Do it yourself: aan tafel met Watson

Half september schoof een select gezelschap aan tafel bij restaurant Floris V in Voorschoten. Dit rondetafelgesprek was door de beroepsvereniging KNVI georganiseerd ter gelegenheid van het KNVI Jaarcongres 2016. Nicky Hekster, nauw betrokken bij IBM’s Watson-computer, leidde de avond in. Vier gangen lang ging het gesprek over Watson, cognitive computing, privacy, werkgelegenheid én de rol van de informatieprofessional.

Door: Ronald de Nijs

Eerst even terug in de tijd. ‘IBM begon de ontwikkeling van de Watson­computer in 2007. Het doel was om deze computer mee te laten doen aan de Amerikaanse tv­quiz Jeopardy!,’ vertelt Nicky Hekster, technical leader healthcare & lifesciences bij IBM. ‘Hij kan een in spreektaal gestelde vraag interpreteren en na een zoektocht door grote hoeveelheden gestructureerde en ongestructureerde data een antwoord op de vraag geven. In 2011 won Watson van de twee grootste spelers uit de geschiedenis van de tv­quiz Jeopardy!. Het computersysteem kon in één seconde 200 miljoen A4­-tjes doorploegen. Inmiddels is die snelheid verviervoudigd.’

Computers konden en kunnen geen ongestructureerde data ‘lezen’. Dit vereist dat een computer als het ware functioneert als een menselijk brein. Hekster: ‘We noemen dit “cognitive computing”, omdat het appelleert aan onze cognitieve vermogens. We zijn dus in staat om computertechnologie te ontwikkelen die onze eigen cognitieve vermogens opschaalt. Daarvoor hebben we Watson zaken als taal, interpretaties, ambiguïteit en woordspelingen geleerd. Hij kan redeneren en denken en tegenwoordig ook beelden interpreteren. Hij wordt door mensen getraind en leert van zijn fouten. Wat hij doet is feitelijke antwoorden geven op basis van data, maar niet: voorspellen. Overigens kunnen we nog lang niet alle cognitieve functies van de mens, zoals bijvoorbeeld slimme invallen, in een computer vatten.’

Geen robot

‘IBM wil niet de mens vervangen door een robot,’ zegt Hekster. ‘We willen juist technieken aanreiken die ons beter en sneller dingen laten doen.’ Als voorbeeld noemt hij oncologen. ‘Uit onderzoek blijkt dat 80 procent van de artsen vijf uur per maand beschikbaar heeft om zijn vak bij te houden. Maar jaarlijks verschijnen er zo’n 20 à 30.000 wetenschappelijke artikelen op het gebied van kanker. Het ontbreekt oncologen aan tijd om alles te lezen. Met als gevolg dat hun kennis snel veroudert. Een Watson die gevoed is met medische data – van wetenschappelijke artikelen tot patiëntengegevens – kan deze groep professionals helpen om diagnoses te stellen.’

‘Elke dag produceert de wereld 2 miljoen terabytes aan informatie. Daaronder bevindt zich heel veel ongestructureerde content, met dank aan de technologie die in onze kontzak zit,’ zegt Nicky Hekster. ’Elke seconde komt er ongeveer een uur videomateriaal op Youtube,’ voegt Sven Totté, managing director bij Axiell Public Library, eraan toe. ‘Als die hoeveelheid data zich explosief ontwikkelt, dan moet er een hulpmiddel komen om die data te begrijpen.’

Ook andere sectoren hebben Watson inmiddels ontdekt. De financiële sector (voor het portfoliomanagement van aandelenportefeuilles), de advocatuur (vooral met betrekking tot Amerikaanse wetgeving en cases over faillissementen) en zelfs de culinaire wereld (recepten ontwikkelen) maken er tegenwoordig gebruik van.

Kantonrechter

Voor de rechtspraak ziet Eric van Lubeek, managing director van OCLC, nog een andere toepassing. ‘Denk eens aan al die kleine verkeersovertredingen en andere eenvoudige strafzaken die een kantonrechter behandelt; zo’n rechter doet honderden misschien wel duizenden zaken per jaar. Je zou bijvoorbeeld tien jaar rechtspraak kunnen invoeren, en op basis van die data kun je misschien wel in 98 procent van de gevallen Watson een uitspraak laten doen. Dat zou een enorme efficiëncyslag voor de rechtspraak kunnen betekenen.’

‘Natuurlijk blijven zaken als menselijke intuïtie, compassie en het uitsluiten van vooroordelen bij het doen van een gerechtelijke uitspraak van belang. Maar theoretisch gesteld: als het geen halszaken betreft, zouden bijvoorbeeld boetes tot een bepaald bedrag geautomatiseerd kunnen worden afgehandeld. Boven dat bedrag moet er een mens aan te pas komen,’ aldus Van Lubeek. Ook voor huisartsen ziet hij allerlei toepassingen van Watson, al denkt hij niet dat daarmee de huisarts zal verdwijnen. ‘Als er iemand bloedend op straat ligt, moet er heel hard gelopen worden om die mens te redden.’

Betrouwbaar?

Is alle informatie die je in het systeem stopt wel betrouwbaar, vraagt gespreksleider Marcel Aldewereld. Eric van Lubeek denkt van wel. ‘Stel dat je 100.000 vonnissen zou invoeren – van rechters die allemaal erg hun best doen – en je zou de grootste afwijkingen eruit filteren, dan zal een hoge nauwkeurigheid worden bereikt. Als die 95 procent of hoger is, dan zou je kunnen afspreken dat je dit als basis gaat nemen. Het is een kwestie van afspreken in welke mate je dit wilt gebruiken, bijvoorbeeld bij zaken tot een bepaald bedrag, maar dat beslis je met elkaar. Wel voel ik er voor dat er voorlopig nog een mens tussen zit.’ Dat geldt ook voor de diagnose van een arts, vindt Marc van den Berg, hoofd sector R&D bij de Koninklijke Bibliotheek.

Terugredeneren

Didi Mulder, bestuurslid van de KNVI, vraagt zich of je terug kunt redeneren op welke gronden Watson een antwoord op een vraag heeft gegeven. En is dat ook op de lange termijn nog mogelijk? ‘Een goede vraag,’ zegt Van den Berg, ‘want algoritmen zijn tegenwoordig zo complex dat ze al samenwerkend dingen kunnen doen waar je als mens niet meer bij kan.’ Het kan, zegt Nicky Hekster. ‘Watson beargumenteert waarom hij tot een advies is gekomen. De vraag is: welk (zelflerend) algoritme ga je toepassen om zo goed mogelijk door je data heen te gaan en snel een antwoord te geven. Daarvoor hebben we iets bedacht: een meta­algoritme dat eerst de vraag aftast voordat we een combinatie van algoritmes samen aan het werk laten gaan.’

Privacy

Google bezit data van alle gebruikers van Google­producten (Gmail, YouTube enzovoort). Philips verzamelt ook data van gebruikers om bijvoorbeeld hun systemen te verbeteren. ‘Contractueel is vastgelegd dat IBM niets met die data doet,’ zegt Nicky Hekster. ‘We hebben goed nagedacht over aansprakelijkheid en eigendomsrechten.’

Toch roept de inzet van een Watson of soortgelijke technologie vraagtekens op over de privacy. ‘Toen het internet in de jaren negentig opkwam werd gesproken over de super highway en de global village,’ zegt Michel Wesseling, voorzitter van de KNVI. ‘Dat laatste hebben we nu bereikt en dat betekent dat in een dorp privacy heel beperkt is of zelfs helemaal niet meer bestaat. We zullen dus maatregelen moeten nemen om onszelf, vooral ook als individu, te beschermen. Hans de Zwart, directeur van Bits of Freedom, wees er laatst nog op dat zijn organisatie de overheid er steeds op moet blijven aanspreken dat er op dit gebied wetgeving komt – niet alleen lokaal maar juist ook internationaal. Tegelijkertijd moeten burgers of werknemers ook hun maatregelen nemen. Denk aan het installeren van browsers die niet overal op het internet sporen achterlaten.’ Het begrip ‘privacy’ schuift steeds verder op, vinden de aanwezigen. Hekster wijst op de jeugd: ‘Die deelt alles met elkaar. Dat geven en nemen, het samenwerken op die manier zit heel sterk in de nieuwe generatie.’ Marc van den Berg plaatst hier een kanttekening bij: ‘Ik denk dat dat komt omdat jongeren nog onvoldoende geconfronteerd zijn met de negatieve aspecten van het delen van informatie.’

Werkgelegenheid

Wesseling ziet voor het privacyaspect een grote rol weggelegd voor informatieprofessionals. ‘ICT’ers kunnen de technologie ontwikkelen, maar de informatieprofessionals zullen zich voor een groot deel moeten bezighouden met het (blijven her­)“opvoeden” van medewerkers, van burgers, op alle terreinen, om ervoor te zorgen dat alle systemen, dus ook een Watson, veilig gebruikt kunnen worden.’ Een ding lijkt zeker: de maatschappelijke impact van systemen op het gebied van kunstmatige intelligentie is heel groot. ‘Ik denk dat we nu echt veel banen, verspreid over de hele arbeidsmarkt, gaan kwijtraken,’ zegt Klaas Brongers, voorzitter van Ngi­NGN. ‘En nieuwe banen komen er niet in eenzelfde hoeveelheid voor terug.’

Geldt dat ook voor IT­professionals? Brongers: ‘Er komen heel veel nieuwe technologieën aan, zoals nu de blockchain. Dat leidt tot vernieuwingen waarbij mensen in staat moeten zijn om functionele activiteiten te koppelen aan technische begrippen. Zolang dat het geval is hebben IT­professionals een bestaansrecht.’

Wesseling gaat ervan uit dat de maatschappij steeds meer behoefte heeft aan informatieprofessionals, al zullen ze in andere beroepen werkzaam zijn dan we tot nu hebben gekend.

Marc van den Berg: ‘Dat zie je al gebeuren bij datascience bij de universiteiten van Tilburg en Eindhoven. Er gaan hoe dan ook beroepen verdwijnen omdat bepaalde technieken niet meer relevant zijn. Interpretatie blijft zeker belangrijk. Voor bijvoorbeeld datajournalisten zie ik wel een toekomst. Dat willen we voorlopig nog niet aan Watson overlaten.’


Track 12 I am not you, but you are I too

Nicky Hekster: Welkom in de wereld van cognitive computing


Ronald de Nijs is eindredacteur van IP.

Deze bijdrage komt uit de KNVI Jaarcongresspecial (Bijlage bij IP nr. 8 / 2016). Het gehele nummer kun je hier lezen.