Extra informatie leidt niet automatisch tot meer begrip of vertrouwen. VU-wetenschapscommunicatie-onderzoeker Tessa Roedema wil in haar studie laten zien dat de manier waarop wetenschap met het publiek communiceert fundamenteel anders moet. Ze pleit voor wetenschapscommunicatie als sociale interactie. ‘Minder zenden, meer gesprek.’
Het onderzoek van Roedema richt zich op wetenschapscommunicatie tijdens complexe maatschappelijke crises, zoals de Covid-19-pandemie. In zulke situaties krijgen mensen te maken met onzekerheid, tegenstrijdige informatie en lastige morele keuzes. ‘Toch blijft wetenschapscommunicatie vaak steken in het uitleggen van feiten en cijfers, terwijl burgers juist behoefte hebben aan duiding, herkenning en ruimte voor vragen en twijfel.’
Wetenschapscommunicatie als sociale interactie
Roedema concludeert dat wetenschapscommunicatie beter moet aansluiten bij het publieke gesprek dat al gaande is. ‘Mensen willen niet alleen weten wat waar is, maar vooral wat informatie betekent voor hun eigen leven, wie ze kunnen vertrouwen en hoe ze verstandige keuzes maken.’
De traditionele aanpak waarbij experts kennis overdragen aan burgers is onvoldoende in tijden van crisis en werkt niet, concludeert Roedema. ‘Zeker als wetenschappelijke inzichten veranderen of onderwerp zijn van maatschappelijk debat, ontstaat behoefte aan dialoog en gezamenlijke betekenisgeving.’
De onderzoeker pleit daarom voor een andere benadering: wetenschapscommunicatie als sociale interactie. Daarbij is ruimte voor verschillende perspectieven, emoties, onzekerheid en zelfs conflict. Niet om wetenschap eenvoudiger te maken, maar juist om mensen beter te helpen omgaan met complexiteit.
Maatschappelijke impact
Betere aansluiting bij de leefwereld van burgers kan bijdragen aan meer wederzijds begrip, constructievere publieke gesprekken en meer veerkracht tijdens crises. Daarmee wordt wetenschapscommunicatie niet alleen een middel om kennis te delen, maar ook een manier om samen moeilijke maatschappelijke vraagstukken het hoofd te bieden.
Voor het onderzoek werd praktijkgericht gewerkt. Roedema voerde interviews met wetenschappers en burgers, analyseerde gesprekken en organiseerde workshops met communicatieprofessionals.