4 vragen over een leven lang leren

‘Het moet vanzelfsprekend worden dat iedereen zich tijdens zijn of haar loopbaan blijft ontwikkelen,’ schrijft de rijksoverheid op haar website. Maar vanzelfsprekend is dat bij veel medewerkers nog niet. De regering komt daarom met een actieplan om een leven lang leren te stimuleren.

Door: Vincent M.A. Janssen 

Waarom is een actieplan voor een leven lang leren nodig?

Dát het actieplan nodig is, blijkt uit de data van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In 2017 volgde slechts een vijfde van de volwassenen in Nederland scholing. Hoewel dit nog boven het Europese gemiddelde ligt, zijn de scheve verhoudingen tussen hoog- en laagopgeleiden zorgwekkend. Uit cijfers van het CBS uit 2016 blijkt dat hoogopgeleiden twee keer zoveel bij- en nascholing volgden dan laagopgeleiden. Laagopgeleiden hebben de scholing echter harder nodig, verwacht de overheid; de kans dat zij hun baan kwijtraken door digitalisering of robotisering is namelijk groter.

Minister Koolmees (D66) van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en minister Van Engelshoven (D66) van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap trokken daarom aan de bel. Dit najaar presenteerden zij een nieuw plan, waarvoor zij de komende jaren 218 miljoen euro uittrekken. In een brief aan de Tweede Kamer schrijven de ministers dat een ‘leven lang ontwikkelen geen nice-to-have is, maar een absolute must’. Alleen met scholing, waarschuwen Koolmees en Van Engelshoven, kunnen mensen meekomen in de complexe en digitaliserende samenleving.

Wat is de ambitie?

In het plan beschrijven Koolmees en Van Engelshoven hun ambities voor de komende jaren en leggen ze uit hoe zij een ‘sterke leercultuur’ in Nederland willen creëren. Hiermee hopen ze te voorkomen dat mensen zonder werk komen te zitten als hun baan verdwijnt. Het plan is om mensen tijdig klaar te stomen voor nieuwe beroepen. Denk hierbij aan het onderhoud en beheer van de nieuwste machines, maar ook aan ‘het maken van apps, het programmeren van robots of het ontwikkelen van nanotechnologie’. Voorlichting hierover is, aldus de ministers, een cruciale stap. Daarom zal de overheid meer advies en coaching gaan geven over scholingsmogelijkheden. Daarnaast is een flexibel scholingsaanbod – waar werkenden zelf hun leertempo en rooster bepalen – een belangrijk aandachtspunt in de Kamerbrief.

Het uiteindelijke doel van het plan is het stimuleren van de eigen regie op de loopbaan. En dat kan op allerlei manieren, zoals de verschillende ambities in de brief aantonen. Een groot deel van het budget zal naar diverse bestaande trajecten gaan, zoals brancheorganisaties die investeren in scholing. Verder willen de ministers de leeftijdsgrens voor het levenlanglerenkrediet stapsgewijs opvoeren naar de AOW-leeftijd en meer investeren in opleidingen voor niet-werkenden. Welke van deze ambities precies ingevoerd gaan worden, en wanneer, moet nog blijken.

Wat zijn de uitdagingen?

Voor werkenden (en binnenkort ook niet-werkenden) belooft dit plan meer ontwikkelingsmogelijkheden. Maar of het ook eenvoudig wordt om hier gebruik van te maken, is nog maar de vraag. Tweede Kamerlid Zihni Özdil (GroenLinks) noemde het plan een ‘woud van loketten voor een leven lang leren’. Volgens hem is het ‘ontaard in een doolhof van leningen, vouchers en procedures’. Voor een werknemer op zoek naar scholing kan het hierdoor lastig zijn duidelijkheid te krijgen over de mogelijkheden.

Dat is niets te veel gezegd. Momenteel staat op de leven lang leren-website van de rijksoverheid een wirwar aan documenten, agenda’s en Kamerbrieven. En voor veel procedures wordt de bezoeker doorverwezen naar de websites van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) of StudieKeuze123. Dat veel financieringstrajecten via partnerorganisaties – zoals de Stichting voor de Arbeid – lopen, maakt het er ook niet eenvoudiger op. De huidige complexe procedures vormen een behoorlijke drempel. De verantwoordelijkheid van scholing – door persoonsgebonden kredieten en leningen – ligt echter bij de werknemer zelf. De eerste uitdaging is daarom om de burger in dit doolhof wegwijs te maken. Een van de ambities van de ministers is om ‘initiatieven beter te verbinden met elkaar’.

Wie komt er voor in aanmerking?

Gelukkig is er een aantal eenvoudige mogelijkheden waar werkenden nu al gebruik van kunnen maken. De meest bekende is het levenlanglerenkrediet. Deze regeling was eerder al voor het mbo ingevoerd en is sinds een jaar ook voor het hoger onderwijs beschikbaar. Het betreft een lening waarmee tot maximaal vier jaar (vijf voor een deeltijdopleiding) aan lesgeld gefinancierd kan worden. Werknemers tot 55 jaar komen hiervoor in aanmerking.

Voor jonge werkzoekenden (18 t/m 26 jaar) is er daarnaast de Startersbeurs. Deze regeling is bedoeld om starters mee te laten draaien in het bedrijfsleven voor een periode van zes maanden. Hiervoor krijgen zij dan een vergoeding van minimaal 500 euro per maand.

Ten slotte bestaan er nog verschillende kleinere initiatieven, zoals een website vol tips – genaamd DuurzameInzetbaarheid – en het Experiment Vraagfinanciering. Hiermee kan een medewerker een voucher krijgen, zodat deze kosteloos een of meerdere modules in bestaande opleidingen kan volgen.

Er wachten de regering nog vele uitdagingen om snel te anticiperen op de veranderende arbeidsmarkt en de technologische ontwikkelingen. Maar zij staat er niet alleen voor. Het bedrijfsleven en verschillende fondsen spenderen nu al jaarlijks 1,7 miljard euro aan opleidingen. Met een zee aan mogelijkheden is nu de werknemer aan zet.


Praktische tips

  1. Momenteel is de rente voor het levenlanglerenkrediet nul procent. Een gunstige tijd om te lenen dus. De aflossingstermijn is vijftien jaar.
  2. Houd in gedachten dat er vele varianten van scholing mogelijk zijn. Een volledige of deeltijdstudie kan soms een zware belasting zijn naast een fulltime baan. Ga dan op zoek naar een korte cursus of training. Deze worden vooralsnog niet vergoed door het levenlanglerenkrediet.
  3. Bepaalde branches hebben een opleidings- en ontwikkelingsfonds. Als jouw branche over zo’n fonds beschikt, kun je een adviseur vragen om hulp bij het zoeken naar de juiste scholingsmogelijkheden.
  4. Er zijn ook leerwerkloketten die kunnen helpen met zoeken naar scholing. Lerenenwerken.nl biedt een overzicht van welke loketten er bij jou in de buurt zijn.
  5. Om een certificaat te krijgen hoef je niet altijd een opleiding te volgen. Je kunt ook een EVC-procedure (Erkenning van Verworven Competenties) starten. Dan krijg je een certificaat voor jouw reeds behaalde competenties. De kosten zijn vaak voor eigen rekening, tenzij de werkgever het betaalt.
  6. Vraag vooral na in je eigen organisatie wat de opleidingsmogelijkheden zijn. Veel financieringsmogelijkheden en subsidies van de overheid lopen namelijk via werkgevers- en werknemersorganisaties.

Vincent M.A. Janssen is redacteur bij IP en freelance informatieprofessional

Deze bijdrage komt uit IP nr. 9 / 2018. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *