Tof of sof: Oude fotocollectie krijgt tweede leven

Anefo-foto’s 90.000 keer gebruikt in Wikipedia

Jos Damen bekijkt de nieuwe ontwikkelingen op informatiegebied met een kritische blik.

Door: Jos Damen

Nederlandse fotografen stralen overal: op websites, in musea en in (internationale) tijdschriften. Wie afgelopen november op de Engelse Wikipedia even Robert Mugabe nazocht, zag daar maar liefst drie foto’s van Nederlandse fotografen. Daarbij helpt dat het Nationaal Archief oudere Nederlandse foto’s van fotopersbureau Anefo gratis beschikbaar stelt. In de Engelstalige Wikipedia worden inmiddels meer dan 25.000 foto’s van professionele Nederlandse fotografen gebruikt. Daartussen zitten diverse grootmeesters van de analoge fotografie. Onder de fotografen van Anefo bevinden zich drie winnaars van de Zilveren Camera: Ben Merk, Rob Mieremet en Bert Verhoeff – en nog eens zestig andere fotografen. Het Algemeen Nederlands Fotobureau werd in 1944 in Londen opgericht en evolueerde van een staatspersbureau tot een professioneel draaiend en toonaangevend Nederlands fotopersbureau, dat tot 1989 bestond.

Het web op

Het fotoarchief van Anefo bleef na 1990 behouden onder de hoede van Spaarnestad Photo. In 2008 maakte Spaarnestad Photo afspraken met het Nationaal Archief in Den Haag over overname en beheer van de collectie. In het voorjaar van 2011 werd de fysieke verhuizing van de fotocollectie van Spaarnestad (Haarlem) naar het Nationaal Archief in Den Haag afgerond. Tegelijkertijd brachten beide organisaties meer dan 300.000 gedigitaliseerde foto’s onder in de database Ga Het Na. In 2008 werd gestart met het uploaden van beelden in Flickr en in 2009 werd de eerste donatie gedaan aan Wikipedia: een set met afbeeldingen van Nederlandse politici. Aanjagers in die periode waren Thijs van Exel (Kennisland), Liesbeth Keijser en Tim de Haan (Nationaal Archief). Vanaf 2012 werd ‘open data’ het toverwoord. Inmiddels staan op www.gahetna.nl meer dan 325.000 Anefo-foto’s met een Creative Commons Zero-licentie, wat betekent dat iedereen die foto’s zonder restrictie mag gebruiken.

Van Cruyff tot Jagger – stoned

Binnen Anefo is veel Nederlands materiaal beschikbaar, maar ook veel foto’s met buitenlandse sterren. Johan Cruyff staat op meer dan duizend vrij te gebruiken foto’s afgebeeld en de koninginnen Juliana en Beatrix elk op meer dan 300 kiekjes. Toch zijn dat niet de meest bijzondere foto’s. De Rolling Stones staan op 44 foto’s, inclusief één met een zwangere Marianne Faithfull & Jagger – die laatste zo stoned als een garnaal. Mijn persoonlijke favorieten? Zie de twee afgebeelde foto’s bij deze aflevering van Tof of sof.

320k – 11k – 90k

De cijfers zijn indrukwekkend. Op de website van het Nationaal Archief staan 325.000 vrij te gebruiken Anefo-foto’s. Daarvan zijn er 17.000 door liefhebbers overgebracht naar Wikimedia Commons, en die worden nu al meer dan 90.000 keer op de verschillende taalversies van Wikipedia gebruikt. Samen worden die foto’s per maand miljoenen keren bekeken. Effectiever inzet van Nederlands erfgoed is bijna niet mogelijk.

Nadeel

Zijn er dan geen nadelen verbonden aan dit soort gebruik – compleet vrije beschikbaarstelling? Wat mij betreft is er in elk geval één nadeel. Ik hou ervan als mensen worden beloond voor de mooie dingen die ze doen. Het Nationaal Archief streeft naar optimaal gebruik, en heeft daarom gekozen voor de CC-0-licentie. Dit betekent dat elk bestand door iedereen op elke manier gebruikt mag worden. Persoonlijk ben ik meer gecharmeerd van een licentie die naamsvermelding van de fotograaf verplicht stelt, maar verder alles mogelijk maakt: CC-BY-SA-4.0.

Goed voorbeeld

Een goed voorbeeld doet goed volgen. Wat moet een erfgoedinstelling of bibliotheek doen om te zorgen dat de eigen collecties online beschikbaar zijn en goed gebruikt worden? Twee dingen: 1) onderzoek hoe het zit met het auteursrecht op de foto’s en 2) stel de collectie open op de eigen website, met bij elke afbeelding een duidelijk auteursrechtpictogram, bij voorkeur CC-BY-SA-4.0.

Jos Damen is hoofd bibliotheek & ICT van het Afrika-Studiecentrum, Universiteit Leiden.

Deze bijdrage komt uit IP nr. 9 / 2017. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *