Generaties op de werkvloer

Zijn er verschillen tussen generaties op de werkvloer? IP nam de proef op de som en interviewde in de Bibliotheek Zoetermeer drie medewerkers van verschillende generaties.

Door: Ronald de Nijs


Aan dit gesprek namen deel:

Monica van der Meer (58). Komt oorspronkelijk uit de reclamewereld, werkt ondertussen alweer twintig jaar in de Bibliotheek Zoetermeer. Heeft allerlei functies vervuld en heeft zich steeds verder kunnen ontwikkelen. Houdt zich vanuit het bijna 20-koppige team Lezen en Ontmoeting nu vooral bezig met het opzetten van bibliotheken op scholen.

Jorien Cohen Stuart (28). Heeft jeugdliteratuur aan de Universiteit Tilburg gestudeerd en ging vervolgens bij de Bibliotheek Zoetermeer aan de slag als leesconsulent op scholen. Ook zij valt onder het team Lezen en Ontmoeting. Heeft de leesconsulent-opleiding gevolgd. Kinderboeken zijn haar grote passie.

Jenny Fidder (45). Studeerde commerciële economie. Werkte eerst in het bedrijfsleven voordat ze bij de Bibliotheek Zoetermeer terechtkwam. Bijna twintig jaar geleden begonnen als stafmedewerker marketing en communicatie, daarna lange tijd de functie van marketingadviseur vervuld. Na een reorganisatie in 2017 verder gegaan als teamleider Lezen en Ontmoeting.


Carrière

Monica ‘Ik ben pas carrière gaan maken toen mijn kinderen wat ouder waren. Maar de huidige generatie twintigers en dertigers heeft veel meer ambities. Na hun studie willen ze allerlei zaken in het leven al hebben gedaan, want ze “moeten verder, en het liefst snel”. Dat zorgt voor de nodige stress.’

Jorien ‘Klopt helemaal!’

Monica ‘Ik denk wel eens: laat deze generatie nu eens genieten van wat ze al bereikt heeft. [Jorien aankijkend:] Jullie willen echt voor jullie 35ste op jullie plaats zijn?’

Jorien ‘Ja!’

Jenny ‘Als je het hebt over carrière: door mijn generatie werd altijd gezegd dat het goed is om tussen de vijf en zeven jaar van werkgever te wisselen.’

Jorien ‘Inmiddels is dat drie jaar. Ik zie het al bij mijn vriendinnen.’

Jenny ‘Maar fases in je privéleven zorgen er soms voor dat dingen net anders gaan lopen; werk kan dan bijvoorbeeld even minder belangrijk worden.’

Monica ‘Je hebt toch minimaal een jaar nodig om te wennen aan je nieuwe werkplek en de organisatie te leren kennen?’

Jorien ‘Dat is laatste is zeker zo. Maar het gaat niet per se om een nieuwe baan. In elk geval moet je steeds een stapje vooruitgaan. Ik krijg hier kansen om mijn werk steeds uit te breiden, bijvoorbeeld door trainingen aan leerkrachten te gaan geven.’

Jenny ‘De bibliotheek biedt niet voor iedereen allerlei loopbaanperspectieven, want zoveel mogelijkheden zijn er simpelweg niet. Vaak zit de ontwikkeling meer in de breedte van een functie. Of gaan mensen binnen de organisatie heel wat anders doen. Daarom bieden we medewerkers veel scholingsmogelijkheden aan, zodat ze zich kunnen blijven ontwikkelen.’

Balans

Monica ‘Doordat onze bibliotheek nu inzet op mediawijsheid en 21ste-eeuwse vaardigheden is ze interessanter geworden voor een nieuwe generatie. Na de komst van Jorien volgden nog meer jonge krachten.’

Jorien ‘Er is nog wel een flinke oudere bovenlaag.’

Jenny ‘We hebben een paar medewerkers boven de zestig, maar qua leeftijdsspreiding komen we steeds meer in balans door de komst van twintigers en dertigers. Mede ook door het natuurlijk verloop.’

Familie

Jorien ‘Ik heb in mijn baan veel vrijheid. Als ik een idee heb, krijg ik meestal te horen: ga het maar proberen en kijk of het lukt. Ik vind het soms wel lastig om eerst nog collega’s mee te nemen in mijn plan, terwijl ik in mijn hoofd al vele stappen verder ben.’

Jenny ‘Je hebt wel draagvlak nodig…’

Jorien ‘Als ik iets heb bedacht, is het mijn ding geworden en wil ik het meteen uitvoeren. Tegelijkertijd vind ik het prettig om achteraf te horen dat ik het goed heb gedaan. Dat is eigenlijk in tegenspraak met elkaar. Ik zou wat meer mijn best moeten doen om mensen mee te krijgen.’

Monica ‘Een van de redenen dat mensen vaak zo lang in een bibliotheek werken, is vaak juist vanwege het teamgevoel. De jongere generatie is misschien wat solistischer.’

Jorien ‘Als je ergens gaat werken waar iedereen al zo lang met elkaar samenwerkt, dan moet je daar wel je plek kunnen vinden. Ik vond dat zelf helemaal niet moeilijk. Het voelde alsof ik hier in één grote familie terechtkwam.’

Golfbewegingen

Monica ‘Laatst kwam Jorien met het idee om op scholen een verkiezing te organiseren voor de leescoördinator van het jaar. Ik dacht meteen: wie zijn wij om leescoördinatoren te gaan beoordelen? Hartstikke leuk idee, maar laten we eerst kijken hoe we dit kunnen realiseren.’

Jorien ‘[Lacht] Ik had de namen van mogelijke kandidaten al in mijn hoofd zitten.’

Monica ‘Bij sommige ideeën die door de jongere generaties worden geopperd, denk ik wel eens: dit is oude wijn in nieuwe zakken. En weet ik: bepaalde dingen werkten toen ook al niet. Toch wil ik collega’s zeker niet ontmoedigen, want misschien is de tijd er nu wél rijp voor.’

Jenny ‘Door de tijd heen zie je allerlei golfbewegingen; we hameren als bibliotheek nog steeds op het belang van lezen en leesplezier. De vorm waarin je dat doet verandert, maar in de kern blijft het hetzelfde.’

Veranderingen

Jenny ‘De jongere en oudere generatie vullen elkaar goed aan. Al kijken jonge mensen toch wat onbevangener tegen nieuwe ideeën aan. En dat heb je ook wel nodig want soms doe je dingen voor een tweede of derde keer en dan is het fijn als iemand anders met frisse moed iets weer in gang zet.’

Jorien ‘Dat merkte ik bij de reorganisatie in 2017. Jullie hadden er al een paar meegemaakt en ik niet.’

Monica ‘Jorien reageerde heel enthousiast, terwijl wij als “ouderen” dachten: “O, misschien is het niet handig als we dat nu zo gaan doen” – wat dan vaak ook wel zo blijkt te zijn.’

Jorien ‘Dat is soms wel gebleken, ja.’

Monica ‘Maar je moet er wel voor oppassen om negatief te reageren.’

Voldoening

Jorien ‘Jullie organiseren al jaren activiteiten rondom de Kinderboekenweek. Ik heb het nu drie jaar gedaan en ik weet nu: ik kán dit, dus is het tijd voor wat nieuws. Ik haal er voor mezelf niet zoveel meer uit.’

Jenny ‘Jij haalt de meeste voldoening uit het doen van nieuwe dingen?’

Jorien ‘Absoluut! Als ik bijvoorbeeld zenuwachtig ben omdat ik een presentatie over iets moet geven, ben ik daarna des te meer tevreden. Veel meer dan wanneer ik iets heb gedaan waarvan ik weet dat het toch wel goed gaat.’

Monica ‘Dat heb ik helemaal niet. Ik realiseer me steeds dat ik de dingen juist beter kan doen, bijvoorbeeld door iets wat ik bij de ene school heb geleerd toe te passen bij de andere. Zo leer ik steeds bij.’

Fouten maken

Monica ‘Ik zeg wel eens tegen Jorien wanneer iets niet dreigt te lukken: “Er vloeit geen bloed uit”.’

Jorien ‘Onze generatie maakt zich sneller druk over dingen die moeten worden gedaan. Aan de ene kant weten we dat het allemaal goed komt, aan de andere kant denken we: er is een groot probleem dat we moeten oplossen.’

Jenny ‘Terwijl je eigenlijk zou zeggen dat je als jongere medewerker, met minder verantwoordelijkheden, onbevangener bent.’

Jorien ‘Als iets niet lukt, denk ik al snel: het ligt aan mij. Eigenlijk moet iets meteen goed gaan, anders voelt het als falen.’

Jenny ‘Dat is jammer, want van fouten kun je veel leren.’

Jorien ‘Bewust weet ik dat, maar toch…’

Boeken

Monica ‘Jongere collega’s zijn sneller geneigd zijn om nieuwe media in de lessen en presentaties mee te nemen. Dan wordt er gezegd: we kunnen misschien ook nog iets doen met het E-Lab, waar je kunt 3D-printen etcetera. Ikzelf denk nog vaak in het gebruik van boeken.’

Jorien ‘Boeken vormen de kern van zowel mijn werk als van onze taak als bibliotheek. Ik vraag daarom altijd of er bij al onze activiteiten wel boeken in het spel zijn. Dat vind ik belangrijk.’

Monica ‘En jullie zetten meer in op social media.’

Jorien ‘Ik probeer ervoor te zorgen dat we als bibliotheek goed zichtbaar zijn. Maar ik moet niet vergeten om zelf foto’s te maken van onze activiteiten – mijn andere collega’s doen dat veel meer automatisch.’

Geluksmoment

Monica ‘Het maatschappelijke aspect van ons werk delen Jorien en ik met elkaar. We vinden het belangrijk dat kinderen van laagtaalvaardige ouders alle kansen krijgen om leesplezier te ontwikkelen en dat ze het daardoor op school ook goed te gaan doen.’

Jorien ‘Ja, net dat stapje extra.’

Monica ‘Daar genieten we allebei van.’

Jorien ‘We hebben allebei dezelfde drijfveer. Als een kind op school naar je toe komt en vertelt dat het met veel plezier een bepaald boek heeft gelezen – dat is echt een geluksmoment.’

Ronald de Nijs is eindredacteur van IP

Deze bijdrage komt uit IP nr. 1 / 2019. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *