Digitaliseringsprojecten: Schades in archief- en bibliotheekmateriaal inventariseren

Een archief of bibliotheek digitaliseren begint met het inventariseren van de staat van het materiaal. Handige hulpmiddelen daarbij zijn de Schadeatlas archieven en de Schadeatlas bibliotheken. ‘Maar laten we terughoudend zijn en niet zonder meer alles restaureren.’

Door: Miluska Dorgelo

Elke medewerker kan met de Schadeatlas in de hand schades herkennen en de ernst ervan bepalen. In maart 2017 heeft Metamorfoze, het nationaal programma voor het behoud van het papieren erfgoed, een nieuwe druk van de Schadeatlas archieven uitgegeven. Dat was aanleiding voor een bijeenkomst op 8 juni jl. bij de Koninklijke Bibliotheek. Zeven sprekers gingen in op de aanpak van een schade-inventarisatie. Hieronder volgt een indruk van deze bijeenkomst.

Doel

Het inventariseren begint met het beantwoorden van een aantal vragen. Die gaan over de omvang van het archief of de collectie, de staat van het materiaal, de soorten en de ernst van de schades en het doel van het project. Als het doel digitaliseren is, moet het materiaal goed onder de scanner kunnen. Formaten moeten te hanteren zijn, boeken moeten voldoende open kunnen en van de tekst moeten leesbare opnames gemaakt kunnen worden. Voor kwetsbaar materiaal is het van belang dat het digitaliseringstraject niet te veel schade aan het origineel veroorzaakt.

Benodigde tijd

In de Schadeatlas zijn schades in drie categorieën ingedeeld, licht, matig en ernstig. Om een planning te kunnen maken, wil je vooral weten hoeveel tijd nodig is om de genoteerde schades te behandelen en te restaureren. Een restaurator kan bepalen welke handelingen nodig zijn en hoeveel tijd dat kost. Het verwerken van grote formaten, afwijkende papiersoorten en de aanwezigheid van tapes en folie op het papier is een apart onderwerp. Dat komt onder andere voor bij archieven van ontwerpers en architecten. Voor dit materiaal bestaat nog geen schadeatlas.

Eén workflow

Zeker bij het digitaliseren van een kwetsbare collectie is het een groot voordeel als er een restaurator nauw bij betrokken is. Het hele proces kan dan in één workflow gaan. De restaurator kan voor, tijdens of zelfs na het digitaliseren de schade herstellen. Bij kwetsbare stukken kan de restaurator het materiaal hanteren bij het scannen. Is er te veel risico, dan kan hij beslissen dat stukken niet gedigitaliseerd kunnen worden.

Schade hoort erbij

Is het altijd nodig om schade te restaureren? Als schade niet snel verergert en het digitaliseren niet belemmert, kun je ervoor kiezen om niks te doen. Misschien hoort schade er gewoon bij. Hoe erg is schade aan een boekband, als de tekst gewoon leesbaar is? En biedt de aanwezige schade ons niet andere informatie, over het gebruik en over de geschiedenis van het object? Schade restaureren kan geschiedvervalsing zijn. Je wist sporen uit die een verhaal vertellen. Het is nu lastig te bepalen welke objecten of informatie voor toekomstig onderzoek belangrijk zijn. Dat geldt ook voor de aanwezige schade. Laten we daarom terughoudend zijn en niet zonder meer alles restaureren.

Miluska Dorgelo is communicatiemedewerker Metamorfoze bij de Koninklijke Bibliotheek.


Verder lezen

Het uitgebreide verslag van de bijeenkomst op 8 juni 2017 en het bestelformulier voor de Schadeatlas Archieven is te vinden op www.metamorfoze.nl.


Deze bijdrage komt uit IP nr. 8 / 2017. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *