Column: ZMO voor optimale semantiek

Door: Eric Sieverts

ZMO heeft in Nederland nooit ingang gevonden als afkorting voor zoekmachineoptimalisatie. Iedereen heeft het hier altijd over SEO; ik ook. Eigenlijk is dat een raar begrip – zowel in het Engels als in het Nederlands. Zoekmachines zelf worden daarmee namelijk helemaal niet geoptimaliseerd. Contentleveranciers – als we in dit verband de makers van webpagina’s even zo mogen noemen – hebben helemaal geen directe toegang tot die zoekmachines. Als ze die zoekmachines toch een beetje willen tweaken, zijn ze dus wel gedwongen om indirecte maatregelen te nemen, via de inhoud en de links van hun eigen pagina’s.

Als gebruiker van zoekmachines vraag ik me wel eens af wat ik eigenlijk aan dat optimaliseren heb. Zorgt het voor misleiding van mij als zoeker? Vind ik daardoor dingen die een ander wil dat ik vind, in plaats van wat ik zelf wil? Of zorgt het juist voor betere vindbaarheid? Als het goed is toch vooral het laatste. En dat geldt ook in het huidige tijdperk van semantisch zoeken. Toepassing van semantische technieken wordt zelfs meer in SEO-context aan de man gebracht, dan in verband met zoekvaardigheden. De commercie wordt dringend aanbevolen semantische coderingen – dus metadata – in de code van hun webpagina’s te verwerken, opdat die door zoekmachines beter gevonden en hoger gerankt worden. En om te zorgen dat ze daardoor met extra ‘rich snippets’ in resultatenpagina’s verwerkt worden, op basis waarvan zoekers beter en sneller kunnen beoordelen wat de resultaten zijn waar ze eigenlijk naar op zoek zijn.

Intussen rukt SEO ook op in de wetenschappelijke wereld. Tijdschriftuitgevers geven wetenschappers tips hoe ze hun artikelen zo moeten schrijven dat ook die beter gevonden worden. Tips voor het gebruik van titels waarin de inhoud ondubbelzinnig tot uiting komt. Dus geen overdrachtelijke formuleringen, woordspelingen en grappen meer. Saai is beter. En ook de tip om in de samenvatting van je artikel volop te variëren met allerlei synonieme termen voor de onderwerpen waarover je het hebt. Sommige universiteiten organiseren voor hun promovendi zelfs cursussen daarvoor. Van artikelen die beter gevonden kunnen worden, wordt impliciet verwacht dat ze ook vaker worden gelezen en dan hopelijk ook vaker geciteerd.

Als auteurs zich aan die richtlijnen houden, zou het voor ons zoekers dus makkelijker moeten worden. Of we nu het ene woord als zoekterm gebruiken of een synoniem ervan, (alle?) relevante artikelen vinden we toch wel. Dat betekent eigenlijk dat auteurs wordt geleerd zo te schrijven dat hun artikelen niet meer met gecontroleerd vocabulaire ontsloten hoeven te worden. Zodat we ook in Google Scholar (of zelfs in de gewone Google) hun artikelen makkelijk kunnen vinden. Adieu thesauri, adieu classificaties en taxonomieën, adieu gestructureerde bibliografische databases. Auteurs worden verantwoordelijk voor hun eigen ZMO en moeten zelf voor hun semantiek gaan zorgen. Met dezelfde drijfveer als bij de commercie.

Eric Sieverts is redacteur van Informatie Professional en freelance docent en adviseur.

Deze bijdrage komt uit IP nr. 2 / 2014. Het gehele nummer kun je hier lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *