EUvsDisinfo: EU-nepnieuwswaakhond sterft zachte dood

EUvsDisinfo had hét wapen tegen nepnieuws moeten worden. Na een reeks missers lijkt de Nederlandse politiek alweer klaar te zijn met de taskforce van de EU. De Brusselse campagne tegen desinformatie schiet volgens velen haar doel voorbij.

Door: Vincent M.A. Janssen

In een tijd waarin nepnieuws het gesprek van de dag is, lijkt de plotselinge afkeer van EUvsDisinfo verrassend. De taskforce is immers – als we de recente nieuwsberichten moeten geloven – belast met het opsporen van nepnieuws. In werkelijkheid ligt het net even anders.

Taskforce

Allereerst is EUvsDisinfo zelf geen taskforce. Het is een campagne die uitgevoerd wordt door de East Stratcom Task Force; deze taskforce maakt weer deel uit van de European External Action Service, een diplomatieke dienst van de EU. Het hoofddoel van East Stratcom is het ‘aanpakken van Russische desinformatiecampagnes’, aldus de website.

Dat de taskforce verantwoordelijk zou zijn voor de bestrijding van al het nepnieuws, is slechts een populaire frame in de media. Sinds de oprichting in 2015 richt de organisatie zich voornamelijk op het versterken van onafhankelijke journalistiek in Oost-Europese (lid)staten en het promoten van EU-beleid in landen als Armenië, Azerbeidzjan, Oekraïne en Georgië. Hun meest bekende dienst – de website EUvsDisinfo.eu – is inmiddels berucht door een aantal blunders.

Zwarte lijst

Toen eind 2017 onder andere The Post Online, GeenStijl en De Gelderlander onterecht op de Disinfo Cases-lijst geplaatst werden vanwege vermoede Russische desinformatie, kwam de waakhond onder een vergrootglas te liggen. Op de zwarte lijst bleken meerdere websites en journalisten te staan die bijvoorbeeld opiniërende stukken plaatsten over Rusland. Zij werden bestempeld als ‘pro-Kremlin desinformatiebronnen’, ondanks dat de betreffende organisaties op hun websites aangaven dat zij ‘zich niet richten op opiniestukken en niemand willen blacklisten’. Het was dus nog maar de vraag wat de Nederlandse media op deze lijst deden. De EU-website claimde later dat het bij GeenStijl en TPO om een vertaalfout zou gaan.

Het kort geding dat werd aangespannen door de gedupeerden, werd in maart weer ingetrokken. De betrokken mediabedrijven noemden de beschuldigingen onterecht en eisten rectificaties.

EUvsDisinfo heeft na deze kritiek de beschuldigingen van haar website gehaald. Het kwaad was echter al geschied; het werd alsmaar duidelijker dat de campagne eigenlijk geen wapen tegen nepnieuws is.

Welles-nietes

Naar eigen zeggen heeft het initiatief al bijna 4000 gevallen van ‘desinformatie’ behandeld. Deze lijst wordt opgesteld door een team van veertien medewerkers. Door het beperkte budget van één miljoen euro voor EUvsDisinfo, wordt het daadwerkelijke onderzoek voornamelijk uitgevoerd door vrijwilligers. Een onderzoek van de NOS heeft aangetoond dat slechts een tiental factcheckers voor het merendeel van de inhoud op de website verantwoordelijkheid zijn.

Helaas is niet bij iedere casus helder waar het instituut zijn uitspraken op baseert. De kwaliteit van de verantwoordingen die bij elke desinformatiebron staat, varieert daardoor per geval. Bij een artikel over de moord op de Russische ex-spion Sergei Skripal wordt bijvoorbeeld bijna uitsluitend verwezen naar bronnen die geschreven zijn door EUvsDisinfo zelf. In veel andere gevallen wordt geen bronmateriaal genoemd of wordt verwezen naar niet-werkende websites. De enige verklaring die dan gegeven wordt, is bijvoorbeeld ‘conspiracy theory, no evidence given’. Hierdoor lijken veel casussen op een welles-nietesdiscussie.

Criteria

De onduidelijkheid van de campagne wordt nog eens versterkt door het ontbreken van duidelijke criteria. IP nam daarom contact op met East Stratcom om te achterhalen hoe de organisatie nieuwsbronnen precies controleert. Er bleken slechts twee criteria te zijn, namelijk ‘het bericht moet (1) onjuiste informatie bevatten en (2) in lijn zijn met andere pro-Kremlin desinformatie die door EUvsDisinfo als zodanig herkend is’.

Hoe deze criteria in de praktijk getoetst worden, blijft echter onduidelijk. GeenStijl, TPO en De Gelderlander werden opgenomen in de lijst, ondanks dat zij niet voldeden aan een of beide maatstaven. Op andere vragen aan de taskforce – over het ontbreken van transparante en toetsbare criteria, de ruimte voor subjectiviteit en het gevaar van verwijzen naar zelf geschreven bronnen – kreeg IP geen reactie.

Contrapropaganda

Ondanks de tekortkomingen van de taskforce werd EUvsDisinfo het afgelopen jaar door de Nederlandse politiek gezien als een effectief instituut tegen nepnieuws. Met name minister Kajsa Ollongren verdedigde de waakhond met man en macht. Door de Nederlandse casussen is echter op gênante wijze duidelijk geworden dat het doel van de EU niet enkel het bestrijden van nepnieuws is, maar ook het verspreiden van eigen propaganda.

Dit was niet voor iedereen een verrassing. Toen FvD-kamerlid Thierry Baudet de EU-propaganda in 2017 aankaartte tijdens een aflevering van de talkshow Jinek, sprak hij voor dovemansoren. Baudet waarschuwde minister Ollongren voor het gevaar van ‘politieke actoren die een oordeel gaan vellen over ons nieuws’. Hij vreesde namelijk dat de EU het bestrijden van nepnieuws als legitimiteit zou gebruiken voor contrapropaganda. Nu – een paar maanden na het debacle met GeenStijl en TPO – heeft ook minister Ollongren haar gedachten moeten bijstellen.

Vrije pers

Een motie van de VVD en de SP om het bureau op te heffen, krijgt inmiddels steun van een meerderheid van de Tweede Kamer. Niet alleen de mankementen van de taskforce, maar ook de implicaties van een censurerende overheid hebben uiteindelijk de doorslag gegeven. Veel politici zijn het erover eens dat het Europese propagandabeleid niet in de weg kan staan van uitingsvrijheid. Het is nu aan Ollongren om zich in Brussel hard te maken voor een vrije pers.

Vincent M.A. Janssen is redacteur van IP en specialist Scientific Information bij de Maastricht University Library.

Deze bijdrage komt uit IP nr. 3 / 2018. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *