe socialer. Lange tijd hebben we gedacht dat mensen in deze digitale tijden niet meer informatie met elkaar zouden willen delen door bij elkaar aan te schuiven. Maar het tegendeel blijkt het geval. Loop maar eens rond in de OBA op het Oosterdok: dagelijks zitten honderden mensen achter hun tafeltje met een boek of een opengeklapte laptop samen te leren. Die sociale rol van bibliotheken zal alleen maar toenemen.’
Het nieuwe inzicht heeft ertoe geleid dat de centrale vestiging op het Oosterdok, geopend in 2007, is verbouwd. ‘Het gebouw was ingericht op individuen en grote groepen, maar niet op samenwerkende en lerende kleine clubjes mensen. Sinds de zomer van 2018 kunnen we al die verschillende groepjes een plek bieden, variërend van iemand die in zijn eentje studeert, twee mensen die samenwerken, een huiswerkgroepje van zes leerlingen tot jongeren of volwassenen die in een zaal aan een workshop deelnemen of naar een lezing luisteren.’
Leven lang leren
‘Samen leren, samen leven’ is het motto van de eind 2018 uitgekomen beleidsvisie van de OBA. ‘We zijn er om Amsterdammers te stimuleren en te helpen met een leven lang leren,’ legt Berendse uit. ‘Daar hoort ontmoeting bij, alsook uitwisseling van kennis en informatie. Wij zijn er om kennis, cultuur en informatie toegankelijk te houden – dat zijn heel klassieke bibliotheektaken. Maar die exclusieve gerichtheid op de drager van informatie, dus de collectie, het boek, de cd, de dvd, kan volgens ons wel wat breder. Daarom willen we alle vormen van kennis-, cultuur- en informatie-uitwisseling als bibliotheek faciliteren. Dus ook het gesprek, de samenwerking, de workshop, de les, de voordracht, de lezing, de discussie en de film. De bibliotheek moet de plek zijn waar dat allemaal mogelijk is.’
Emancipatie-instrument
‘Openbare bibliotheken zijn destijds opgericht als een emancipatie-instrument. En dat is onveranderd. We lopen harder naarmate die toegang tot kennis, cultuur en informatie in het geding komt. En in Amsterdam is er nu eenmaal een aanzienlijk deel van de bevolking voor wie die toegang niet zo vanzelfsprekend is. We richten ons ongelooflijk hard op Amsterdammers voor wie lezen, schrijven en rekenen niet vanzelfsprekend zijn, en dus gaan veel van onze programma’s over die basisvaardigheden. Dat doen we niet exclusief op het Oosterdok maar vooral in wijken als Zuidoost, Nieuw-West en Noord, waar die vraagstukken het scherpst zijn.’
Dicht bij de gebruiker
‘In tegenstelling tot de andere filialen hebben we op het Oosterdok alles wat er nog aan fysieke collecties is, in een monumentale opstelling op de vloer staan. Dus gewoon midden in de ruimte. De wanden eromheen zijn óf ramen óf witte muren die gebruikt kunnen worden voor exposities. Prachtig! Maar in de nieuwe vestigingen gaan de wanden schuil achter de materialen uit de collectie, in kasten op wielen, en vind je midden in de ruimte stoelen, tafels, machines en andere dingen die mensen gebruiken,’ aldus Berendse. ‘De monumentale opstelling op het Oosterdok is de essentie van het gebouw van architect Jo Coenen – dat laten we zo. Bovendien beschikken we hier over zoveel vierkante meters dat we niet hebben hoeven kiezen.’
In de buurtvestigingen woekert de OBA wel met de ruimte. ‘Dat heeft ook met geld te maken. We zijn in de loop der jaren twintig procent van ons budget kwijtgeraakt. Dit hebben we opgevangen door vestigingen te verkleinen in plaats van ze te sluiten. Want de buurtvestigingen zijn van groot belang. Onderzoek heeft bijvoorbeeld uitgewezen dat een groot deel van de kinderen in Nieuw-West voor hun twaalfde het stadsdeel niet uitkomt. Dat betekent dat we heel dicht bij onze gebruikers moeten zitten.’
Geen rust, reinheid en regelmaat
‘De gebouwen van de buurtvestigingen moeten mee kunnen ademen met de behoefte van de dag. Dus ’s morgen kan een ruimte dienen als leslokaal voor kinderen, ’s middags als een peuterontvangstruimte en ’s avonds biedt het plek voor een lezing of een cursus. Misschien is dat wel de allergrootste verandering in de openbare bibliotheek, namelijk dat we niet meer uitgaan van rust, reinheid en regelmaat en een stabiel ruimtegebruik.’
OBA Next
Met de kennis die de OBA met de verbouwing van het Oosterdok en met de nieuwe filialen, zoals in de Pijp en in Zuidoost, heeft opgedaan, wil Berendse in 2023 een grote vestiging openen in Nieuw-West. ‘Ook weer om dicht bij onze gebruikers te zitten. We noemen dit filiaal “XL”, want het wordt drie keer zo groot als onze gemiddelde buurtvestiging, namelijk zo’n 300 vierkante meter.’
Nog groter moet de bibliotheek op de Zuidas met 10.000 vierkante meter worden. Deze XXL-bibliotheek, OBA Next genaamd, moet het nieuwe paradepaardje worden. ‘Door de verbouwingsplannen voor station Zuid zal de dynamiek van de stad de komende jaren veranderen. Het centrum wordt minder exclusief. Daarom vinden we dat er een tweede Centrale OBA moet komen als de stad 750 jaar bestaat in 2025,’ licht Berendse toe.
Grootstedelijke voorziening
Met OBA Next heeft Berendse grote ambities. ‘Het wordt geen buurtbibliotheek, maar een grootstedelijke voorziening. Van benamingen als openbare bibliotheek, wetenschappelijke bibliotheek, museum of archief willen we af; dit wordt iets dat boven alle categoriseringen uitstijgt. Hier willen we toegang geven tot de grootste digitale “collectie” van de wereld. Behalve een internationaal kenniscentrum willen we er een plek voor informatiewijsheid en een leven lang leren van maken. Omdat we deze ambitie nooit alleen kunnen waarmaken, zijn we in gesprek met partners als het Huis voor de Journalistiek en de VU-bibliotheek. Ook bij dit ontwerp staan de mensen centraal en komen de boeken tegen de muur. Alles draait hier om verbinding, waarbij de bewoners van de stad elkaar kunnen ontmoeten.’
Ronald de Nijs is eindredacteur van IP
Deze bijdrage komt uit IP nr. 3 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.