Eén op de vijf kinderen van 0 tot en met 6 jaar gebruikt regelmatig vier, vijf of zelfs zes digitale apparaten of meer, zoals de televisie, tablet, smartphone, laptop en gameconsole. Dat blijkt uit het Iene Miene Media-onderzoek van Netwerk Mediawijsheid dat jaarlijks verschijnt bij de start van de Media Ukkie Dagen.
Televisie blijft het meest gebruikt, gevolgd door de tablet en de smartphone. Daarmee zijn digitale media voor veel jonge kinderen een vast onderdeel van het dagelijks leven, vaak met meerdere apparaten verspreid over de dag. ‘Het gaat allang niet meer om een schermmoment, maar om een optelsom van allerlei digitale media-momenten die zich gedurende de dag opstapelen’, zegt dr. Peter Nikken, emeritus lector Jeugd & Media. ‘Bijvoorbeeld een filmpje tussendoor, een spelletje op de tablet en tv kijken. Die veelheid maakt het voor opvoeders ingewikkeld om grip te houden, met als gevolg dat de landelijke Richtlijn voor schermtijd vaak wordt overschreden.’
‘Zorgelijk’
Gemiddeld gebruiken jonge kinderen iets meer dan twee apparaten gedurende de dag, maar een aanzienlijke groep gebruikt er veel meer. Experts maken zich vooral zorgen over digitale apparaten die dichtbij het lichaam gebruikt worden, zoals touchscreens. Zo kan veelvuldig gebruik van smartphones en tablets bijziendheid versterken. Ook kan het gebruik van oortjes of koptelefoons leiden tot gehoorproblemen. ‘Dichtbij-apparaten’ nodigen ook eerder uit tot stilzitten dan bijvoorbeeld tv kijken.
Dr. Anouk Tuijnman, senior onderzoeker bij het Trimbos-instituut: ‘Het soort apparaat doet er echt toe. Het gebruik van een tablet of smartphone gebeurt vaak alleen en is lastiger voor ouders om te begeleiden. Samen televisiekijken op afstand verdient daarom de voorkeur boven het individuele gebruik van “dichtbij-apparaten”, zoals tablets en smartphones.’
Mediaopvoeding
Veel opvoeders geven aan dat ze mediaopvoeding goed aankunnen, maar in de praktijk blijkt dat niet altijd eenvoudig. Ruim een op de tien geeft aan moeite te hebben met het volhouden van afspraken of het geven van uitleg, en een kwart heeft moeite met hun eigen voorbeeldgedrag.
Ouders willen grip houden op het mediagebruik van hun kind, maar missen concrete handvatten of zijn zich er niet van bewust dat deze er zijn. Hier ligt volgens de onderzoekers een belangrijke opdracht voor Netwerk Mediawijsheid en voor de vele instanties die ouders en kinderen kunnen ondersteunen, zoals bibliotheken, de basisschool en kinderopvang, consultatiebureaus en ook de kraamzorg.