VOGIN-IP-lezing 2019: Eliot Higgins: ‘Ik merk dat Nederlanders me soms op straat herkennen’

Eliot Higgins, oprichter van onderzoeksplatform Bellingcat, lichtte tijdens zijn keynote op de VOGIN-IP-lezing al een tipje van de sluier op: Bellingcat opent een kantoor in ons land én gaat in een aantal Nederlandse steden workshops geven. IP vroeg hem naar zijn plannen.

Door: Vincent M.A. Janssen

Nederland heeft last van Bellingcat-koorts, mede dankzij het MH17-onderzoek en de recent verschenen documentaire Bellingcat – Truth in a post-truth world. En dat gaat niet onopgemerkt voorbij aan Higgins: ‘Ik merk dat Nederlanders me nu soms op straat herkennen. Heel vreemd. Voorheen gebeurde dat alleen in Groot-Brittannië.’ Hij zal hieraan moeten wennen, want het onderzoeksinitiatief gaat dit jaar uitbreiden naar Nederland.

Voor de hand liggende keuze

Waarom Nederland? ‘Toen we rond 2018 begonnen na te denken over een nieuw kantoor, kregen we vanuit Nederland al veel verzoeken om samen te werken. Die verzoeken kwamen van organisaties als universiteiten en nieuwszenders. Aangezien we al samenwerken met het Internationaal Strafhof in Den Haag, leek deze stad een voor de hand liggende keuze om ons kantoor te vestigen. In juni moet dit gaan gebeuren.’

De keuze voor Nederland had volgens Higgins niets te maken met een subsidie van de Nationale Postcode Loterij. ‘Dat geld komt natuurlijk wel goed van pas bij de opening van ons nieuwe kantoor. Maar we krijgen ook geld uit andere hoeken, zoals van de Zweedse loterij. En ons onderzoek in Jemen blijkt ook heel populair te zijn onder sponsoren.’

Onvoldoende onderzoeksvaardigheden

De Nederlandse journalistiek kan – ondanks haar goede reputatie – nog veel leren van Bellingcat, meent Higgins. Ze gaan daarom jaarlijks tien vijfdaagse workshops organiseren. In deze trainingen wil Higgins verder kijken dan individuele onderzoeksvaardigheden. ‘Als je als nieuwsorganisatie open bronnenonderzoek echt goed wilt uitvoeren, zijn de huidige vaardigheden van individuele journalisten niet voldoende. Je moet toegewijde onderzoeksteams oprichten. Ook op lokaal niveau. Daarom hopen wij nieuw leven te kunnen blazen in de lokale, Nederlandse onderzoeksjournalistiek. Dat is een belangrijk doel van onze trainingen.’

Trainers weggekaapt

De workshops die Bellingcat over de hele wereld geeft, zijn een succes. Maar dat heeft ook een keerzijde, weet Higgins. Nu redacties van bijvoorbeeld de BBC en de New York Times eigen ‘mini-Bellingcat-afdelingen’ oprichten, nemen zij de vrijwilligers van Bellingcat zelf in dienst. Dit zag Higgins bijvoorbeeld gebeuren met een van zijn bekendste trainers, Christiaan Triebert. Hij werkt sinds afgelopen maart voor de New York Times. ‘Het roept bij mij gemengde gevoelens op. Het doel van Bellingcat is het opzetten van onderzoeksjournalistiek. En dat lukt goed. Maar het is jammer om mensen te zien gaan. We beschouwen hun nieuwe werkgevers niet als concurrenten, hè, want we zijn zelf geen mediabedrijf. We richten ons vooral op onderzoek, methodiek en training.’

Goed op orde

Higgins merkt dat Nederland Bellingcat een warm hart toedraagt. Volgens hem staat ons land ‘zeker in de top vier van bijdragers aan het platform’. Heeft hij al ideeën over het volgende land waar ze een kantoor zullen openen? Zover zijn ze voorlopig nog niet, zegt Higgins. ‘Duitsland is een optie. Maar eerst moeten we ervoor zorgen dat we in Nederland alles goed op orde hebben.’

Vincent M.A. Janssen is redacteur van IP en freelance informatieprofessional

 Deze bijdrage komt uit IP nr. 4 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.