4235 x gelezenReageer
Dossier Snapchat
Dossier Snapchat
17 juni 2016

Social mediatool Snapchat heeft veel in haar mars. Ook voor bibliotheek en archief.  Vincent Janssen legt uit wat de informatiewereld ermee kan doen en Mark Alphenaar vertelt over de ervaringen van het Regionaal Archief Alkmaar met Snapchat. 

1.  Snapchat: meer dan sexting

 
Waar men vorig jaar nog op elk toeristisch plekje om de oren geslagen werd met selfiesticks, is er nu een nieuwe trend in selfieland: faceswappen met Snapchat. Ieder social media-kanaal wordt inmiddels bestookt met de verwisselde gezichten van de gefotografeerden. Snapchats faceswapfunctie is slechts een lokkertje. De app heeft namelijk veel meer in haar mars. Ook voor bibliotheek en archief.
 
Door: Vincent Janssen, redacteur van IP en specialist Scientific Information bij de Maastricht University Library.
 
Op wonderbaarlijke wijze er toch in geslaagd om nooit van Snapchat gehoord te hebben? Het is een app waarmee de gebruikers foto- en videoberichten naar elkaar kunnen sturen. Het bijzondere aan deze zogeheten ‘snaps’ is dat ze slechts enkele seconden te bekijken zijn. Hierna wordt het bericht automatisch verwijderd. 
 
Het aantal van één miljoen Nederlandse Snapchatters komt nog niet in de buurt bij de aantallen van Facebook (9,6 miljoen), Twitter (2,6 miljoen) of Instagram (2,1 miljoen). Maar het aantal actieve Nederlandse gebruikers groeit razendsnel: het afgelopen jaar met maar liefst 69 procent. Nu er dagelijks meer dan acht miljard snaps (ruim 9000 snaps per seconde) wereldwijd worden verstuurd, is het niet meer te ontkennen dat Snapchat enorme potentie heeft als communicatiemiddel. 
 
Sexting
Sinds de komst van Snapchat vier jaar geleden gaat de app gebukt onder de reputatie dat het alleen voor ‘sexting’ gebruikt wordt. Onterecht, zeggen onderzoekers van Cornell University. Gebruikersonderzoeken hebben namelijk aangetoond dat jongeren de app gebruiken omdat het gewoonweg grappig is. Foto’s en video’s kunnen eenvoudig met hilarische filters, stickers en animaties bewerkt worden. Snel en schaamteloos worden misvormde selfies met uitpuilende lippen en fluorescerende ogen gedeeld, zonder zorgen dat de foto bewaard wordt door de ontvangers. 
 
Sinds 2013 laat Snapchat haar gebruikers met de zogeheten ‘Story’-functie een chronologisch verhaal vertellen door het aaneensluiten van snaps. Snapchat introduceert daarnaast regelmatig nieuwe functionaliteiten. In 2015 presenteerde de app haar ‘Discover’-functie, waar bedrijven en organisaties advertentiesnaps kunnen plaatsen. De app biedt ook een ‘direct messaging’-optie, waarmee gechat kan worden met andere gebruikers.
 
Bibliotheken op Snapchat
Wie nu zoekt naar geestige snaps van Nederlandse bibliotheken of gênante selfies van archivarissen, komt van een koude kermis thuis. Grondige zoektochten in de krochten van het Snapchat-contactlijstje leveren vooralsnog geen enkel resultaat op. IP vroeg aan verscheidene universiteitsbibliotheken en archieven waarom Snapchat geen deel uitmaakt van hun communicatieplan.Wat blijkt: de meeste instanties hebben er gewoonweg nog niet over nagedacht of zien de waarde van de app niet in.
 
Zo verwacht de bibliotheek van de Universiteit van Utrecht Snapchat niet te gaan gebruiken in de toekomst: ‘We gebruiken wel Facebook en Twitter, maar Snapchat is nog een aantal bruggen te ver,’ aldus Yivat Muskens-Mozes, eindredacteur en coördinator webredactie. Ook de UB van de Technische Universiteit Eindhoven (TU/e) houdt het bij de gangbare sociale media-platforms: ‘We gebruiken Snapchat niet. We zien daar niet echt een meerwaarde voor de bibliotheek in.’ 
 
Bij archieven lijkt het vooralsnog ook weinig kans te hebben: ‘Op Snapchat blijkt toch vooral een jongere doelgroep actief, die volgens onze ervaring zó ver van archieven afstaat, dat het wel héél ambitieus zou zijn om deze jongeren te bereiken,’ aldus Christian van der Ven van het Brabants Historisch Informatie Centrum (BHIC). 
 
Social-media-moeheid
Communicatiemedewerkers lopen nog niet warm voor de app. Eerst Facebook, toen Twitter, Instagram, Tumblr, Flickr en nu ook nog eens Snapchat: wanneer houdt het eens op? De hoeveelheid sociale platformen groeit als kool en veel organisaties lijken niet bereid om alle deze forums te gebruiken. Een heuse social-media-moeheid hangt in de lucht. 
 
Het is uiteraard buitensporig om de beperkte PR-middelen van een bibliotheek of archief dun uit te smeren over het gehele scala aan social media-apps. Zo overweegt het Stadsarchief van Amsterdam ook het gebruik van nieuwe social media, maar die kunnen nog niet toegepast worden ‘omdat ze de mankracht missen om dat goed te beheren’, aldus Frank Driessen. 
 
Het groeiende aanbod aan applicaties geeft echter wel de mogelijkheid om tactisch een medium te kiezen. De UB van de Vrije Universiteit (VU) gaat volgens Academic Support-manager Arjan Schalken bijvoorbeeld de komende maanden evalueren hoe het klantcontact verbeterd kan worden: ‘Het is mogelijk dat nu ook andere kanalen, zoals (Snap)chat, gebruikt gaan worden.’
 
Snapchat is een goede kanshebber als gekeken wordt naar de demografie van de gebruikers. Ruim 5 procent van de Snapchatters is namelijk tussen de 18 en 24 jaar. Voor de universiteitsbibliotheek is de app dus een onaangetaste communicatiegoudmijn. 
 
Stiekeme knipoog
Voor het delen van de openingstijden, het etaleren van een nieuw ebook of het aankondigen van sanitair onderhoud is Snapchat niet ideaal. De UB van Wageningen UR merkt zo terecht op: ‘Naar ons idee is Snapchat geen geschikt medium om zakelijk te communiceren’. Omdat snaps maar luttele secondes zichtbaar zijn, vergt de app daarom een alternatieve – wellicht onorthodoxe – benadering. 
 
Het ontvangen van een snap voelt aan als een flirterige knipoog van een onbekende medereiziger in de trein: stiekem, intiem en alleen voor jouw ogen bedoeld. Snapchat biedt een universiteitsbibliotheek de mogelijkheid om een informelere band op te bouwen met haar studenten. Een kijkje achter de schermen, een selfie van de baliemedewerker, of een video van de uit-de-hand-gelopen-kerstborrel kunnen zorgeloos verstuurd worden. Het bericht vernietigt zichzelf toch. 
 
De bibliotheek heeft volledige controle over de berichten en kan vermakelijke foto’s aan de studenten laten zien, die weer verdwenen zijn voordat de communicatieadviseur er lucht van krijgt. Social media-expert David Lee King ziet hierbij voor bibliotheken beslist een rol weggelegd: ‘Ik ben geen fan van officiële communicatieprotocollen. Ik ben van mening dat communicatie vanuit bibliotheken leuk en informeel moeten zijn. Het is belangrijk de informatie op een vriendelijke manier over te brengen.’ 
 
Of iedere organisatie staat te wachten op een ongedwongen communicatiemiddel zoals Snapchat is maar de vraag. Organisaties als Heineken, McDonald’s en WNF hebben in ieder geval met ingenieuze Snapchat-campagnes en ‘behind-the-scenes-snaps’ hun fanbase succesvol weten te beroeren. 
 
Kartels 
Het succes van Snapchat valt of staat met de garantie dat snaps ook écht verwijderd worden. In 2014 bevond de toekomst van Snapchat zich op glad ijs toen verscheidene apps het toch mogelijk maakten om screenshots van snaps te maken. Het team achter Snapchat heeft sinds 2014 gelukkig hard aan de beveiliging van de app gewerkt, zodat het maken van screenshots moeilijker wordt.
 
Het is niet verwonderlijk dat de app nu ook populair is in criminele circuits. Zo gebruiken verscheidene Mexicaanse drugskartels Snapchat om onderling informatie te delen of anderen te bedreigen – zonder een spoor achter te laten. Geheel waterdicht is het systeem natuurlijk nooit. Het is altijd mogelijk om een foto van het scherm te maken met een ander toestel. 
 
Voor de meeste (legale) organisaties is dit echter geen probleem. Aangezien het onwaarschijnlijk is dat een bibliotheek of archief naaktfoto’s of dreigementen zou versturen via Snapchat, is de veiligheid van de app meer dan toereikend. Geen reden om het niet eens te proberen. 
 
Post-Twittertijdperk
Of organisaties het willen of niet, de communicatielijnen zullen daarnaartoe moeten waar de gebruikers online zijn. Ondanks dat de Universiteitsbibliotheek van de Rijksuniversiteit Groningen zich er (nog) niet mee bezighoudt, erkent Frank den Hollander van het communicatieteam wel de toenemende populariteit van de app: ‘Als ik lees dat inmiddels veel mensen uit onze doelgroep liever Snapchat gebruiken dan bijvoorbeeld Twitter, is het misschien toch zaak ons ook daar eens in te gaan verdiepen.’ 
 
MySpace en wijlen Hyves hebben laten zien dat social media-platforms geen onsterfelijkheid kennen. Experimenten met alternatieve apps zijn er echter volop, zoals bij de Universiteitsbibliotheek van Nijmegen: ‘De UB is wel aan het onderzoeken of ook Instagram, naast Facebook en Twitter (die we wel gebruiken), kan worden ingezet.’ Snapchat wordt helaas overgeslagen, omdat ‘UB’s vaak niet weten hoe ze de app op een zinvolle manier kunnen gebruiken,’ aldus Cherry Taylor (UvT). Verder kijken dan Twitter kan nauwelijks kwaad. Gelukkig zijn de opties voor het post-Twittertijdperk er in overvloed.
 
Faceswappen in het depot
Hoe zou een universiteitsbibliotheek of archief de app kunnen inzetten? IP vroeg Snapchat zélf om tips. Het advies wees onder andere op een gloednieuwe functie: ‘Je kunt nu een Community Geofilter aanmaken voor een stad, universiteit of andere publieke locatie.’ Een geofilter geeft gebruikers de mogelijkheid snaps te maken met een unieke filter (een soort stempel over de afbeelding) die gekoppeld is aan een bepaalde locatie. Iedere selfie die geschoten wordt in de UB, krijgt dan bijvoorbeeld automatisch een UB-logo in de afbeelding. 
 
Voor de universiteitsbibliotheken die overwegen eens met Snapchat te experimenteren, zoals de VU of de Universiteit van Maastricht (UM), kan deze functie de doorslag geven: ‘Onze UB organiseert jaarlijks een fotowedstrijd op Facebook, zoals een selfiecontest. Wellicht dat we hiervoor volgend jaar Snapchat gaan gebruiken. Misschien in de vorm van een snap-contest,’ aldus Sabrina Gijsen (UM). Voor inspiratie kan ook gekeken worden naar buitenlandse bibliotheken die actief zijn op Snapchat. Amerikaanse openbare bibliotheken, zoals de Frisco Public Library en Glen Rock Public Library, gebruiken hun Snapchataccounts om bijvoorbeeld speciale evenementen aan te kondigen en leuke winacties te promoten.
 
Voor de sceptici is het downloaden van Snapchat tóch de moeite waard. Al is het alleen om even te faceswappen met collega’s in het depot. Een zinvol communicatiemiddel of niet: komisch is de app zeker. 
 
(Deze bijdrage komt uit IP 5 2016)
 
====
 

2. Q&A met Mark Alphenaar

 

Mark Alphenaar is coördinator social media, website en online communicatie bij het Regionaal Archief Alkmaar. Hij wees IP erop dat het Archief Alkmaar sinds vier maanden op Snapchat te vinden is. Daar wilde IP meteen het fijne van weten. Wat zijn zijn ervaringen?

 

Waarom en waarvoor zijn jullie Snapchat gaan inzetten?

‘Sinds februari 2016 proberen we hiermee een jonge groep mensen (die niet (meer) op Facebook zitten) te bereiken om een heel informele manier. Ook om te laten zien dat je als archief best mee kan doen met de nieuwste social media en niet altijd een volger hoeft te zijn. Ook doet het goed het archief een "jonger" imago te geven. Het zetje wat we nodig hadden om hiermee te beginnen was omdat onze stagiaire van de Reinwardt Academie er ook op zat en veel van haar leeftijdgenoten. Zij heeft in het begin ook het account mogen beheren.’

 

Wat zijn de ervaringen tot nu toe?

‘Ondanks dat het plaatsen van berichten soms wat omslachtig is (je kan het niet lekker achteraf doen en dus altijd meteen op locatie) hebben we positieve ervaringen. Een redelijk vaste groep van mensen leest onze verhalen. Gemiddeld tussen de 5-10 mensen die de moeite nemen de filmpjes/foto's per keer in de verhaallijn af te kijken. Dat is meer dan mensen soms op onze tweets klikken.’

 

Wat voegt het voor jullie toe aan de sociale media-portfolio (Twitter, Facebook etcetera)?

‘Snapchat is leuk om snel en heel informeel berichten te plaatsen die niet echt passen op andere kanalen. Het informele maakt het ook leuk om heel "rauw" berichten te plaatsen. Het hoeft niet perfect te zijn (zeker ook omdat de berichten na 24 uur weg zijn). Dat geeft mensen het gevoel dicht bij je organisatie te staan. Het is ook een mooi podium voor digital storytelling.’

 

Waar is Snapchat goed voor in te zetten, en waarvoor absoluut niet?

‘Het is goed voor korte verhaallijnen over een bezoek aan een locatie, het verloop van een onderzoekje, informeel kijkje achter de schermen, verslagje van een evenement. Maar het werkt niet goed voor berichten die langer zichtbaar moeten zijn of het delen van heel veel foto's/filmpjes.’

 

Wie heeft dit binnen het Regionaal Archief Alkmaar opgepakt?

‘De beheerder van de social mediakanalen en websites, ik dus ;-) Bij het Regionaal Archief Alkmaar houdt zich maar één iemand (maar wel met een achtervang) bezig met de social media. Hij verzamelt en bedenkt berichten en kiest passende kanalen.’

 

Hoeveel tijd kost het?

‘Is moeilijk te zeggen, gaat in één adem met andere kanalen als we bezig zijn met social media. Je kan wel stellen dat het maken van een leuke verhaallijn tussen de 5 tot 15 minuten kan kosten.’

 

Wat zijn tot nu toe de lessons learned?

‘Niet te lange verhaallijnen maken. 3 tot 4 foto's/filmpjes is genoeg om de aandacht erbij te houden. Statistieken van Snapchat maken dit gelukkig inzichtelijk. We moeten nog wel meer op zoek gaan naar manieren om interactie te krijgen met onze volgers. Niet alleen willen zenden dus. Goed binnen je organisatie uitleggen wat je aan het doen bent en regelmatig rapporteren aan de directie.’

 

Waarom zouden andere archieven (en bibliotheken?) Snapchatook moeten gaan inzetten?

‘Op dit moment een heel goede manier om een jonge groep mensen te bereiken. Handig als een van je bedrijfsdoelstellingen is: het verspreiden van kennis over de regionale geschiedenis. Het maken van verhaallijnen (digital storytelling) maakt het mogelijk meer over te brengen dan op bijvoorbeeld Twitter. Gewoon proberen om te kijken of het bevalt. Maak het (tijdelijk) onderdeel van de marketing mix/communicatiekanalen.’

 

Reageren

*verplichte velden
 
 
IP #5: #LibrariesResist!

Sinds zijn verkiezing tot president van de Verenigde Staten is Donald Trump dominant aanwezig in de internationale media. Nu prijkt hij ook op de cover van IP. Hij is de eerste politieke leider die die twijfelachtige eer krijgt, en dat is natuurlijk niet voor niets. In het artikel ‘Bad-Ass Librarians en Guerilla Archivists’ brengt Marjo Bakker in kaart welke gevaren Amerikaanse bibliothecarissen en archivarissen zagen opdoemen en welke acties zij tot dusver ondernamen in een poging het tij te keren.