Begin maart verschijnt de Nederlandse editie van David Lankes’ standaardwerk The New Librarianship Field Guide, in een vertaling van Gert Staal. Als voorpublicatie daaruit het hoofdstuk over schoolbibliotheken. ‘Het kunnen plekken zijn om te leren en om controle over je leven te krijgen, maar dat kan alleen door het eigenaarschap met studenten te delen,’ aldus Lankes.
Door: David Lankes, vertaling Gert Staal
Net zoals academische bibliotheken in lijn werken met de educatieve missies van hun moederinstellingen, doen schoolbibliotheken dat ook. Zij zijn een plek om te leren in een plek om te leren. Eigenlijk hebben vele schoolbibliothecarissen lang geleden de geest en de educatieve technieken omarmd die hier worden aangeboden – maar ze doen dat verre van allen.
Niet zo lang geleden kreeg ik een rondleiding in een middelbare school. Onderdeel van de rondleiding was een bezoek aan de bibliotheek. Ik vroeg de bibliothecaris hoe de bibliotheek functioneerde in de school, of de leerlingen bijvoorbeeld ingeroosterde tijd hadden in de bibliotheek.
‘Nee, dit is geen bibliotheek voor een basisschool,’ zei ze. ‘Heb je een curriculum waarmee je werkt?’ vroeg ik. ‘Wat bedoel je?’ vroeg de bibliothecaris. ‘Geef je bijvoorbeeld informatievaardigheden?’ De bibliothecaris staarde me uitdrukkingsloos aan. ‘Eigenlijk doen we dat in de Engelse taallessen,’ zei een docent die toevallig werkstukken zat na te kijken aan een tafel in de buurt (in de grotendeels lege bibliotheek) en in het gesprek viel. ‘Het is een belangrijk onderdeel van wat we onderwijzen. We geven ook mediaonderwijs in het computerlokaal.’
In het volgende kwartier schetste de docent een programma voor informatievaardigheden en hoe het niet alleen in de Engelse taallessen geïntegreerd was, maar ook in de lessen voor vele andere vakken, terwijl de bibliothecaris er bij stond en niets zei. De docent Engels beëindigde haar overzicht met: ‘Ik houd van bibliotheken.’
Alles wat ik kon bedenken was dat ze wel erg van bibliotheken moest houden als ze weg kon kijken van een schoolbibliothecaris die zo slecht toegerust was om over bibliotheken te praten. Ik ben volledig voorstander van onderwijzers die zulke fans van schoolbibliotheken zijn en in staat zijn om bibliotheekactiviteiten te beschrijven, maar de docenten op deze school hadden hun informatievaardigheden in het programma gebracht zonder de bibliothecaris. De schoolbibliotheek was een plek waar je leerlingen alleen voor bronnenraadpleging naartoe stuurde. Het herinnerde mij aan de overweldigende aantallen onderzoeken die laten zien dat de aanwezigheid van een actief schoolbibliotheekprogramma met een erkend schoolbibliothecaris de prestaties van leerlingen verbetert. Maar ‘actief’ is hier het werkwoord. Een ruimte en boeken hebben en dat een ‘bibliotheek’ noemen, betekent niet automatisch verbeterde prestaties van leerlingen.
Ondernemende schoolbibliothecarissen, normaal gesproken één per bibliotheek of soms gedeeld in een werkgebied, werken samen met leerlingen en docenten om zowel de leerprestaties te verbeteren, als om een curriculum van informatievaardigheden te implementeren. Als ze hun werk goed doen, creëren ze participatieve kansen voor studenten zodat ze eigenaar worden van hun ontwikkeling; kansen die ze buiten de bibliotheek bijna niet kunnen krijgen vanwege de toenemende gestructureerdheid van de curricula van hun lessen.
Wat hier volgt is een voorbeeld van een buitengewone schoolbibliothecaris die haar leerlingen versterkt door eigenaarschap in hun bibliotheek en hun leren. Sue Kowalski is de schoolbibliothecaris bij de Pine Grove Middle School in Syracuse, in de staat New York (VS). Ze heeft een prijswinnend programma gemaakt dat volledig draait om leerlingen en participatie.
iStaff
Door: Sue Kowalski
Toen ik voor het eerst begon als schoolbibliothecaris op de Pine Grove Middle School in het schooldistrict East Syracuse Minoa, was ik blij om zo veel leerlingen te hebben die wilden ‘helpen’ buiten de lesuren. Ik vond ijverig taken om ze bezig te houden. Het ging rond dat ik hield van ‘hulpjes’ en er werden vele leerlingen naar mij gestuurd, om meerdere redenen. Het leiden van deze vrijwilligers werd snel een fulltime baan en hoewel de taken vrij simpel waren (stoelen rechtzetten, afstoffen, boeken spiegelen, potloden slijpen) voelde ik dat ze niet zouden worden gedaan als ik er niet bij betrokken was. In het begin overwoog ik om een groot ‘Bedankt, maar liever niet’-bericht te sturen. Maar toen realiseerde ik me dat niet mijn hulpjes het probleem waren, van wie de energie positief, zelfs geweldig was, maar mijn houding naar hen, die erg toe was aan herziening.
Ik moest de uitdaging vergroten, structuur bieden en kijken naar de eindeloze mogelijkheden van een spetterend leerling-vrijwilligersprogramma. Dus verzamelde ik een paar studenten voor een brainstorm om er een slinger aan te geven. We besloten dat het programma alleen bedoeld moest zijn voor leerlingen die er deelgenoot van wilden zijn, dat het als een voorrecht gezien moest worden en dat er verwachtingen zouden moeten zijn voor diegenen die erbij betrokken zouden worden. Mijn leerling-brainstormers waren erg gefocust op regels en schendingen ervan, maar ik stuurde ze in de richting van grotere thema’s. We noemden ons programma ‘iStaff’, stelden richtlijnen op en stelden een bondig toelatingsbeleid op. Daarna kwamen marketing, stakeholder management en training. Ik zag direct de noodzaak om autoriteit en begeleiding van het programma neer te leggen bij leerling-managers die de toelatingen zouden regelen en verder pasjes, lijsten met taken en functies en training.
Een paar jaar vooruit in de tijd: iStaff is nu deel van de cultuur van onze schoolorganisatie. Via de bibliotheek zijn er iStaff-teams aan het werk op middelbare scholen en ook op sommige basisscholen. iStaff is synoniem geworden met leiderschap, problemen oplossen, woordvoerderschap en teamwork. Het is zelfs opgenomen in het strategisch plan van onze school. Onze teams worden ingeschakeld om projecten af te ronden, oplossingen te bedenken en de workflow te managen. In plaats van het creëren van lijsten van taken, functies en richtlijnen voor werk dat gedaan moet worden, ligt onze focus nu op innovatieve oplossingen voor problemen van onze bibliotheek, de scholen en de gemeenschap.
Met de vergrote verantwoordelijkheid van leerlingen is hun respect toegenomen voor de rollen die ze vervullen. Natuurlijk, er zijn altijd functionele taken te managen zoals circulatie, logistiek, distributie van promotiemateriaal en andere administratieve zaken. Maar het verschil is dat leerlingen nu helpen coördineren wat gedaan moet worden. In plaats van dat ik ze bijvoorbeeld vertel ‘Maak een bord voor leerlingen uit groep 8 dat zegt…’, werken we samen om iets te maken dat de aandacht van die leerlingen trekt. In plaats van dat ik ze vertel ‘Dit zijn de programma’s die we dit jaar in de bibliotheek gaan houden’, geef ik ze een uitdaging: ‘Kom met een kalender van programma’s die we dit jaar zouden moeten houden en laat ze plaatsvinden.’ En in plaats van ze te vragen om techniek naar een klas te brengen, plaatste ik iStaff in de rol van het geven van onderwijs. iStaff-leerlingen hebben de leiding genomen over lessen in programmeren, het maken en draaien van een digitale krant in EasyBib, in digitale presentatiemiddelen en in het gebruik van apps en websites. Een goede kwaliteitscollectie is goed voor een schoolbibliotheek.
Een kwalitatief goede collectie die de stemmen van de leerlingen vertegenwoordigt is nog beter. iStaff-leerlingen zijn meer verbonden met wat we hebben, wat we nodig hebben en waar leerlingen om vragen wanneer ze bezig zijn met circulatie, displays, opruimen en bestellingen. Ik bestel zelden iets dat leerlingen niet hebben gesuggereerd. Zeker, ik wijs ze op nieuwe titels, recensies en onderwerpsgebieden voor hen om naar te kijken, maar hun leiderschap stuurt op wat we aanschaffen.
Vóór iStaff zou ik een webpagina hebben gemaakt, Symbaloo of iets vergelijkbaars, en leerlingen hebben gevraagd om dingen voor mij te testen. Nu geef ik ze kaders, een leerdoel en parameters en draag het aan ze over. Bijvoorbeeld, in plaats van iStaff-leerlingen te vragen een link te testen naar een Symbaloo over Earth Day zoals een docent heeft gevraagd, verbind ik nu de leerlingen aan het hulpmiddel, vertel ze wat we nodig hebben en laat ze dan los op het onderwerp.
Onze iStaff-teams zijn de grootste supporters geworden van ons bibliotheekprogramma. Ze zijn onze stemmen, onze ogen, ons perspectief, onze realiteit. Ik hoef niet langer leerlingen te zoeken om het bibliotheekprogramma te promoten. Het is deel geworden van wat ze doen en het is besmettelijk. iStaff-leerlingen zitten in klassen, in teams, in clubjes en zijn deelgenoot van onze gemeenschap geworden. Zij delen het met hun ouders en vertellen rond over wat ze doen, hoe ze het aanpakken en wat voor impact dit heeft. Ieder jaar neem ik een groep iStaff-leerlingen mee naar de Legislative Day for Libraries in Albany, in de staat New York. Hoewel we de algemene verwachtingen voor de dag doornemen, suggereer ik bijna nooit waar de leerlingen over zouden moeten praten met betrekking tot de waarde van de schoolbibliotheek. Ik weet zeker dat ze weten dat wat de bibliotheek in hun wereld brengt niet alleen persoonlijk is, maar ook verrijkt met perspectieven gebaseerd op hun eigen rol als leider en door actieve deelname.
iStaff-leerlingen nemen deel in bestuursvergaderingen, speciale evenementen, dagelijkse leiding, lessen en technologie-initiatieven, werkend in en door de bibliotheek zoals het werken aan leiderschap dat vereist. Ons doel is dat leerlingen in leiderschapsrollen stappen als dat nodig is. Voor dat doel willen we ze voorzien van de vaardigheden en het vertrouwen om assertief te worden, initiatief te tonen, effectief te communiceren en voorbeelden te tonen van creatieve probleemoplossing, kwaliteiten die hen later in het leven goed van pas kunnen komen.
Sterke bibliotheken hebben het engagement van hun gemeenschappen nodig om te floreren. Het iStaff-programma is iedere investering in tijd en energie waard die nodig is om het te laten werken. We maken ons minder zorgen over de kleine dingen, maar meer over hoe we grote doelen kunnen bereiken en onze impact kunnen vergroten. Onze grootste uitdaging is om zoveel mensen op iStaff te krijgen als er maar willen deelnemen. We zullen met ons programma verdergaan met het evalueren, herzien en uitbreiden, om alle geïnteresseerde leerlingen te verbinden met echte kansen voor het tonen van leiderschap in onze schoolgemeenschap.
iStaff-opbrengsten
Kijkend naar vrijwilligers als aanwinsten om zowel gemeenschappelijke als bibliotheekfuncties te vervullen (‘ik bestel zelden iets dat leerlingen niet hebben gesuggereerd’), heeft Sue daadwerkelijk een uitgebreide gemeenschap voor haar school gecreëerd. iStaff-leerlingen werken niet alleen en voegen content toe, ze acteren ook als spreekbuis voor de bibliotheek.
Sue heeft nog steeds onderwijstaken, collectioneert, doet ontwikkelwerk aan het curriculum en biedt ondersteuning bij techniek, maar ze is niet langer de enige persoon in de bibliotheek die dat doet. Leerlingen en docenten helpen haar nu. Sue’s verhaal hoeft niet bij de grens van haar school te stoppen. Dit is hoe andere eenpitters en andere kleine bibliotheken de gemeenschapsbenadering kunnen omarmen. Sterker nog, we kunnen ons voorstellen hoe iStaff er voor een stad of universiteit zou uitzien. Maar al te vaak zitten we vast waar Sue haar verhaal startte – we zien het werken met de gemeenschap als een last (het kost te veel tijd om vrijwilligers te organiseren). Maar als wij bibliothecarissen daadwerkelijk de kracht en mogelijkheden van onze gemeenschapsleden gaan benutten – of deze nu elfjarigen of honderdjarigen zijn – zullen we ondervinden dat we zoveel meer ontvangen dan we ooit hadden kunnen verwachten.
De toekomst van schoolbibliotheken
De onfortuinlijke realiteit van de programmering van schoolbibliotheken over de gehele wereld is dat ze worden stopgezet. Alhoewel dat soms betekent dat de bibliotheken zelf worden gesloten, blijven in veel gevallen de bibliotheken open, maar worden hun goed opgeleide schoolbibliothecarissen vervangen door docenten of vrijwilligers die niet geëquipeerd zijn om een curriculum of veranderingsagenda verder te brengen. Schoolbibliotheken worden gerund door docenten die de stress van de klassikale les niet aankunnen. Dit is vooral onfortuinlijk in het licht van de goed-gedocumenteerde voordelen van actieve schoolbibliotheken. Terugkomend op de middelen voor de facilitering van bibliothecarissen, zal ik een voorstelling proberen te geven van hoe ondernemende schoolbibliotheken eruit zouden kunnen zien.
Toegang
Toegang tot kennis en materialen is een belangrijk onderdeel van het leren en is daarom een belangrijk onderdeel van schoolbibliotheken. Tegenwoordig is die toegang tot materialen in toenemende mate online. Databases, studiehulpmiddelen en digitale hulpmiddelen van allerlei soorten vinden hun weg op de webpagina’s van schoolbibliotheken. Deze online hulpmiddelen betekenen dat leerlingen bibliotheekmiddelen op ieder moment van de dag en overal kunnen gebruiken.
Dergelijke toegang kan echter onbedoelde consequenties hebben. In 2009 had Cushing Academy, een particulier onderwijsinstituut in Massachusetts, bijna haar gehele gedrukte non-fictie collectie uitgebannen. Meer dan simpelweg een actie om de schoolbibliotheek te verkleinen (zoals het in de populaire media werd geportretteerd) was het een manier om de bibliotheekcollectie te moderniseren, door de gedateerde gedrukte non-fictie materialen te vervangen door digitale equivalenten. Het was ook een manier om ruimte vrij te maken voor onderwijs en studie.
Het had het onbedoelde effect van het vergroten van de vraag naar schoolbibliothecarissen. Nu leerlingen gedurende alle uren van de dag toegang hadden tot middelen, wilden ze ook bereikbaarheid van bibliothecarissen buiten de reguliere schooldag. Let wel, het was niet dat leerlingen technische ondersteuning buiten openingsuren nodig hadden; ze waren gaan vertrouwen op de ondersteuning en aanwijzingen van schoolbibliothecarissen.
Dit leidt bij ondernemende schoolbibliotheken tot twee andere aspecten van toegang. De eerste is dat ze leerlingen toegang geven tot mensen, niet alleen dingen. Skype-gesprekken met auteurs worden aan hun collecties toegevoegd en er worden schoolbrede en zelfs tussenschoolse projecten opgezet waar leerlingen samenwerken met plaatselijke experts in wetenschap, geschiedenis en de kunsten en met leerlingen van andere scholen in de Verenigde Staten en over de gehele wereld in echte onderzoeksprojecten. Het tweede aspect is hun platformfunctie voor het publiceren van de werken en ideeën van leerlingen aan de buitenwereld, of dat nu is door het houden van podcasts en videocasts of door het daadwerkelijk publiceren van rapporten van leerlingen over onderwerpen als de plaatselijke geschiedenis.
Te veel schoolbibliothecarissen zien het internet als een enorme ongeorganiseerde opeenhoping van bronnen die gecategoriseerd en opgesomd dienen te worden. Voor hen is moderne toegang het bij elkaar harken van online gidsen en links voor gebruik door docenten. Voor de werkelijk begaafde schoolbibliothecarissen is het internet echter een kans voor de versterking van kennis, het bouwen aan de gemeenschap en authentiek leren. Volgens Buffy Hamilton, de ‘Niet-stille Bibliothecaris’, is dat: ‘Door een klimaat van participatie, risico’s nemen, de acceptatie van “rommelig” leren en onderzoek kunnen we conversaties creëren die op hun beurt schoolbibliotheken creëren die responsief en organisch zijn. Een participerende benadering van bibliotheekwerk kan uiteindelijk leiden tot leerervaringen die, in de woorden van Steve Jobs, “een deuk maken in iemands heelal”.’
Kenniscreatie
Wanneer ze praat over kenniscreatie in de schoolbibliotheek, gaat Buffy verder dan het simpelweg verwijzen naar bronnen; ze werkt direct samen met docenten om leerlingen bij onderzoeksopdrachten te betrekken. In haar ‘Schrijven rond schrijven’-sessies faciliteert ze het leer- en kenniscreatieproces van leerlingen op een actieve wijze: leerlingen zitten rond een tafel om een bekende tekst te annoteren (meestal een passage uit een boek dat ze lezen), lerend van conversatie en directe participatie, in plaats van onderwezen te worden in een les.
De kracht van schoolbibliotheken en leren zit niet in het onderhouden van een collectie boeken of van in het weer een klaslokaal maken van de bibliotheek met een opgelegd curriculum. Het komt door het bouwen van een rijke, diverse speeltuin van middelen, mensen en activiteiten en door het de leerlingen mogelijk maken om zelf te creëren.
Omgeving
Als je een schoolbibliotheek in Texas neerzet voor een school met meer dan 2.000 leerlingen, dan heb je een schoolbibliotheek van ten minste 750 vierkante meter nodig – althans, volgens de richtlijnen van de Bibliotheek- en Archiefcommissie van de staat Texas (TSLAC). Alhoewel ik een organisatie zo machtig en prestigieus als de TSLAC nooit zou willen bediscussiëren, zou je een geweldige schoolbibliotheek zelfs in een camper kunnen huisvesten. De sleutel ligt bij de omgeving die je creëert in de fysieke en digitale ruimtes van de bibliotheek.
Die omgeving moet niet alleen veilig zijn, maar ook engagerend. Meer dan simpelweg veilige havens gevrijwaard van pestgedrag en de druk van een prestatiecultuur of studieplekken die stil zijn voor leerlingen, zouden schoolbibliotheken plekken moeten zijn waar leerlingen zowel worden verwelkomd als geëngageerd door schoolbibliothecarissen en stafleden die hun behoeften begrijpen en die actief hun leren faciliteren.
Ik heb schoolbibliotheken zonder boeken gezien, die experimenteren met waterculturen, die naast kantoren zitten met schooldecanen en weer anderen die eerder computerruimtes dan conventionele bibliotheken waren. Ik moet nog steeds één format vinden dat succes verzekert. Toch hebben alle succesvolle schoolbibliotheken één ding gemeen: de mensen geven om de hele leerling.
Motivatie
Geven om de hele leerling zou een goed overgangetje kunnen zijn om te praten over de motivatie van leerlingen, maar ik praat liever over de motivatie van docenten. Te veel docenten stoppen een ‘bibliotheekonderdeel’ in hun lessen wat weinig meer inhoudt dan iets opzoeken in een encyclopedie. Goede schoolbibliotheekactiviteiten motiveren docenten om betere onderwijzers te zijn.
Het is tovenarij wat er gebeurt als lesgevende docenten samenwerken met docent-bibliothecarissen. Simpele opdrachten zoals ‘Ga het opzoeken’ of ‘Lees het volgende’ kunnen worden getransformeerd in oefeningen in kritisch denken. Schoolbibliothecarissen kunnen met docenten werken aan lessen die het hele spectrum van informatievaardigheden afdekken, van het vinden van materialen tot combinaties in coherente gehelen. Betere opdrachten leiden tot beter gemotiveerde leerlingen, beter leren, blijere docenten en betere schoolbibliotheken.
David Lankes, Veldgids voor Nieuw Bibliotheekwerk, vertaling Gert H. Staal, Tilburg: Cubiss, 2020, ISBN 978-90-830486-0-4, € 22,50
Deze bijdrage komt uit IP nr. 2 / 2020. Het gehele nummer kun je hier lezen.