40 Nederlandse informatieprofessionals in Berlijn

Eind april 2016 verbleven veertig informatiespecialisten uit voornamelijk universiteits- en hogeschoolbibliotheken een week in Berlijn (met een uitstapje naar Dresden). Zij waren mee met alweer de 27e KNVI Onderwijs en Onderzoek (O&O) studiereis en bezochten gezamenlijk zestien bibliotheken. Wat is er opgevallen tijdens deze zevendaagse reis? Wat leeft er bij de Duitse bibliotheekcollega’s? Een paar indrukken.

Door: Marjo Bakker

Berlijn heeft vier universiteiten en zeven hbo-instellingen; genoeg potentieel dus voor de traditionele achterban van de KNVI-afdeling Onderwijs & Onderzoek (O&O). De reiscommissie had een gevarieerd programma samengesteld. We brachten met zijn allen of in groepen bezoeken aan hogeschool- en universiteitsbibliotheken, een medische bibliotheek en een bibliotheek van een onderzoeksinstelling maar ook aan museumbibliotheken en een openbare bibliotheek.

Typisch Duits

Twee typisch Duitse zaken waar we steeds over hoorden, blijken van invloed op het functioneren en ontstaan van de bezochte bibliotheken: de staatkundige indeling van Duitsland in zestien deelstaten (Duits: Länder of Bundesländer) – inclusief drie stadstaten waaronder Berlijn – met ieder eigen wetten, parlement en regering; en de deling van Duitsland en van Berlijn in het bijzonder (1945-1990). Samenwerking wordt grotendeels op deelstaatniveau gedaan en nauwelijks nationaal.

Alle universiteits- en hogeschoolbibliotheken in de deelstaat Berlijn gaan binnenkort bijvoorbeeld over op één bibliotheeksysteem (Alma van Ex Libris). Zeven andere Länder werken samen in de Gemeinsame Bibliotheksverbund (GBV). Er is echter geen nationaal Duits equivalent voor de UKB (het samenwerkingsverband van de Nederlandse universiteitsbibliotheken en de Koninklijke Bibliotheek), er is geen Duitse GGC (Gemeenschappelijk Geautomatiseerd Catalogiseersysteem) – hoewel de gemeenschappelijke B3Kat van de Bundesländer Berlijn, Brandenburg en Beieren er dichtbij komt – of Picarta. Wat wel nationaal (bundesweit) geregeld is, zijn de Nationallizenzen door de Deutsche Forschungsgemeinschaft (DFG).

De deling van Berlijn zorgde aan beide kanten van de muur steeds voor twee varianten van dezelfde soort bibliotheek, die na de Wende (meer) gingen samenwerken of ook één werden. Zo verdween de Humboldt Universität (HU) na de Tweede Wereldoorlog in de Russische invloedssfeer, wat de Amerikanen ertoe bracht geld beschikbaar te stellen voor de oprichting van de Freie Universität (FU) in WestBerlijn in 1948, overigens een initiatief van de Duitsers zelf. Na de eenwording bleven het twee aparte universiteiten. De Oost/ West-achtergrond zie je ook bij de openbare bibliotheek. De Berliner Stadtbibliothek stond in Oost-Berlijn en opnieuw lieten de Amerikanen hun invloed gelden door op zichtafstand van de Stadtbibliothek de Amerika-Gedenkbibliothek (1954) cadeau te doen aan de West-Berlijners, inclusief kasten uit een Amerikaanse bibliotheek en de ‘democratic spirit’. In 1995 zijn beide bibliotheken samengevoegd tot de Zentral- und Landesbibliothek Berlin (ZLB).

Research Support

Duitsland loopt niet voor de bibliotheektroepen uit. De ontwikkelingen zijn ongeveer hetzelfde als in Nederland, al komen ze soms een paar jaar later. Op het gebied van research support viel op dat de Freie Universität in vergelijking met de collega’s op de Humboldt verder was met diensten voor onderzoekers. Het open acces-fonds bestaat sinds 2012 en wordt gretig gebruikt, er is een repository en men heeft sinds kort een data librarian in dienst. De bibliothecaris van de Humboldt daarentegen vroeg zich af wat de bibliotheek aan de onderzoekers kan bieden. Zijn medewerkers hebben nog niet allemaal de vereiste nieuwe kennis en academici zouden liever met een peer praten dan met een bibliothecaris. In Dresden bij de Sächsische Landesbibliothek – Staats- und Universitätsbibliothek Dresden (SLUB) zijn ze ook nog zoekende op het bijscholingsvlak maar wel al verder met bijvoorbeeld spreekuren voor onderzoekers, een via het digitaliseringsprogramma adviserende rol bij de digital humanities, een uitgesproken voorkeur voor open, een maker space (‘Wissen kommt von Machen!’) en een data librarian per 1 juni. Bij de Berlijnse hogeschoolbibliotheken is men, in tegenstelling tot Nederlandse hogeschoolbibliotheken, nog niet zo met research support bezig.

Boeken als decoratie?

In bijna alle Duitse bibliotheken staan enorm veel boeken in open opstelling, tot ruim 2 miljoen bij het Jacob-und-Wilhelm Grimm-Zentrum van de Humboldt Universität. Niet alle bibliothecarissen zijn daar zo blij meer mee, ze zouden liever meer studieplekken willen, maar de gebouwen zijn niet zo ‘flexibel’ dat je dat snel verandert.

De bibliotheek van het Max Planck Instituut für Bildungsforschung was de uitzondering: daar geen kilometers boeken en geroezemoes van bezoekers maar een desolate studiezaal. Max Planck-onderzoekers browsen namelijk niet maar vragen gewoon direct aan uit het magazijn. En sinds men, tot volle tevredenheid van de onderzoekers, digitaal en open access is gegaan, komt alleen een enkele historicus nog langs voor gedrukt materiaal. De bibliothecaris zoekt naar manieren om meer in contact te komen met de onderzoekers.

Vermeldenswaard is nog de al eerder genoemde SLUB waar men aan massadigitalisering doet met een indrukwekkende eigen digitaliseringsstraat (die ook voor projecten buiten de SLUB wordt ingezet). Mooie dingen zei men daarover. Onder andere dat digitalisering onderzoek-gestuurd gebeurt en dat het doel is om collecties in het digitale te verbinden.

Biblio-Berliners

Hoewel ik als echte ‘biblio-Berliner’ (term gemunt door Monique Schoutsen, UB Nijmegen) van elke bibliotheek genoten heb, springen er een paar uit. De Philologische Bibliothek alias ‘The Brain’ (op de campus van de FU) vanwege het spectaculaire gebouw en de collegiale tour; de bibliotheek van het Deutsches Historisches Museum vanwege de onderkoelde humor van de bibliothecaris en de prachtige verhalen bij parels uit de collectie; de SLUB vanwege de drive om nieuwe dingen te doen en daar bescheiden trots op te zijn; en het bij de Freie Universität ondergebrachte bureau ter opsporing, in de bibliotheekcollectie, van door de nazi’s geroofde boeken.

Ten slotte, we hebben sympathieke Duitse collega’s. Ze vertelden niet alleen heel veel maar vroegen óns ook van alles, waardoor het echt een uitwisseling werd.


Verder lezen

Op www.knvi.net/oo-reiscommissie/ vind je meer informatie over de studiereis.


Marjo Bakker is vakreferent bij het NIOD Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestudies en voorzitter van de KNVI-afdeling Onderwijs & Onderzoek (O&O).

Deze bijdrage komt uit IP nr. 5 / 2016. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *