Door Wouter Bronsgeest
Wij mensen zijn wezens die betekenis zoeken, Karen Armstrong filosofeert daarover in haar boeken over het ontstaan van mythes. We scheppen ze ook zelf – hulpmiddelen om ons bestaan te verklaren of te helpen duiden.
De ontwikkeling van de mensheid laat eveneens zien dat we in staat zijn mythes te challengen of ze een plekje in de geschiedenis te geven. Een mooi inzicht in een tijd waarin feiten en fictie zo door elkaar lopen. Een tijd waarin veel partijen ook profijt hebben van het delen van hún verhaal, zonder aandacht voor de nuances die er evengoed zijn, de verschillende meningen, ervaringen en inzichten.
Om de kloksnelheid van de huidige wereld bij te houden is het verleidelijk hoekjes af te snijden en mee te gaan met het verhaal, en niet op zoek te gaan naar de waarheid. Of in ieder geval je eigen begrip van wat er nu eigenlijk speelt bij de gepresenteerde mythes. Wat is daarvoor nodig?
Computer als typemachine
Laten we beginnen met het inzicht dat de meeste informatie er eigenlijk al is. Alleen is die nog niet goed ontsloten, en gebruiken we de technische hulpmiddelen vaak op de verkeerde manier – ook AI-hulpmiddelen. Een prachtig voorbeeld is de beschrijving van Martijn Aslander: hij betoogt dat computers er zijn om te rekenen en data door te ploegen, AI er is om informatie naar boven te halen en vragen van mensen om te zetten in scripts voor computers. De mens is er om vragen te stellen en betekenis te geven aan de resultaten van informatieverzamelingen. Wij doen het echter precies omgekeerd: we gebruiken de computer meestal als typemachine. Daardoor is veel van wat we opschrijven terechtgekomen in nauwelijks door te zoeken bestanden, al sinds de tijd dat we van een mechanische naar een digitale typemachine overstapten. Dat is dus ruim 30 jaar aan gedigitaliseerde kennis die we bijna niet meer kunnen doorzoeken en niet met elkaar in verbinding kunnen brengen, laat staan dat we de patronen kunnen ontdekken.
De angel
Oplossingen om dat te voorkomen waren er ook vanaf het begin: ASCII, HTML en Markdown als altijd leesbare bestanden, leverancieronafhankelijk … Oei, daar zit mogelijk een angel. Het is een wetmatigheid dat de meeste instituten zichzelf in stand houden. Soms door de vrees voor schaarste. De ‘Big’ (food, IT, pharma, agri) voorop. Stel je voor, een wereld zonder zieken, zonder verslaafden, zonder honger, zonder oorlogen. In de maatschappij ontstaat vaak een soort van balans die de excessen tegengaat. Democratieën waren daar altijd goed in. Die tijd lijkt echter voorbij. De extremen worden groter, en langzaam maar zeker worden mythes ontkracht. Er is water genoeg, we vangen het alleen niet goed op. Er is energie genoeg, maar we investeren die in de verkeerde opwekkers. Er is voedsel genoeg, maar we hebben het uiterst onhandig verdeeld. Oorlogen zijn onnodig als de investeerders in olie en staal, daarna het oorlogsmaterieel en daarna de wederopbouw niet dezelfde organisaties zijn.
Informatieautonomie
Er is informatie genoeg, maar we hebben die nog niet goed ontsloten om nog bestaande mythes te duiden en te ontkrachten. Om mijn positieve en wellicht naïeve wereldbeeld een stap dichterbij te brengen zou ik beginnen met het maximaal ontsluiten van alle beschikbare informatie. Dat heet informatieautonomie. En dat kan sneller dan velen denken. Het gaat vuurwerk opleveren, dat wel.
Wouter Bronsgeest is duovoorzitter van de KNVI en associate lector Data Driven Government aan de Hogeschool Utrecht.
Deze bijdrage komt uit de papieren IP #6-2026. Het hele nummer kun je hieronder lezen of downloaden.