Discussieforums voor informatieprofessionals: Online delen, mailen en spelen

Door Arno Reuser

Bij discussies tussen vakgenoten denken we tegenwoordig al gauw aan de mogelijkheden van de bekende sociale netwerken, maar er bestaan voor IP’ers ook allerlei andere online platforms om meningen te delen en discussies te voeren. Een overzicht.

Voor informatieprofessionals vervullen klassieke grootschalige congressen, met sprekers, een beurs en soms satellite events of workshops, tot op de dag van vandaag een belangrijke rol bij het netwerken. Sinds de opkomst van internet eind jaren zestig, en met name het world wide web in 1995, zijn daar, dankzij de bekende sociale netwerken, vele online discussiegroepen en forums bijgekomen. Discussiegroepen bestaan echter al sinds de begintijd van internet. In iets andere vorm dan nu wellicht, maar discussiëren en meningen delen waren een van de eerste toepassingen van het net.

INTERNET RELAY CHAT
Een eerste voorbeeld is Internet Relay Chat (IRC), dat voor realtime discussies wordt gebruikt. IRC was ooit heel populair bij wetenschappers en technici om in realtime problemen met collega’s te bespreken waar ter wereld deze zich ook bevonden. IRC maakt gebruik van regelgeoriënteerde berichten van meerdere deelnemers. Vragen en antwoorden scrollen in tekstvorm van onder naar boven, zodat meerdere onderwerpen door elkaar lopen – wat nog wel eens verwarrend kan werken. Het laten meelopen van een log van de discussies en die later doorzoeken is dan een oplossing.

IRC wordt nu veel minder gebruikt dan vroeger, maar het bestaat nog steeds en is voor bijvoorbeeld techneuten interessant. Helaas geldt dat ook voor criminelen die IRC graag voor hun handel inzetten, vooral in de wetenschap dat IRC bij veel autoriteiten relatief onbekend is.

IRC-discussies zijn ingedeeld in zogenaamde kanalen die door servers ter beschikking worden gesteld. Het is nogal lastig om de relevante kanalen te vinden, maar gelukkig zijn hier zoekmachines voor (zie de resource discovery toolkit; rr.reuser.biz#irc). Voor wie geïnteresseerd is: gebruik mIRC (fee-based) om IRC-kanalen te volgen en mee te doen met discussies. Gebruik hexchat als je het geld er niet voor over hebt. Er zijn overigens vele alternatieven voorhanden voor alle bekende besturingssystemen.

USENET
Een tweede voorbeeld van online discussiegroepen die al sinds het begin van internet bestaan, zijn die van Usenet (Network News Transfer Protocol (NNTP)). Usenet wordt ook wel Newsnet genoemd, wat een beetje misleidend is aangezien Usenet niets met nieuws te maken heeft. Usenet werkt bijna hetzelfde als e-mail en ziet er ook zo uit. De discussies zijn ingedeeld in groepen met namen als ‘alt.binaries.e-books.flood’ en ‘nl.politiek’, waarop je je kosteloos kunt abonneren. Er zijn duizenden discussiegroepen op Usenet, waarvan er nogal wat leeg zijn, maar sommige zijn springlevend, zoals nl.politiek.

Het interessante aan Usenet is, net als bij IRC, dat het gebruik ervan relatief onbekend is en dus ideaal voor gebruikers die niet al te zeer in de openbaarheid willen treden. Berichten worden namelijk na enige tijd – afhankelijk van de retentie van de provider – van de servers verwijderd.

 Het handige van Usenet-discussiegroepen is dat de berichten van alle geabonneerde groepen automatisch binnenkomen per e-mail. Je hoeft dus niet steeds opnieuw naar de discussiegroepen toe en die een-voor-een door te bladeren, zoals bij socialemediagroepen wel het geval is. Een ander voordeel is dat je met je mailfilters bepaalde Usenet-berichten kunt selecteren en apart kunt zetten, bijvoorbeeld als je alleen geïnteresseerd bent in de berichten over een bepaald onderwerp. Voor het zoeken in text-based Usenet-groepen zijn er verscheidene zoekmachines. Denk hierbij op de eerste plaats aan Google Groups (account noodzakelijk).

Binary newsgroups
Er is ook een deel van Usenet dat binary newsgroups wordt genoemd. Deze groepen worden voornamelijk gebruikt voor het delen van software, boeken, muziek, films en dergelijke. En malware natuurlijk. Het uploaden en downloaden van intellectueel eigendom is in Nederland strafbaar en, veel belangrijker, niet netjes. Met speciale zoekmachines is dit soort Usenet-discussiegroepen te doorzoeken. NZBIndex en Binsearch.info zijn hiervoor goede keuzes.

Bijna alle mail clients ondersteunen ook het gebruik van NNTP. Probeer Mozilla Thunderbird eens voor je e-mail en voor NNTP. Deze clients geven altijd een lijst van Usenet-categorieën.

Hoewel de sociale media intussen vele malen populairder zijn dan Usenet en IRC, worden de laatste twee nog altijd gebruikt. Een kort onderzoek naar voetbalhooligans leverde al een bronnenlijst op van drie tot vier actieve discussiegroepen op NNTP. En een zoektocht naar boeken over het maken van explosieven voor terroristische doeleinden resulteerde in zeker acht groepen op Usenet. Allemaal full-text, met keurige uitleg over hoe bommen precies moeten worden gemaakt, met ingrediënten, technieken én illustraties.

MAILING LISTS
Een derde voorbeeld van discussieforums voor ons vakgebied zijn mailing lists. Daarbij moet je onderscheid maken tussen distributielijsten en mailinglijsten. Een distributielijst is eenrichtingsverkeer: een klassieke mailinglijst waarbij de klant een product ontvangt maar niet kan reageren. Voor de IP’er interessante voorbeelden van deze eenrichtingsverkeervorm zijn AMS-IX Marketing, The Scout Report (internetbronnen) en de lijst van de SIDN.

Malinglijsten zijn tweerichtingsverkeer. Dit soort lijsten is interactief; deelnemers kunnen reageren op berichten en vragen stellen, discussies starten en soms zelfs documenten delen. De meeste mailinglijsten maken gebruik van Listserv, Majordomo of Mailman, maar er zijn vele alternatieven. Een mailing list in deze zin maakt het voor alle gebruikers mogelijk om een bericht te sturen naar de mailing list die dat dan doorstuurt naar alle ‘abonnees’. Het is een ideale vorm van communicatie met vakgenoten, omdat alle berichten gewoon per e-mail binnenkomen met een specifieke term op de subjectregel. De ‘Buslib-L’-mailinglijst bijvoorbeeld zet altijd ‘[BUSLIB-L]’ vooraan op de subjectregel, zodat abonnees de mail automatisch kunnen uitfilteren en apart in een folder kunnen bewaren tot er voldoende tijd is om hem te lezen. Er zijn wereldwijd iets van 400.000 Listserv-mailinglijsten (zie lsoft.com/lists/listref.html).

Voor- en nadelen
Listserv en Majordomo hebben evidente voordelen ten opzichte van de meer gangbare discussiegroepen via sociale media, zoals Facebook, LinkedIn en Twitter. Bij Facebook en LinkedIn is een – al dan niet betaald – account nodig met de nodige privacyconsequenties. Heeft iemand ooit gelezen waarvoor je feitelijk toestemming geeft als je een LinkedIn-account aanmaakt? En Facebook trekt zich wat privacy betreft helemaal niets aan van welke gebruikersinstelling dan ook. In het Britse rapport Disinformation and ‘Fake News’ (2019) worden bedrijven zoals Facebook zelfs ‘digital gangsters’ genoemd. Daarnaast moet je steeds naar deze discussiegroepen toe, er inloggen en erdoorheen bladeren – kortom, met de nodige ballast. Welke berichten de gebruiker te zien krijgt, is afhankelijk van de serveralgoritmes, en die zijn niet bekend (want een zorgvuldig bewaard zakengeheim). Berichten kunnen bovendien na plaatsing worden gewijzigd of zelfs geheel worden verwijderd.

Een Listserv heeft deze nadelen niet. Er geldt: eens gemaild is altijd gemaild. Verder kan de gebruiker een bescheiden archief aanleggen van berichten, zodat het eerdergenoemde probleem van berichten die achteraf worden gewijzigd of verwijderd, wordt opgelost. Ook terugzoeken op de Listserv zelf is geen punt; elke Listserv heeft een archief dat via e-mail kan worden doorzocht door de juiste instructies naar de Listserv te sturen. Iets wat bij sociale media bijzonder moeilijk of zelfs onmogelijk is. Nog een voordeel tot slot is dat met de Listserv het nieuws naar je toekomt. Je hoeft als gebruiker niet meer zelf steeds online in te loggen op een veelheid aan forums.

Bron van informatie
Je kunt CataList (zie lsoft.com/catalist.html) gebruiken om Listserv-discussielijsten te vinden. CataList gaat al tientallen jaren mee en is ooit opgezet door Gary Price, een van de founding fathers van Internet Librarian. De meeste bekende Listserv-mailinglijsten zijn Amerikaans. De International Federation of Library Associations and Institutions (IFLA) heeft tientallen Listserv mailling lists op ons vakgebied. Sommige zijn maar heel klein, maar kunnen toch pareltjes bevatten. Geïnteresseerd? De tabel bij dit artikel geeft een bescheiden lijst van huidige Listserv-discussiegroepen. Uitleg over hoe een Listserv te gebruiken is overal te vinden, de officiële manual is misschien een goede start.

Nog altijd zijn deze Listserv-mailinglijsten springlevend, en voor wie geïnteresseerd is in bronnen – en welke IP’er is dat niet? – een interessante oplossing.


Bronnen


Selectie van bekende Listserv-mailinglijsten

govdoc-l@lists.psu.eduGODORT (Government Documents Round Table) van de American Library Association (ALA) http://govdoc-l.org/
IFLA-L@iflalists.orgIFLAhttps://www.ifla.org/mailing-lists 
newslib@istserv.unc.eduNewslib mailing listhttps://www.ibiblio.org/slanews/NewsLib/newsliblyris.html 
list@project-wombat.orgProject Wombat ‘for really difficult reference questions’ http://project-wombat.org/
Buslib@ Business librarianshttps://libraryguides.nau.edu/buslib 
nedbib-l@list.ecompass.nlDiscussielijst voor Nederlandse IP’ers en bibliothecarissen http://www.nedbib-l.nl
dc-libraries@jiscmail.ac.ukFor UK Education and Research Communities https://www.jiscmail.ac.uk/cgi-bin/webadmin?A0=dc-libraries
The Scout Report@scout.wisc.edu. Aankondigingen en beschrijvingen van internetbronnen  
OCLC lists https://www.oclc.org/research/partnership/lists.html 
Ecompass lists https://list.ecompass.nl/listserv/cgi-bin/wa?INDEX

Arno Reuser is eigenaar van Reuser’s Information Services (training en consultancy op het gebied van open source intelligence (OSINT), strategic intelligence, information processing, collectiemanagement, internetzoekstrategieën, internet security, cybercrime en forensics research).

Deze bijdrage komt uit IP #6/2021. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.