Recht op informatie: einde van het auteursrecht op foto’s?

Fotografen hebben bijna altijd automatisch het auteursrecht op de foto’s die ze maken. Maar wat als de fotograaf een aap is die het fototoestel te pakken heeft gekregen? En wat is het auteursrecht op foto’s nog waard als zelfs een aap goede foto’s kan maken?

Door: Raymond Snijders 

Het auteursrecht is het uitsluitend recht van de maker van een werk om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, stelt de Auteurswet. In het geval van foto’s betekent het dat de fotograaf de maker en rechthebbende is en geld (kan) verdienen aan foto’s.

Dat laatste doet de Britse wildlife-fotograaf David Slater al vele jaren met zijn foto’s. In 2011 reisde hij af naar Indonesië om een fotorapportage te maken over de zwarte kuifmakaken die alleen daar voorkomen. In een onbewaakt moment ging een groepje van deze apen met Slaters fototoestel spelen en maakte honderden foto’s. Daar zaten ook enkele goed gelukte selfies bij, gemaakt door een vrouwelijke kuifmakaak.

In de Britse kranten verschenen stukken over de apenselfies, vergezeld van enkele foto’s met als auteursrechtvermelding Slaters Amerikaanse uitgever. Op het technologieblog Techdirt werd vervolgens uitgebreid gediscussieerd over wie er precies het auteursrecht op de selfies zou hebben. De uitgever, Caters News Agency, kon dat niet waarderen en sommeerde het blog om alle apenfoto’s van de site te verwijderen. Het liep met een sisser af.

Vorig jaar stonden de selfies wederom in het nieuws. Dit keer draaide het om Wikimedia Commons, de site met miljoenen auteursrechtvrije foto’s die onder andere gebruikt worden in Wikipedia-artikelen. Wikimedia Commons plaatste twee van de apenselfies met de vermelding dat ze in het publiek domein vallen omdat ze gemaakt waren door een dier. Slater maakte hier bezwaar tegen, maar een takedown verzoek werd door Wikimedia afgewezen.

Het is eenvoudig om kanttekeningen te plaatsen bij de vraag wie het auteursrecht heeft. Maar ook al verschillen de auteursrechtwetten tussen de diverse landen waar dit speelt, ze hebben met elkaar gemeen dat je iets moet toevoegen van jezelf aan een werk voordat er sprake is van een auteursrechtelijk beschermd werk.

In Nederland is dat verwoord als een eis dat er sprake moet zijn van een eigen oorspronkelijk karakter en een persoonlijk stempel van de maker. Eigen en oorspronkelijk karakter wil zeggen dat het niet van een ander overgenomen mag zijn, terwijl bij een persoonlijk stempel van de maker sprake moet zijn van creatieve – menselijke – keuzes.

Aangezien wetten sowieso (alleen) van toepassing zijn op mensen, kan een aap geen aanspraak maken op het auteursrecht. Toch blijft het de vraag of er in dit geval een rechthebbende aan te wijzen is. Als een aap geen auteursrecht kan hebben, is er bij een apenselfie dan wel sprake van een auteursrechtelijk beschermd werk? Of speelt de ‘apen’-factor geen rol en moet Slater gewoon als rechthebbende gezien worden? Een rechter zal daar uiteindelijk over moeten oordelen.

De vraag of er een auteursrechtelijk beschermd werk ontstaat als je foto’s maakt, speelde onlangs nog in een rechtszaak dichter bij huis. Het bedrijf Roadside maakte foto’s van scholieren tijdens hun eindexamens die door het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS) op Flickr openbaar werden gemaakt zonder toestemming. Roadside vocht dit aan en tot mijn grote verbazing oordeelde de rechter dat de foto’s niet als een beschermd werk konden worden beschouwd omdat er geen sprake was van een persoonlijk stempel van de maker. Zelfs het instellen van de camera en het kiezen van wat er precies op de foto komt achtte de Rechtbank Amsterdam niet als voldoende onderscheidend.

Deze (juridische) discussies over wie de rechthebbende is van foto’s, zijn zorgwekkend. Bij zowel de apenfoto als de foto’s van Roadside wordt er alleen naar het auteursrechtelijke aspect gekeken en nauwelijks naar de praktische consequenties. Niemand is gebaat bij een situatie waarbij het voor professionele fotografen niet meer loont om foto’s te maken en het auteursrecht op foto’s zijn waarde verliest. Dat laatste zou pas echt een apenstreek zijn.

Raymond Snijders is senior informatiebemiddelaar bij Hogeschool Windesheim.

Deze bijdrage komt uit IP nr. 8 / 2015. Het gehele nummer kun je hier lezen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *