Column: Goed voor e-mago

Door: Frank Huysmans

Als u niet heeft meegekregen dat ‘open’ aan een opmars bezig is in onderzoek en onderwijs, heeft u onder een steen geleefd (met alle respect voor de steen). Open access, open data, open educational resources, open peer review… En laat ik open software niet vergeten, waar inmiddels de halve wetenschap mee schrijft en analyseert. Maar ‘open’ is een woord met vele betekenissen. Mijn editie van de Dikke Van Dale uit 1984 somt er twaalf op. En dat was ruim voor het begin van het web.

Terwijl ‘open’ terrein wint, wordt aan de mate van openheid flink geknaagd. In de begindagen van de open accessbeweging, op bijeenkomsten in Boedapest, Bethesda en Berlijn in 2002- 2003, werd ‘open access’ nadrukkelijk gedefi nieerd als méér dan alleen gratis te lezen of downloaden voor iedereen met internet. Het betekende ook dat de oorspronkelijke makers afzagen van de meeste van hun intellectuele eigendomsrechten. Men deed dit in navolging van de makers van open software. Die software wordt verstrekt met een licentie die je ‘absolutely no warranty’ geeft dat hij vrij van fouten is. Garantie tot aan de router dus. Ga je daarmee akkoord, dan mag je ermee doen wat je wilt: verspreiden, verbeteren, veranderen of vergeten.

Precies dat hadden de open accesspioniers voor ogen. Verreweg het grootste deel van de wetenschappelijke productie is tot stand gekomen met steun van belastingbetalers: boeren, burgers en bedrijven. En meebetalen is meebepalen, dus ze moeten er naar eigen goeddunken mee kunnen omgaan. De werkelijkheid benaderde tot voor kort het tegendeel. Alleen wie in het hoger onderwijs werkt of studeert, mag het lezen – mits je hogeschool of universiteit een licentie heeft afgesloten. Verspreiden, verbeteren, veranderen: het mag alleen met toestemming van de rechthebbenden.

Vergelijk het met landbouwsubsidies waaraan u via de belastingen bijdraagt. U zou vreemd opkijken als alleen telers zelf hun aardappelen mochten consumeren – mits in de schil gekookt en gegeten. Nu open wetenschap het tij mee heeft, is het noodzaak om ook de auteursrechtelijke barrières te slechten. Pas dan is de boel echt open. Maar wat zien we? Alles wat gratis is te downloaden wordt ‘open’ genoemd, zelfs al is het niet toegestaan er dingen mee te doen zonder speciale toestemming of betaling van reprorechten.

Het wordt nog erger doordat sommige informatieprofessionals aan de begripsinflatie meewerken. Zij spreken zonder blikken of blozen over open access of open data bij gratis toegang alléén. Zelfs een uitgevershuis als Elsevier noemt dat laatste met opzet ‘free access’ en respecteert in de regel de betekenis van ‘open’ als gratis plus vrij van de meeste auteursrechtelijke beperkingen. Pal staan voor de rechten van burgers in het omgaan met digitale informatie zit misschien niet in de aard van het beestje. Het is echter wel het minste wat bibliothecarissen en archivarissen zouden moeten doen. En het is bovendien goed voor hun e-mago.

Frank Huysmans is redacteur van IP, bijzonder hoogleraar bibliotheekwetenschap aan de UvA en zelfstandig onderzoeker en adviseur.

Deze bijdrage komt uit IP nr. 7 / 2016. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *