Slechts 23 procent van de Nederlandse jongeren tussen de 13 en 18 jaar beoordeelt haar of zijn digitale welzijn als goed. Hoewel zij bovengemiddeld weten hoe ze veilig online moeten blijven, hebben zij grote moeite om hun eigen online gedrag te reguleren door geregeld offline te gaan.
Dit blijkt uit het nieuwe rapport ‘Connected Childhood’ van de Vodafone Foundation en Save the Children, dat dinsdag op Safer Internet Day werd gepresenteerd. Het rapport vraagt aandacht voor de noodzaak van betere digitale ondersteuning voor jongeren in een wereld die altijd ‘aan’ staat.
De resultaten van het Nederlandse onderzoek maken deel uit van de eerste ‘Digital Wellbeing and Resilience Index (DWRI) 2026’. Dat is een nieuwe index die de stand van zaken in negen Europese landen vergelijkt. Uit het onderzoek blijkt dat Europese jongeren vaak dezelfde ervaringen hebben.
Digitaal zelfmanagement
Nederland scoort van negen onderzochte Europese landen het laagst op het gebied van ‘digitaal zelfmanagement’. Zo geven veel jongeren aan dat het ontwerp van apps en sociale media ervoor zorgt dat zij langer online blijven dan zij eigenlijk willen. Dit leidt tot stress en minder goede slaap. Het rapport stelt dat digitale balans hierdoor geen individuele verantwoordelijkheid meer is, maar een systemisch probleem.
Collectieve verantwoordelijkheid
Om jongeren te helpen weer de baas te worden over hun digitale leven, pleiten Vodafone Foundation en Save the Children voor een collectieve verantwoordelijkheid. Het gaat om drie punten: strengere standaarden voor online platformen, waarbij verslavende functies voor minderjarigen worden beperkt. Daarnaast moeten mediawijsheid en zelfregulatie een vaste plek krijgen in het schoolcurriculum. En tot slot hebben ouders en docenten handvatten nodig om niet-oordelende gesprekken te voeren over online gewoontes.