‘Scholieren zijn geconditioneerd door Google’

Leerlingen zoeken niet verder dan de eerste zoekresultaten die zoekmachines bieden.

Het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew Research Center’s Internet & American Life Project heeft onderzoek gedaan naar het zoekgedrag van middelbare scholieren en de invloed van technologie op hun leven. Pew heeft daarvoor hun leraren als bron gebruikt. Het gaat om leerlingen die meedoen aan speciale programma’s voor uitblinkers op Amerikaanse high schools.

De leraren zijn zowel positief als negatief over de invloed van technologie op het leven van jongeren. 77 procent van de ondervraagde leraren zegt dat technologie (internet, smartphones, tablets enzovoort) een positieve invloed heeft. Bijna alle leraren (99 procent) zijn van mening dat internet de toegang tot bronnen vergemakkelijkt en vergroot heeft. Maar 87 procent vindt dat technologie ook voor veel afleiding zorgt en dat jongeren moeite hebben om zich te concentreren vanwege de alomtegenwoordigheid van internet en mobiele apparaten die altijd aan staan. 64 procent van de leraren vindt zelfs dat technologie meer doet om leerlingen af te leiden dan om ze te helpen met hun schoolwerk.

Informatievaardig zijn leerlingen niet, menen hun docenten. 83 procent vindt dat het aantal bronnen dat via internet beschikbaar is, overweldigend is. Daarnaast hebben leerlingen een verkeerd verwachtingspatroon wat betreft zoeken en vinden. De ogenschijnlijk eenvoudige manier waarop zoekmachines werken, leidt er volgens 76 procent van de leraren toe dat leerlingen verwachten altijd snel te vinden wat zij zoeken. Scholieren zijn als het ware geconditioneerd door Google en Bing. Door de gemakkelijke bediening van zoekmachines worden leerlingen ontmoedigd om ook andere databanken en naslagwerken te raadplegen. De meeste leraren vinden dan ook dat informatievaardigheid op school onderwezen zou moeten worden.


Gebruikte ‘bronnen’ door leerlingen:

  • Google, Bing of andere zoekmachine (94%)
  • Wikipedia (75%)
  • YouTube of andere social media-sites (52%)
  • Leeftijdsgenoten (42%)
  • Spark Notes, Cliff Notes, of andere studiegidsen (41%)
  • Nieuwssites van grote tv-stations of kranten (25%)
  • Gedrukte of digitale schoolboeken (18%)
  • Online databanken zoals EBSCO, JSTOR of Grolier (17%)
  • Een bibliothecaris op school of in de openbare bibliotheek (16%)
  • Andere gedrukte boeken dan schoolboeken (12%)
  • Zoekmachines voor leerlingen zoals Sweet Search (10%)

Zie het interview met Pew-directeur Lee Rainie in dit nummer

Pew onderzoek How Teens Do Research in the Digital World bit.ly/Vid8Qp

Deze bijdrage komt uit IP nr. 11 / 2012. Het gehele nummer kun je hier lezen

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *